Skip to content

Raag

30 mei 2013

raag

De aanblik van een gebergte waarvan de besneeuwde toppen zich hoog boven de wolken verheffen, de beschrijving van een razende storm, of de schildering van het rijk van de hel door Milton wekken behagen op, maar gepaard met huivering (…).

Uit:
Opmerkingen over het gevoel van het schone en het verhevene
(1763, vertaling door Ike Kamphof)

Aldus spreekt de Duitse wijsgeer Immanuel Kant in een van zijn vroegere werken. Hij onderscheidt hier het verhevene van het schone. Beide vervoeren ons tot hogere gevoelens, maar het verhevene grijpt ons aan, terwijl het schone ons bekoort. Het verhevene moet altijd groot en eenvormig zijn, het schone kan klein en druk en getooid zijn. In zijn latere werk zou hij hier nog veel verder over uitweiden.

Kant was niet de eerste noch de laatste die nadacht over het verhevene, en ook niet de enige die bergen als verluchting nam. In 1699 gaat de Engelse dichter Joseph Addison op grote rondreis door het vasteland en meldt hoe de Alpen de geest vullen met een aangenaam slag afgrijzen. Bergen bij uitstek herinneren ons aan onze nietigheid in het geweld van het wijde wild.

Echte bergen ontbreken geheel in de Lage Landen, en het is dan ook geen toeval dat Kant in de “Hollander” weinig gevoel voor het verhevene (noch het schone) kan ontdekken en hem vooral als opgeblazen ziet. Vroeger, zo zouden wij Kant kunnen aanvullen, was er nog de landverslindende Noordzee om hem te verstommen.

Zo verheven, aangrijpend en huiveringwekkend als een berg kan zijn, het woord berg zelf, hoewel mij lief, bezit niet de klankkracht om dit te verbeelden. Niet dat uitgerekend Nederlanders nood hebben aan meer dan één woord voor ‘berg’, maar ik zou graag nog een tweede, dichterlijk woord voor deze stenen gevaarten willen hebben, een met een lange klinker.

In het Middelnederlands was het woord ragen ‘uitsteken, vooruitsteken’ nog vrij algemeen. Midden uten hovede voren raghet hem een hoorn, schrijft Jacob van Maerlant bijvoorbeeld over de eenhoorn. In het Duits leeft het woord nog als ragen ‘oprijzen’, en verscholen in hervorragend ‘uitstekend’. Bovendien is het woord vermoedelijk verwant aan Duits regen ‘(zich) bewegen’ en Gronings reugen ‘(zich) bewegen’.

En zo voorhoor ik raag als dichterlijk woord voor ‘berg’. Of eigenlijk raaaag met diepe stem voortgerommeld. In klank gelijkt het woorden als ruig en zaag. Vergelijk daarvoor ook de naam Irensaga voor een van de bergketens in Tolkiens Midden-Aarde. Dat is Oudengels voor Ironsaw, oftewel ijzerzaag. Kijk ik naar een berg en spreek ik raag, dan stemt mij dat tot hogere gevoelens, ja de verhevenheid!

Wortelkundige opmerking
Raag zou net als berg een mannelijk woord zijn en teruggaan op Oudnederlands rago en uiteindelijk op Oudgermaans *ragō ‘rijzende, uitstekende’. Vergelijk de ontwikkeling van maag (in het lichaam) uit Oudnederlands mago en uiteindelijk Oudgermaans *magō.

Advertenties
2 reacties leave one →
  1. Leander permalink
    31 mei 2013 12:47

    Mooie vondst ! 🙂
    Klein vraagje, wat bedoelt u met ‘zo voorhoor ik’ ?

  2. Olivier van Renswoude permalink*
    31 mei 2013 13:51

    Och, dat is slechts een speling op “zo voorzie ik”. 😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s