Oktoberbloed

bos

Soms is één zin genoeg om je blik op de wereld te verkleuren. Zo’n zeventig jaar geleden wandelde Dylan Thomas door een regenachtige najaarsdag. Onderwijl vormden zich in zijn gedachten de woorden van een van zijn mooiste gedichten. Het was 27 oktober 1944, zijn dertigste verjaardag, en het gedicht werd Poem in October.

Lees verder “Oktoberbloed”

Heimwee naar gisteren

Jungfrau door Albert Bierstadt (1830-1902)

Het woord nostalgie danken we aan een Zwitserse arts. Patiënten van Johann Jakob Harder (1656-1711) leden aan een vorm van heimwee. In veldtochten ver van de Alpen kwijnden ze weg; ze genazen pas weer in het aanzicht van hun geliefde bergen. Omdat een beetje geleerde zijn termen uit het Grieks haalde, smeedde Harder nóstos ‘behouden thuiskomst’ en álgos ‘pijn’ samen tot nostalgie. Later weekte het woord los van de medische wereld en kreeg het onze betekenis: heimwee naar gisteren.

Lees verder “Heimwee naar gisteren”

Piekeren

Het kasteel van Batavia, geschilderd door Andries Beekman, ca. 1656

Sommige woorden doen zo vertrouwd aan dat we er gemakkelijk vanuit gaan dat ze inheems zijn. Piekeren is zo’n woord. Op het eerste gezicht valt het nauwelijks uit de toon tussen oer-Hollandse werkwoorden als kietelen en kieperen. Maar als we even over de grenzen kijken, vinden we verrassend weinig verwanten. In de ons omringende landen wordt heel wat af gebroed en gerumineerd, maar van piekeren is weinig sprake.

Lees verder “Piekeren”

Over muggen en kamelen

Gij blinde leidslieden, die de mug uitzijgt, en den kemel doorzwelgt.

(Statenbijbel, Mattëus 23:24)

Met deze woorden sprak Jezus tot hen die zich in onbenulligheden verliezen. Kennelijk was het destijds aan te raden eerst de muggen uit een drank te zeven, voor men een beker aan zijn mond zette. Maar het verorberen van een mug valt natuurlijk in het niet bij het doorslikken van een kameel. Aan Jezus’ uitspraak danken we de uitdrukking ‘muggen ziften,’ maar ook de kemel waart nog altijd door onze taal.

Lees verder “Over muggen en kamelen”

Het gebroken licht

Op een gedenkwaardige avond in 1931 zei C.S. Lewis tegen zijn vriend J.R.R. Tolkien dat mythes veredelde leugens zijn. Tolkien was het niet met hem eens en schreef het gedicht ‘Mythopoeia’, een vurig pleidooi voor mythes en scheppende taal. Het maken van mythes is geen zelfbedrog, aldus Tolkien, maar een geboorterecht van de mens en een weg naar wijsheid en schoonheid.
Lees verder “Het gebroken licht”