Somber stafrijm

I suspect that it is a metre which is only suitable to rather sombre subjects.

Met deze woorden typeerde de Engelse dichter W.H. Auden eens de versvorm die de Engelsen alliterative verse noemen en bij ons stafrijm heet. Auden goot zijn lange verhalende gedicht The Age of Anxiety in deze vorm, die hij tot in de details beheerste. Dat het stafrijm hem juist voor zwaarmoedige onderwerpen geschikt leek, heeft ongetwijfeld te maken met haar oorsprong in de verhalenwereld van de Germanen. Met de zware cadans van het stafrijm lijkt iets van de heroïsche somberheid van de Germaanse ziel vervlochten, van de gemoedsstemming die Tolkien zo ontroerde in Oudengelse gedichten als Beowulf; het is de blik die het vallen ziet van de laatste nacht en toch door blijft strijden, de krijger die zijn trotse verzet niet laat breken door tegenstand, hoe onoverwinnelijk ook.

Lees verder “Somber stafrijm”

Advertenties

Achter geloken ogen

Waar heeft rondom het huis de wind het over?
Achter geloken ogen gaat het huis teloor
En wandel ik weer langs een oever
Van het verleden, en er is geruis
Van water en van riet, vooral van water.
Een blij kind roept mijn naam – werd ik ooit oud?

Aldus begint het gedicht Wind om het huis geschreven door Arend Roland Holst, dat hij hier in zijn heldere en gedragen Nederlands voordraagt. Hij speelt met de betekenis van het weinig gebruikte geloken: de geloken ogen van een huis zijn immers de luiken, wat de metafoor oproept – het lichaam als huis van de ziel – die de verwante woorden ook in betekenis verbindt. Zo blaast Holst met zijn dichterlijke gebruik van een bekende uitdrukking nieuw leven in een ondergewaardeerd woord; tegelijkertijd herinnert hij ons aan de gedeelde oorsprong van geloken en luiken.

Lees verder “Achter geloken ogen”

Een Nederlandse Inkling?

Op deze blog worden als inspiratiebronnen vaak leden van de zogenaamde Inklings genoemd, waaronder J.R.R. Tolkien, C.S. Lewis en Owen Barfield. In de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw zetten zij zich gezamenlijk af tegen de toenmalige literaire, filosofische en religieuze opvattingen. Dat een Engelstalig schrijversgezelschap hier als inspiratie dient is vooral te wijten aan het feit dat er, naar mijn weten, in het Nederlandse taalgebied van een vergelijkbare stroming geen sprake is geweest. Toch is er één Nederlandse schrijver wiens leven en werk verrassend veel overeenkomsten vertoont met dat van verschillende Inklings, met name Tolkien en Lewis: Adriaan Roland Holst, de ‘Prins der Nederlandse Dichters’.

Lees verder “Een Nederlandse Inkling?”