Engels queen, Nederlands kwaan

Mocht het huis Oranje-Nassau vallen, wijken voor het mijne bij de gunst des hogen hemels onder heilig recht, dan zal mijn gade, moeder mijner telgen, waarlijk geen koningin maar kwaan heten. Zo is het besloten. Of zo zie ik het voor me. Hoe dan ook verdient onze Nederlandse evenknie van Engels queen een hand uit de vergetelheid, want het is een woord met een rijk verleden. Lees verder “Engels queen, Nederlands kwaan

De helweg en de holle weg

In den hart der Duitsen wereld, waartoe eer ook de Lage Landen behoorden, bestond vanouds een netwerk van helwegen, de tamelijk brede paden die vaak verzonken waren door de tred van talloze handelaars en heerscharen. Men heeft wel gemeend dat hel in dezen naar het dodenrijk verwijst of anders het licht van een baan door het bos, maar daarmee is lang niet alles gezegd… Lees verder “De helweg en de holle weg”

Het gedrang der kruiden

Er zijn weinig plekken waar ik liever ben dan daar waar het wild zijn gang kan gaan in mei op vochtige, veie grond, liefst glooiend en hellend, met bomen die ruim het licht doorlaten. Overal gedijt het dicht en groen: met mals gras en zaailingen; met netels en daslook; zevenblad, ereprijs en muur; kleefkruid, speenkruid, fluitenkruid, ga zo maar door. Gelukkig ken ik in mijn omgeving zulk noordelijk oerwoud. Het is een volheid vervat in het woord kruid. Lees verder “Het gedrang der kruiden”