Engeland, maar dan Nederlands
Talen vertakken en groeien uiteen, zoals het Nederlands en Engels uit het Germaans. Maar stel dat men aan beide zijden van de Noordzee al die tijd dezelfde taal gesproken heeft: de onze. Dan zou de kaart er iets anders uitzien. Lees verder “Engeland, maar dan Nederlands”
Over duinen en tuinen
Hoewel het Nederlands een Germaanse taal is wordt de oorsprong van duin en tuin vaak in het Keltisch gezocht. Tezamen zouden ze zelfs verschillende ontleningen van een en hetzelfde Keltische woord zijn. Maar hoe aannemelijk is dat? Lees verder “Over duinen en tuinen”
De weg door het veen bij het Drentse dorp Een
Sinds mensenheugenis was Drenthe van Friesland gescheiden door eindeloos veen, een onland dat op een enkele plek smal genoeg was om dwars door te steken. De Germaanse benaming voor deze oude weg schuilt er nog in de oordnaam Een. Lees verder “De weg door het veen bij het Drentse dorp Een”
Red het Nederlands van de managers
De zet van minister Dijkgraaf om de verengelsing en verwerelding van ons hoger onderwijs te beteugelen heeft geleid tot grote ophef en ontsteltenis. Wat opvalt: er is weinig gevoel voor het Nederlands als iets van eigen waarde. Lees verder “Red het Nederlands van de managers“
De ergste belediging bij de Germanen
Het kon u wettelijk de kop kosten in delen van de Germaanse wereld: een ander man erg noemen. Het wilde zeggen dat hij laf en verwijfd ware. Of in de eerdere betekenis van dit ooit uiterst beladen woord: als een vrouw ontvankelijk voor mannen. Lees verder “De ergste belediging bij de Germanen”
Het ie in ieder, iemand, iets en meer
Dat woorden als ieder, iemand en iets niet slechts door toeval op elkaar lijken zullen de meeste sprekers wel aanvoelen. Het ie dat ze gemeen hebben was vroeger een woord op zich: het is de Nederlandse evenknie van Duits je ‘ooit’ en eigenlijk een vorm van eeuw. Lees verder “Het ie in ieder, iemand, iets en meer”
Wanneer u hoort wat u leest
U kent het wel: net dat woord dat u ergens leest klinkt tegelijkertijd in een lied op de achtergrond. Door stom toeval moet het zo nu en dan gebeuren en toch krijgt het aldus vernomen woord meer betekenis. Hoe noemen we dit verschijnsel? Lees verder “Wanneer u hoort wat u leest”
Het heten van gewijde bomen
In een ander, wilder, minder druk Nederland loop ik lustig langs hagen en heilige bossen. Hier en daar, ook naast welgetimmerde wijhallen, wordt een machtige boom in het bijzonder vereerd. Hoe heten zulke bomen? Het is weer tijd voor een nieuw woord. Lees verder “Het heten van gewijde bomen”
Kijntijd
De knoppen barsten weer van het blad, dat zich kunstig ontvouwt en voortgroeit tot de volle tooi van bomen en kruiden. Wee dan de ziel die er niet stil bij staat om goed en nader te kijken. En weet ook: het oude woord voor dit schouwspel—dit groene uitbarsten—is het kijnen. Lees verder “Kijntijd”
Een bloem van oud westerwoud
Het is de tijd weer dat de wilde hyacinten bloeien tot blauwe kleden in de jaarrijke bossen van het westelijk Avondland. Elders komen ze vanouds op eigen kracht niet voor—en toch dragen ze een Griekse naam. We gaan op zoek naar eerdere woorden voor dit welbeminde kruid. Lees verder “Een bloem van oud westerwoud”
Hoe zee en meer als zilver blinken
Wat dacht men ooit in lang vervlogen, dichterlijke tijden bij het zien van wijd water onder hemels licht? Het vake schitteren zal toen reeds de strandgangers, zeilers en ander varend volk niet ontgaan zijn. Net dat opzicht zij vervat in het oude woord meer. Lees verder “Hoe zee en meer als zilver blinken”