Tolkien, Denemarken en de Engelfriese wereld

De Denen, vanuit hun bakermat in Zuid-Zweden, veroverden tegen het einde van de oudheid een aanzienlijk deel van de Engelfriese wereld dat sindsdien Denemarken heet. Zo was de mening van de welbekende Engelse schrijver en hoogleraar Oudengels J.R.R. Tolkien.

Wij stuiten in dit geschil, en in de legenden eromheen, op iets zeer ouds in het hart van de vergeten geschiedenis van het Germaanse Noorden in heidense tijden. Alle behalve de laatste hoofdstukken zijn al vaag en ver weg in de vroegste Oudengelse overleveringen. In de Noordse vertelling is de hele zaak verward en verdraaid door de overname en ‘verdeensing’ van overleveringen die van oorsprong niet Deens (noch Scandinavisch?) waren, maar behoorden tot het schiereiland en de eilanden van wat wij (bij gebrek aan een beter woord) de Engelfriese volken mogen noemen, verdreven of ingelijfd door de Denen in de vroege eeuwen van ons tijdperk.

Lees verder “Tolkien, Denemarken en de Engelfriese wereld”

De een zoals de ander

Door scheiding komt verscheidenheid: een wordt een en ander en vandaar de vele zaken en wezens die er zijn—met verschillen en gelijkenissen. Zulk is de tauw, de ondoorgrondelijke schikking des bestaans. Door scheiding zijn ook tegenhangers, tweelingen en andere evenbeelden mogelijk, een waarheid die vervat zij in enkele oude, onderling verwante woorden en namen, waaronder Latijn geminus, Oudnoords Ymir en Fries Jimme. Lees verder “De een zoals de ander”

Onder hoede van de hemelse tweeling

Hoe zou hier heden een heidendom in hoge beschaving eruitgezien hebben, als het herontstaan ware of nooit verdwenen? Licht voorstelbaar zijn vredig omboste hoven van kunstige houten wijhuizen met gulden smuk onder rieten dak—waardige tegenhangers van zulke plechtige doch eenvoudige oorden als Ise Jingū in Japan. En wellicht zou op veel gevels een opvallend beeld prijken: een tweetal gekruiste paardenkoppen. Lees verder “Onder hoede van de hemelse tweeling”

Engelen en Saksen in de Friese landen

Bij het dagen van de Middeleeuwen maken Engelen en Saksen in groten getale de overtocht naar Brittannië vanuit hun thuislanden aan de oostelijke Waddenzee. Anderen van hen vestigen zich dichter bij huis, in het dan nagenoeg verlaten uiterste noorden van de Lage Landen. Een schitterende getuige van dit verleden zijn wel de namen van twee naburige oorden in het ooit Friese deel van Groningen: Englum en Saaksum. Lees verder “Engelen en Saksen in de Friese landen”

Het Hollandse eiland naast Kopenhagen

Koning Christiaan II van Denemarken deed wenkbrauwen ophalen in 1519 toen hij besloot bijna heel het eiland Amager voor de kust van Kopenhagen aan Hollandse boeren te geven. Alle Deense inwoners, behalve die van een dorp in het zuidoosten, werden bevolen het veld te ruimen voor deze inwijkelingen, die bovendien de nodige voorrechten ontvingen. Waar in Holland of elders in de Lage Landen deze boeren vandaan kwamen is lang betwist, maar nieuw onderzoek heeft de zaak beslecht. Lees verder “Het Hollandse eiland naast Kopenhagen”

Schiermonnikoog en andere ogen in de Waddenzee

Tegen het einde van de Middeleeuwen wordt vanuit het klooster Klaarkamp bewesten Dokkum een uithof gesticht op een Waddeneiland dat dan te boek staat als Werner oge. De monniken maken het meer bewoonbaar en de kappen die ze dragen zijn schier, oftewel lichtgrijs, zodat het heden algemeen bekend staat als Schiermonnikoog. Dat maakt het eerste deel van de naam duidelijk, maar waarom heet het een oog net als enkele andere eilanden verder naar het oosten? Lees verder “Schiermonnikoog en andere ogen in de Waddenzee”

De heilgodin

Uit de tijd dat Rome het Rijnland bezette met het oog op de rest van Germanië zijn ons vele namen van daar inheemse godheden overgeleverd. De meeste vindt men op de zogenaamde wijstenen waarmee men eer bewees of blijk gaf een gelofte aan zulke wezens te hebben vervuld. Vaak komt zo’n naam weinig voor en is het gissen naar de betekenis. In het geval van Alateivia, bekend van een enkele wijsteen, kunnen we echter met enig vertrouwen zeggen: dit ware een godin die voor lijfelijk heil werd ingeroepen. Lees verder “De heilgodin”

Zwart goud

Vele, zo niet de meeste talen op Aarde danken gas aan de Vlaamse geleerde J.B. van Helmont, die het in de zeventiende eeuw vereenvoudigde uit chaos. Dat oorspronkelijk Griekse woord werd ruim een eeuw tevoren al door zijn grote Zwitserse voorbeeld Paracelsus gebruikt voor hetzelfde begrip. De vorm van gas maakt evenwel dat het gemakkelijk te verheemduiden is, in dit geval als ware het afkomstig van de wortel van gist, zoals dan ook een tijdje gemeend is. Met olie daarentegen valt niets te beginnen—als duidelijke ontlening blijft het een vlek op het water. Maar wat zouden we anders zelf bedacht kunnen hebben voor dit vettige spul? Lees verder “Zwart goud”