Kjelbergen

Of: het bedenken van namen voor in een verhalenwereld

Wee de gekken die het in hun hoofd halen een hele wereld voor hun verhalen te verzinnen, met overtuigende namen voor alle landen, oorden, bergen, wateren en wezens die men erin mag vinden. Meest geslaagd ware nog altijd de oefening van J.R.R. Tolkien. Velen hebben zijn voorbeeld gevolgd, met goede en minder goede vruchten, al zijn er in de Lage Landen bij mijn weten nog maar weinig echte pogingen gewaagd. Daar wil ik al jaren verandering in brengen, getuige de aanwas van aantekeningen en schetsen die mijn laden en harde schijf inmiddels kennen.

Lees verder “Kjelbergen”

Over hobbits en azalea’s

Op het vorige week gehouden poëziefestival in Rotterdam werd liefhebbers de kans geboden in het bijzijn van een dichter, een vertaler en andere belangstellenden, een aantal gedichten te vertalen. Nou ben ik niet erg vertrouwd met het onherbergzame landschap der moderne poëzie, maar de mogelijkheid om een aantal van deze  bijeenkomsten bij te wonen wilde ik niet mislopen. Vertalen, en in het bijzonder het vertalen van scheppend, dichterlijk taalgebruik, heb ik altijd de beste manier gevonden om mijn beheersing van bron- en doeltaal bij te schaven.

Lees verder “Over hobbits en azalea’s”

Verloren in vertaling

Poëzie is wat verloren gaat bij het vertalen. Dat was althans de mening van de Amerikaanse dichter Robert Frost (1874-1963). Het is een veelgehoorde opvatting, en niet zonder reden: meer nog dan prozaschrijvers, spelen dichters voortdurend met de ritmes en bijzondere beelden, gedachten, en subtiele associaties van woorden. Wie kan bijvoorbeeld zonder de dreunende, monotone klank van het woord ‘tomorrow’, Macbeths beroemde klacht ‘Tomorrow, and tomorrow, and tomorrow’ vertalen?

Lees verder “Verloren in vertaling”

Nieuw leven voor Oudnederlands

Vraag een willekeurige Nederlander wat hij weet over Oudnederlands en hij komt waarschijnlijk niet veel verder dan hebban olla vogala… En dat is mits hij “Oudnederlands” niet verstaat als “oud Nederlands”, zoals dat van de Gouden Eeuw. Dat is ook niet gek, want er is nu eenmaal weinig in het Oudnederlands overgeleverd. En tegenwoordig krijgen kinderen hoe dan ook weinig mee van de vaderlandse geschiedenis in de tijd van het Oudnederlands en daarvoor. En dat is jammer, want er valt veel over onze verdere voorouders te vertellen.

Lees verder “Nieuw leven voor Oudnederlands”

Veroorzaking

De kunst van het oorzakelijk werkwoord is jammerlijk een vergeten kunst. Zo’n woord is naar diens aard bondig genoeg om als een dichterlijke vuistslag aan te komen, vooral na verdere ontwikkeling in betekenis. Neem bijvoorbeeld Oudengels swebban ‘doden’. Eigenlijk is dit een oorzakelijk werkwoord bij Oudengels swefan ‘slapen’. Swebban betekende dus oorspronkelijk ‘doen slapen’. Zelf oorzakelijk werkwoorden bedenken kan een genot zijn, maar het vergt … Lees verder Veroorzaking

Leenwoorden verheemduid

Sommige leenwoorden hadden net zo goed erfwoorden kunnen zijn. Sommige woorden lijken zo inheems, zo in overeenstemming met de klanken en beklemtoning van de ‘gewone’ taal, dat weinig mensen zouden raden dat ze ooit ontleend zijn. Muur en straat zijn goeie voorbeelden hiervan; ze komen uit het Latijn, van mūrus ‘stenen muur, gemetselde wand’ en (via) strāta ‘geplaveide (weg)’. Dergelijke leenwoorden zijn dan ook niet … Lees verder Leenwoorden verheemduid

Werkgroep -eren

Alweer een tijd geleden was er een lezersverzoek om evenwoorden te bedenken voor werkwoorden die op -eren eindigen. Terwijl ik hiermee bezig was merkte ik dat dergelijke werkwoorden meestal worden vergezeld door een zelfstandig naamwoord (en vaak ook een bijvoeglijk naamwoord) van dezelfde stam. Zo staat naast combineren ook combinatie en naast informeren ook informatie. Wie voor zo’n werkwoord een evenwoord wil verzinnen doet er … Lees verder Werkgroep -eren

De uitvoerende

Als wij tegenwoordig een nomen agentis bij een werkwoord willen maken, oftewel een woord waarmee een uitvoerende persoon of zaak wordt aangeduid, dan plakken we -er of (diens variant) -aar achter de stam van het werkwoord. Zo krijgen wij bijvoorbeeld krijger bij krijgen en wandelaar bij wandelen. Dit achtervoegsel heeft het Nederlands ontleend aan het Latijn. Het is een welbruikbaar achtervoegsel. Maar welke achtervoegsels kon … Lees verder De uitvoerende

Nederlandse aanvoegsels

Wie een Nederlands woord wil maken mag zich gelukkig prijzen. Onze taal leent zich buitengewoon gemakkelijk voor het smeden van nieuwe woorden, omdat zij een rijkdom aan aanvoegsels bezit, dat wil zeggen voor- en achtervoegsels. Voor mijzelf en voor anderen die hun scheppingsdrang niet kunnen onderdrukken heb ik een (hopelijk zo goed als) uitputtende lijst met aanvoegsels gemaakt. Het is een klein naslagwerk. Hier kunt … Lees verder Nederlandse aanvoegsels

Ruïne

Op de lijst met leenwoorden waar lezer Lander evenwoorden voor zoekt staat ook ruïne. Dit schone woord is al dan niet via het Frans ontleend aan Latijn ruīna ‘het neervallen, het instorten (van een bouwwerk), de ondergang’, een afleiding van ruere ‘zich haasten, neerstorten, instorten’. Volgens het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (EWN) is dat werkwoord van onzekere herkomst, maar mogelijk is het verwant aan … Lees verder Ruïne