Klankzinnig

Menig dag in de week jaag ik vlot mijn rijwiel langs de vaart: een aardige afstand waar ik meestal geen andere zielen tegenkom en waar ik zo zonder veel afleiding in gedachten verzonken raak, op gevaar af met fiets en al het water in te dwalen.

Op een van zulke tochten onlangs was ik in de weer met klanken, met de vraag welke klanken ik welluidend vind, in welke samenstellingen, en wat voor beelden ze oproepen. Ik zou immers nog eens mijn eigen taal willen maken, met woorden die geluidelijk lijken op de zaken waar ze naar verwijzen. En zo rolde de ene na de andere klank helder en met overtuiging van mijn tong:

Lees verder “Klankzinnig”

Mooie woorden – Oliviers keuze

Al jaren behoort liefde volgens velen tot de mooisten onzer woorden. Maar wat is er mooi aan liefde behalve hetgeen het uitdrukt? Welke schoonheid bezit het woord zelf? Eerder lijkt het niet bijzonder welluidend en vrij gewoon in opbouw. Evenmin schuilt er grote dichterlijkheid achter. Dan heeft dat andere welbeminde woord, desalniettemin, meer recht op roem, al is het nog altijd meer een versteende uitdrukking dan een echt woord.

Vandaar, met uw welnemen en stavelijk gerangschikt, de volgende voorstellen:

Lees verder “Mooie woorden – Oliviers keuze”

Valse noot

Lang heb ik gedacht dat het eigenlijk vreemd is om een enkel woord ‘mooi’ of ‘lelijk’ te vinden. Zijn woorden immers niet als muzieknoten die pas betekenis krijgen wanneer ze samengeweven worden tot zinnen en verhalen als tot melodieën en akkoorden? Maar wellicht gaat dit niet altijd op. Alsof de duvel zelf ermee speelde, werd ik onlangs op één dag driemaal geconfronteerd met een woord waarvan ik dacht dat het reeds lang verbannen was naar een afgelegen, verlaten Elba van de Nederlandse taal. Kennelijk echter is deze kleine banneling even sluw en vindingrijk als ooit de Kleine Keizer was.

Lees verder “Valse noot”

Aranmánoth

Er zijn woorden wier klank en aanschijn mij terstond doen dromen over een land waar metaal en wielen schaars zijn, en plastic en beton niets minder dan het werk van kwade geesten. Ja, het is alsof welluidendheid en geheimzinnigheid niet van deze wereld zijn.

Aranmánoth is niet de naam van een roemrijke burcht in een mythisch en woest land waar koningen om hebben gestreden. Noch is het een duistere, bloed-verzegelde toverspreuk in een gewijde taal uit een heidens verleden, of hoe een vermaard en krachtig strijdros hiet in een groot half-verloren heldendicht. Nee, het is evenmin de naam van een scheerse whisky uit de Schotse Hooglanden.

Lees verder “Aranmánoth”

Droom-omgolfde eilanden

Een van de meest dichterlijke kenmerken van onze taal heb ik altijd het gemak gevonden waarmee samenstellingen gevormd kunnen worden. Zelfs wie geen enkele kennis van rijm of andere dichttechnieken heeft, en nooit ‘poëtische’ gevoelens heeft (wat dat ook moge zijn), kan het plezier van dit dichterlijke, scheppende aspect van onze taal genieten. Men neme simpelweg een woordenboek, kieze zorgvuldig twee woorden, en het resultaat is bijna altijd verrassend en poëtisch. Zo zijn programmamakers en schrijvers ook vast op goed verkopende titels als vuurzee en zeemuziek gekomen.

Lees verder “Droom-omgolfde eilanden”

Sjwa

Om ongemakkelijke misverstanden direct in de kiem te smoren: sjwa beduidt hier niet de manier waarop leipe matties elkaar na een paar tjonkels in de hood begroeten, noch mijn favoriete couscousgerecht bij de plaatselijke Marokkaan. Het gaat om een klank die we gebruiken als we even niets te zeggen weten (uh) maar ook in tal van eenlettergrepige woorden (te, de, me, je, ze, etc.) en voor-/achtervoegsels (ge-, –en, –je, etc.). Van alle klinkers kost het produceren van een sjwa wel het minste moeite; een normaal gebouwd mens hoeft slecht zijn mond ontspannen te openen, de stembanden wat te laten trillen, en uit te ademen.

Lees verder “Sjwa”

Waars

Lente komt!

En dat is goed nieuws. Niet alleen omdat de bloemen dan weer bloeien en de bomen zich weer in lover hullen, maar ook omdat lente een zeer welluidend woord is. Dat is althans de bescheiden mening van uw trouwe schrijver. De klank ervan is zacht, met een tinteling op het eind, als van de zonnestraal die wij van dit jaargetij zo goed kennen, of als van de vlinder die dan zachtjes rondfladdert.

Lees verder “Waars”

Verguisd en vergeten?

Zelfs binnen de grenzen van Academia is hij tegenwoordig zo goed als vergeten, maar eens gonsde zijn naam door de gangen van Oxford en Cambridge waar menig jonge student, ontsnappend aan de strenge blik van zijn hoogleraren, in zijn betoverende versen een glimp opving van een wereld die mijlenver van de preutse moraliteit van het victoriaanse Engeland verwijderd was. Áls Algernon Charles Swinburne (1837-1909) nu nog herinnerd wordt, dan is het vanwege het schokeffect dat zijn anti-christelijke sentimenten en sexuele perversiteiten teweegbrachten in het Engeland van de jaren 1860. Het verschijnen van Poems and Ballads (1866) leverde hem al gauw de bijnamen Swineborne, Swiftburn en Sinburn op, en beroemd is dat dichteres Christina Rossetti de regel ‘The supreme evil, God,’ schrapte uit haar editie van Atalanta in Calydon (1865). Helaas overschaduwt dit eenzijdige beeld van Swinburne de werkelijke en blijvende waarde van zijn poëzie – zijn uitzonderlijke meesterschap van de muziek van traditionele versvormen.

Lees verder “Verguisd en vergeten?”

Een orde dichterlijk

The increased precision of modern English, though it is a great gain for the purposes of matter-of-fact statement, is sometimes the reverse of an advantage for the language of emotion and contemplation.

Zo sprak de Engelse filoloog Henry Bradley, en zo herhaalt de Engelse wijsgeer Owen Barfield hem in zijn boek over dichterlijke spraak, Poetic Diction. Het Engels is te nauw bepaald, bedoelt Bradley. En wat geldt voor het Engels geldt evenwel voor het Nederlands. Het zijn sterk analytische talen, dat wil zeggen dat zij betrekkelijk weinig uitgangen en verbuigingen hebben, en een zeer vaste woordvolgorde. Al doen zij in dezen nog onder voor het Chinees. Vergelijk hiermee de synthetische talen zoals het Latijn en het Grieks en ook het Oudgermaans (waar het Nederlands een telg van is). Zulke talen hebben vaak wel een verkoren woordvolgorde, maar geenszins een vaste; door de verbuiging van de woorden is het duidelijk wie of wat het onderwerp is, en wie of wat het lijdend voorwerp of meewerkend voorwerp.

Lees verder “Een orde dichterlijk”