Skip to content

Het evenwoord

28 juni 2010

Het vinden van de juiste woorden is vaak een uitdaging. Des te meer in de dichtkunst. Als deze woorden dan ook nog moeten rijmen, dan leidt dit vaak tot een verslagen dichter die opgeeft of zich aan gekunsteldheden overgeeft. Bij het ‘gewone’ rijmen, het eindrijm, kan dit dan ook pijnlijk zichtbaar zijn. Veel woorden hebben nu eenmaal een zeer beperkt aantal rijmwoorden. Maar bij het rijmen dat ik onlangs heb besproken, het stafrijm, is de toestand veel gunstiger voor de dichter en diens publiek. Daar heeft immers ieder woord een groot aantal rijmwoorden.

Toch kan ook daar de keuze soms karig lijken. Dat vraagt om oplossingen, en die zijn er gelukkig van oudsher. Bij het stafrijm is het de dichter namelijk toegestaan een evenwoord (d.w.z. synoniem) te gebruiken of bedenken als de toestand erom vraagt, oftewel een woord dat wél rijmt en dus past in het gedicht. Stel de dichter wil zon zeggen, maar wil ook dat het (begin)rijmt met lucht. Dan kan hij er bijvoorbeeld voor kiezen lichtwiel te gebruiken in plaats van zon. Het is maar een voorbeeld.

Een dergelijk metaforisch evenwoord wordt in de IJslandse traditie een kenning genoemd. In de Oudijslandse letterkunde is een vloed van kenningen te vinden, van allerlei soorten en maten, sommige zeer ingewikkeld en enkel begrijpelijk voor ingewijden. In de Oudengelse letterkunde, met het heldendicht Beowulf als voornaamste werk, zijn kenningen van eenvoudiger aard. In de werken die er van de vastelandse (Germaanse) letterkunde zijn overgeleverd is nauwelijks een kenning te vinden, maar dat komt wellicht eerder doordat er zo weinig is overgeleverd, dan dat de vastelandse traditie niet of nauwelijks kenningen kende.

Een mooi en duidelijk voorbeeld van een Oudengelse kenning is bánhús. Het betekent ‘lichaam’, en de letterlijke vertaling is dan ook beenhuis. Hierbij moet hús/huis niet nauw worden opgevat als ‘woning’, maar eerder als zoiets als ‘bouw’. Vergelijk ons woord bakkes ‘gezicht, mond’, een samentrekking van bakhuis. Bak, ook te vinden in bakkebaard, is een oud ander woord voor wang.

En het kwam hierboven al heimelijk langs, maar het woord lichaam kan ook als kenning worden gezien. Het is een verbastering van Oudgermaans *līkahaman, oftwel lijk-haam. Lijk betekende oorspronkelijk ‘gedaante, gestalte’ (denk aan lijken ‘gedaante hebben, voorkomen’) en haam betekende ‘omhulsel’. Een mans lichaam is dus het omhulsel dat hem gestalte geeft. Ogenschijnlijk alledaagse woorden krijgen zo opeens veel meer dichterlijke diepgang.

Stafrijm vaart wel bij een rijke voorraad al dan niet dichterlijke evenwoorden. En ook voor een taal op zichzelf zijn evenwoorden een zegen. Wie zich van tijd tot tijd waagt aan het bedenken van een evenwoord slijpt zijn taalvermogen. Hij besteedt ook meer aandacht aan de zaak waar het woord naar moet verwijzen, en heeft zodoende meer aandacht voor de wereld om zich heen, in het algemeen. Een rijkere taal leidt tot een rijkere kijk, en andersom. En evenwoorden kunnen ook leiden tot grotere fijnzinnigheid binnen de taal. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat sprekers niet meer beseffen dat twee of meer woorden naar hetzelfde verwijzen; dat ze denken dat elke benaming naar iets (net) anders verwijst. Zo kan een evenwoord zich ontwikkelen tot een woord waarmee fijnzinnig onderscheid kan worden gemaakt.

Maar een taal wier sprekers evenwoorden blijven gebruiken en bedenken, die is ook beter bestand tegen de vloed van woorden uit andere talen.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s