Het hout van een halchter
Een oud, ooit wijdverbreid woord voor een boomaard, doch niet wis welke: dat mag liefhebbers van woorden en bomen verheugen. Van halchter spreken wij, een benaming die veelvormig voortleeft in oordnamen, zoals Halchter in Nedersaksen en Helchteren in Belgisch Limburg. Lees verder “Het hout van een halchter”
Sommige beken zijn itters
Verspreid over de Lage Landen en Noordwest-Duitsland zijn of waren een aantal beken met de naam Itter. Klaarblijkelijk was deze ooit een algemene aanduiding van kleine, wildzame stromen van een aard. Maar welke aard? Hoe verschillen deze itters—of itteren—van andere beken? Lees verder “Sommige beken zijn itters”
Een oud achtervoegsel voor geboomten
Hoe heet een groep berken of plek met menige berk? Niet gelijk een berkenbos, daar de bomen in een groter, gemengd bos kunnen staan. Wel is zij immer een berkt. Deze en andere afleidingen met een oud achtervoegsel leven veelvuldig voort als namen van oorden in de Lage Landen. Lees verder “Een oud achtervoegsel voor geboomten”
Katten zullen katten
De kat krijst, mauwt, spint, sluipt, slaat, bijt, blaast en bolt de rug. Naar een van die kenmerken zou kat een verwijzing kunnen zijn, maar welk is onwis. Het is zelfs de vraag uit welke taal het woord afkomstig is en hoe het zich verhoudt tot onder meer Latijn cattus. Wat kunnen wij nog ontdekken? Lees verder “Katten zullen katten”
Woen bij de Friezen
De vereerde zienergod Woen, wijs met zijn warende raven over Middelgaard, werd vroeger Weda genoemd door de heidense Friezen en hun nazaten. Dat is althans wat heden vaak gesteld wordt. Maar klopt het ook? En hoe zit het met woansdei en wensdei, de Friese evenknieën van woensdag? Lees verder “Woen bij de Friezen”
Hof, harg en hal: het heten van heiligdommen
Op een vredige stede onder grote bomen is de grond bij plecht gewijd. Een houten gebouw zal verrijzen, gesmukt met smaak en mate, als gelegenheid tot bezinning op het goddelijke en het wild. Een naam ontbreekt nog, maar er is gelukkig een schat aan woorden om een goede mee te maken. Lees verder “Hof, harg en hal: het heten van heiligdommen”
Wat een eenode
Eenzaamheid, verlatenheid, onherbergzaamheid, woestenij—er bestond ooit een enkel woord voor: eenode, de evenknie van Duits Einöde. Met zijn vergang werd ook een bijzonder achtervoegsel weer wat zeldzamer, een dat ook buiten het Germaans aan te wijzen is, bijvoorbeeld in Latijn barbātus ‘bebaard’. Lees verder “Wat een eenode”
Hoge ouderdom op de Veluwe
Midden op de Veluwe, aan een van de hoogste heuvels van Nederland buiten Limburg, ligt een eiland van gunstige grond met de naam Hoog Soeren. Reeds zijn eerste verschijning—Suornom in de negende eeuw—is niet gemakkelijk te doorgronden, een blijk van hoge ouderdom en lange bewoning. Lees verder “Hoge ouderdom op de Veluwe”
De Zassen met hun Zasse taal
Geworteld in Oost-Nederland en Noordwest-Duitsland zijn de nazaten van een volk en hun uiteengelopen taal die wij kennen als de Saksen en het Saksisch. Dat zijn echter naamvormen die betrekkelijk kort geleden van het Hoogduits zijn overgenomen. Zassen en Zas zijn de eigenlijke Nederlandse vormen. Lees verder “De Zassen met hun Zasse taal”
Te berde brengen
In een wereld vol met kunststof, beton en baksteen is er troost in allerhande houtwerk en bijbehorende woorden. Een daarvan is berd ‘tafel, plank’, thans vooral gebruikt in de uitdrukking te berde brengen. Het deelt met bord een oorsprong die verder geldt als onbekend. Wat kunnen wij ontdekken? Lees verder “Te berde brengen”
Stamrust
Gun mij de regen en dan die beste geur van het bos. Laat mij daar een laar wijden en houten zalen tot hof bouwen, waar wijde ramen van balk tot vloer reiken, zonder glas, en wij gezeten zijn voor een blik op de bomen met hun lover en lijnen. Wij zullen er bezinnen, en genieten en spreken van stamrust. Lees verder “Stamrust”