Skip to content

Mooie woorden – Oliviers keuze

11 maart 2012

Al jaren behoort liefde volgens velen tot de mooisten onzer woorden. Maar wat is er mooi aan liefde behalve hetgeen het uitdrukt? Welke schoonheid bezit het woord zelf? Eerder lijkt het niet bijzonder welluidend en vrij gewoon in opbouw. Evenmin schuilt er grote dichterlijkheid achter. Dan heeft dat andere welbeminde woord, desalniettemin, meer recht op roem, al is het nog altijd meer een versteende uitdrukking dan een echt woord.

Vandaar, met uw welnemen en stavelijk gerangschikt, de volgende voorstellen:

Boreling is een woord sprookjesachtig en tijdloos, in tegenstelling tot het immer lelijke, onaangepaste modewoord baby, al zijn de twee niet geheel evenwoorden. Wij mogen gerust een vergelijking trekken tussen kinderen en kids. In boreling vinden wij de klank -ore-, die uw schrijver zeer vaak welluidend voorkomt, net als in orewoed, storen en verloren. En in boreling vinden wij het fraaie achtervoegsel ­-ling, waar meer woorden mee gemaakt zouden moeten worden. Maar ook weer niet te veel, want overdaad schaadt.

Ellende ontleent zijn schoonheid aan zowel diens klank als diens eigenlijke betekenis. Het is de voortzetting van Oudnederlands elilendi, een samenstelling van eli ‘ander’ en lendi, een nevenvorm van land. Wie in elilendi is, is in een ander land, in een vreemd land, zonder bescherming van verwanten en vrienden, en bevindt zich dus in een nare toestand. Uiteindelijk is ellende ‘narigheid’ in het algemeen gaan betekenen.

Havik is scherp en stoer als de vogel zelf. Ha- betaamt de opengesperde bek en klauwen, -vik het dichtklappen daarvan. Hoewel inheems heeft het een zonderlinge, ogenschijnlijk ondoorgrondelijke vorm. Vermoedelijk is het woord gevormd bij een wortel die ‘grijpen’ betekent en is het dan verwant aan hebben. De -k is eigenlijk een achtervoegsel waar meer vogelnamen mee gevormd zijn, zoals alk, valk, vink en wellicht leeuwerik, aldus het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (EWN).

Horzel, indien uitgesproken met een fatsoenlijke rollende r, is een zeer betamelijke naam voor dat zoemende, nare kleindier dat vooral vee tergt. Het is de onheilspellende, grote klankkracht van dit woord dat het bijzonder en zelfs mooi maakt.

Klimop is niet welluidend maar wel vertederend en sprookjesachtig. Het woord geeft haast de indruk dat deze plant door een toverspreuk de hoogte is geboden te nemen: kleef, klauter, klim op, broeder plant! De letterlijke vertaling zal menig Engelsman (climbup) een glimlach geven. Klimop is een van de zogenaamde zinwoorden, net als durfal, dwingeland en uiteraard vergeet-me-niet, dat zelf mee zou dingen naar mooiste woord als het iets meer woord dan zin zou zijn.

Lichaam is niet bepaald welluidend, maar wel bijzonder dichterlijk. Het is de wat verbasterde voortzetting van Oudnederlands līkhamo, dat in minder verbasterde vorm thans lijkhaam zou luiden. Lijk betekende oorspronkelijk ‘gestalte’ en haam ‘omhulsel’. Lichaam betekent dus eigenlijk ‘omhulsel dat gestalte geeft’. Daar het woord in alle (oude) Germaanse talen is overgeleverd, stamt het hoogstwaarschijnlijk uit de Oudgermaanse en dus heidense tijd. Het is een van meerdere aanwijzingen dat het Christendom met de leer van de onsterfelijke ziel een oud, inheems geloof bevestigde.

Momber, ook wel momboor, een oud woord voor ‘voogd’ dat steeds minder mensen kennen, lijkt een mompelwoord uit de kindertaal zoals mamma en pappa dat oorspronkelijk zijn, maar is eigenlijk de verbastering van Oudnederlands mundboro, een samenstelling van mundō ‘hand, bescherming, voogdij’ en boro ‘drager’. Het eerste lid vinden we nog in de afleiding mondig en het tweede lid is verwant aan baren, dat oorspronkelijk ‘dragen’ betekende (vergelijk Engels to bear). Deze samenstelling kwam ook voor in andere oude Germaanse talen en moet zeer oud zijn. De overgang van Oudnederlands mundboro naar Nederlands momber is een goed voorbeeld van de neiging naar vloeiende spraak. Vergelijk ook de overgang van aanbeeld naar aambeeld.

Oorlog is een nagalm van het oude lotsdenken van onze heidense voorouders, al zal het voor de meeste mensen een volstrekt ondoorzichtig en raadselachtig woord zijn, oud haast als oorlog zelf. Erin zijn samengevallen twee afzonderlijke woorden: enerzijds een dat ‘noodlot, bestemming’ betekende, anderzijds een dat volgens het EWN zoveel als ‘opheffing der rechtsgeldige verbindingen’ zal hebben betekend. Met het oude oorlog onderscheidt het Nederlands zich van zustertalen, die andere woorden gebruiken: war, Krieg, enzovoort.

Telg is een van de jongste dichterlijke woorden van onze taal. Oorspronkelijk beduidde het ‘loot, boomtak’ en slechts enkele eeuwen geleden overdrachtelijk ook ‘afstammeling’. Deze laatste betekenis is tegenwoordig voor de meesten van ons ook de enige betekenis.

Vijand vangt de aandacht als het enige inheemse woord dat een nog een volle klinker heeft in diens verbuigingsuitgang. Het is het onvoltooid deelwoord van het inmiddels vergeten werkwoord vijen, dat ‘haten, vijandig bejegenen’ betekende. Vijand is dus een oudere vorm van vijend ‘hatend, vijandig bejegenend’. Wel te vergelijken is vriend, een verbasterde vorm van vrijend. Vrijen betekende oorspronkelijk ‘liefhebben, als een verwante bejegenen’.

Vlinder, door uw schrijver liefst uitgesproken als flinder, draagt de kwetsbaarheid en bewegelijkheid van het beestje. Het woord heeft een onduidelijke herkomst en is alleen in het Nederlands bekend, al is rond 1340 in Kent, Engeland ook eens vlindre ‘mot’ opgeschreven.

Zilver heeft een klank zwierig en zeldzaam als het goed zelf. Elders vindt men -ilve- nog in de plaatsnaam Hilversum en in de woorden milve en milver, gewestelijke nevenvormen van meluw ‘houtluis’. Vandaar bestaat in sommige delen van Vlaanderen ook het wonderlijke vermilveren ‘aangetast worden door houtluis, tot stof vergaan, vermolmen’. Zilver, dat uw schrijver liever als silver uitspreekt, is in een ver verleden ontleend aan een vreemde taal. Zeer gelijk in vorm doch onverwant is het Latijnse woord silva ‘bos, woud’, waar de eigennamen Silvia en Silvester van afgeleid zijn.

Advertenties
7 reacties leave one →
  1. Klaas J Eigenhuis permalink
    11 maart 2012 20:31

    Nog móóier woord dan Havik is het meervoud daarvan. Hoe zou je dat willen vormen, Olivier ?

    Klaas J Eigenhuis

  2. Klaas J Eigenhuis permalink
    11 maart 2012 21:33

    Bij dat zogenaamde vogelsuffix -k heb ik in mijn teksten tal van kritische opmerkingen. Hierbij mijn artikel -rik :

    -rik Uitgang bij de vogelnamen Doverik, Leeuwerik, Mau(we)rik, Schrieverik, Stoverik, zeeuwsvlaams Duverik en westvlaams Ganzerik [WVD]. Het moge duidelijk zijn, dat de uitgang -rik niet is opgebouwd uit r + i + k, waarbij i naar keus zou zijn op te vatten als een bindevokal bij een eenletterig suffix -k. Leeuwerik en Alk (en Vink) op één hoop gooien qua suffix, zoals EWN-3 p.197 doet, is dus zeer ondoordacht.
    -(e)rik is ws. in toch tenminste een deel van de voorbeelden het suffix dat ook in germ en keltische persoonsnamen 1 vanaf de 1e eeuw B.C. voorkomt [Schaar 1994; EWN 2003 p.695]. Het kan achter verschillende woordsoorten geplaatst worden: bij viezerik 2 achter een bnw. (inderdaad), maar bij Stoverik en wiveric achter een znw. (dus contra EWN-1 p.695).
    In Doverik, Mauwerik en Schrieverik is -(e)rik het pejoratieve suffix zoals in mnl wiveric ‘pantoffelheld’ en viezerik, gemenerik [Schönfeld p.227]. Slechterik, dommerik (stommerik), luierik (slomerik) hebben echter tegenovergestelde melioratieven : goeierik, slimmerik (gladderik) en vluggerik.
    Het suffix -erik in Duverik en Ganzerik wordt in verband gebracht met het geheel eigen suffix -erich in het D zoals dat in Enterich ‘Woerd’ ontstaan is.
    { De -k in Spork komt voort uit -g uit -w. }
    ______
    1 Balderik, Diederik, Frederik, Hendrik, Roderik. @
    2 bloterik, botterik, gemenerik, schijterik, slijmerik, snotterik (Heidbuchel), stijverik, valserik, vunzerik, zwarterik (Heidbuchel).

    • Paul J. Marcus permalink
      14 maart 2012 21:12

      Het element rik dat in persoonsnamen voorkomt is van oorsprong voorzien van een lange i. We zien dat in de oudste, de enige oorspronkelijk Gotische attestatie van de naam Frederik: Friþareikeis gen. sg. uit de Kalender op 23 oktober (In Van der Schaar is die naam ten onrechte van een asterisk voorzien onder -rik). Het betekent ‘rijk, vorst’. Het persoonsnaamelement -rik is ook geen suffix. Het is een woord, een onderdeel van een tweestammige naam. Het individualiserende achtervoegsel –erik waarmee in het Nederlands zelfstandige naamwoorden van bijvoegelijke naamwoorden worden afgeleid is van veel jongere datum. Het heeft niets met het k-suffix van de oude vogelnamen te maken. Er is wel een idee dat dit gevormd is naar de namen met –rik (EWN1).

      Leeuwerik heeft nergens een lange î in de diverse Oudgermaanse attestaties. Het bevat dan ook niet het naamelement rîk. Het is bovendien veel ouder dan de woorden met –erik. EWN3 geeft een aardige theorie van Schrijver weer over leeuwerik. Zie aldaar.
      Het k-suffix dat door EWN in verschillende vogelnamen wordt verondersteld voor te komen, vinden we uitsluitend in woorden die al heel oud zijn en die die vorm met –k- allang hebben, zoals havik of leeuwerik. EWN gooit de verschillende woorden met dat vermoede k-suffix niet op één hoop, zoals Eigenhuis hier beweert.Het is juist Eigenhuis die afgaande op de Nederlandse vorming leeuwerik uit ouder lewerke ten onrechte bij de veel jongere erik-woorden op een hoop gooit.

      Enterich en ganzerik hebben volgens de etymologische werken niet dat k-suffix. OHD anutrehho, MHD antreche, MND ântdrake, ME, NE drake (o.m. EWN1). Hoe we deze woorden ook interpreteren, ze laten weinig ruimte voor een opvatting dat deze woorden gevormd zijn met de stam rîk, hoewel ze ook heel goed samenstellingen kunnen zijn.

  3. Klaas J Eigenhuis permalink
    11 maart 2012 22:07

    http://www.woorden.org/woord/havik

    Hier staat het toch écht, de uitspraak van de tweede lettergreep van Havik is: [vik] . Niet [vək], niet iets wat rijmt met fuck !

    Nou, dan is Het Groene Boekje onder 4.4.1 [4] dus behoorlijk abuis, met zijn voor te schrijven: haviken. Foutje, bedankt !!

    Klaas J Eigenhuis

  4. Klaas J Eigenhuis permalink
    14 maart 2012 22:07

    “Het individualiserende achtervoegsel –erik waarmee in het Nederlands zelfstandige naamwoorden van bijvoegelijke naamwoorden worden afgeleid is van veel jongere datum. Het heeft niets met het k-suffix van de oude vogelnamen te maken. Er is wel een idee dat dit gevormd is naar de namen met –rik (EWN1).” [PM]
    Naar dat idee (“gangbare opvatting”) van EWN-1 p.695 verwees ik dus. EWN bewijst niet dat het –erik van het lemma hetzelfde is als het –erik van Diederik en Diedrich, en Paul bewijst het tegendeel evenmin. Ik laat het hier even voor wat het is. Maar meer diepgang op dit punt zal ik zeker appreciëren.
    “Bij dat zogenaamde vogelsuffix -k heb ik in mijn teksten tal van kritische opmerkingen. Hierbij mijn artikel -rik :
    -rik Uitgang bij de vogelnamen Doverik, Leeuwerik, Mau(we)rik, …”
    Ik geef toe dat de lezer hier niet weet, dat ik in mijn verzameling teksten ook nog het lemma –k heb, dat ik dan níet presenteer. Wil ik op navraag ook wel ophoesten (ik merk dat mijn teksten verslonden worden ;-). Maar in het artikel –erik merkte ik dan op (hetzelfde als in mijn artikel –k (=het zogenaamde vogelsuffix -k)), dat EWN de k van Vink gelijk schakelt aan de k van Leeuwerik en aan de k van Alk, als volgt: “Leeuwerik en Alk (en Vink) op één hoop gooien qua suffix, zoals EWN-3 p.197 doet, is dus zeer ondoordacht.”
    Paul, bedankt voor je reactie. Klaas J Eigenhuis

  5. Paul J. Marcus permalink
    17 maart 2012 09:20

    Hoe zou het meervoud van havik moeten luiden? De uitgang -ik kan in het Nederlands op twee manieren worden uitgesproken, te weten met de korte i of met de sjwa, de stomme e. De oppostitie tussen deze twee uitspraken wordt in de Nederlandse spelling noch in het enkelvoud noch in het meervoud uitgedrukt. Even bladerend in drie versies van het Groene Boekje (1954, 1995, 2005) vind ik havik, botterik, viezerik, gemenerik, monnik. Het werkwoord batikken is een vreemde eens in de bijt met zijn verdubbelde k. Van deze woorden wordt alleen het woord monnik uitgesproken met de sjwa. Er zit geen inconsistentie in de spelling haviken. Ik vermoed dat Olivier het liefst een meervoudsvorm haueka* (Onl) zou toepassen of wellicht ouder habukos* (OS). Maar het staat hem vrij om zelf te bepalen of hij zijn mening hieromtrent geeft en wat die mening zal zijn. Overigens bestrijd ik dat de u in Engels “fuck” met een sjwa wordt uitgesproken. Het rijmt dus niet op dadelijk.

    De verwijzing, 4.1.(4) naar de theoretische verantwoording van keus tussen k of kk betreft de editie 1995 van Het Groene Boekje. In 2005 is de verantwoording van die keus anders geformuleerd. Misschien heeft men de kritiek ter harte genomen, dat leeuwerik toch echt met een korte i wordt uitgesproken. Maar misschien is het hun ook opgevallen dat deze verdubbelingsregel niet wordt toegepast in de woordenlijst. Op blz. 19 van editie 2005 vinden we daarom regel 2B “Een medeklinker schrijven we dubbel na een korte klinker als er op die medeklinker nog een onbeklemtoonde lettergreep* volgt.” Dan volgen de uitzonderingen: “2B (a) enkele medeklinker in verbogen en vervoegde vormen van woorden die eindigen op onbeklemtoond -el, -es, -et, -ig, -ik, -it, -em”. Onder de daaronder genoemde voorbeelden worden o.m. leeuweriken en kieviten genoemd. Ik denk dat het ww. batikken een onverklaarde uitzondering op de regel is. Want het is schakelen, stencilen etc.

    Ik prefereer de meervoudsvorm haviken. Havikken vind ik er een beetje ongeletterd uitzien. Havicken ziet er weer te aanstellerig uit.

  6. gaardenier permalink
    17 september 2012 23:40

    Het woord baby komt van habibi, mijn schat in het Arabisch. Gaat het over een meisje is het echter habibati. In de tijd van de kruisvaarders waren vrouwelijke borelingen nog van geen tel. Veel verandering is daar nog niet in gekomen, meen ik.
    Boreling komt van geboren, in het Engels aangenomen via de Anglo-Saxons, in Australië veel gebruikt voor inboorlingen, zij het a born original. Wij echter spreken nog steeds van een ingeborene. Ook enough komt voort van genoeg, en plough, de oude schrijfwijze voor ploeg. Zij leerden het van ons, niet omgekeerd!
    Zelf prefereer ik niets, maar heb meestal wel een voorkeur. Soms kan dat een doorn in een zere teen zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s