Brabant en andere banten

Geleerden hebben zich lang verwonderd over het bestaan van Brabant. De naam dan. Het is duidelijk een verbastering van wat in volle vorm Braakbant zou luiden, kennelijk met braak in de zin van ‘onbebouwd, onbeploegd’ en daarmee een herinnering aan een tijd van leegloop toen het Romeinse Rijk aftakelde. Maar bant is niet helemaal duidelijk, behalve dat het in en om de Lage Landen naar een streek of gebied van een wisse aard kon verwijzen. Lees verder “Brabant en andere banten”

Een wakkere waterling

2021 is het Jaar van de Otter volgens de Nederlandse Zoogdiervereniging. Het gaat goed met deze dolende waterbunzingen sinds hun herintrede na een jammerlijk uitsterven in 1988. Betrekkelijk goed althans, want met minder dan vijfhonderd zielen hebben ze nog een lange weg te gaan in en om deze meren en stromen. Maar ze horen hier thuis en dragen een van de oudste diernamen die onze taal bezit. Lees verder “Een wakkere waterling”

De wakel wintergroen op woeste grond

Hoewel het gebruik van de kerstboom zoals wij het kennen slechts twee eeuwen geleden lijkt te zijn verbreid vanuit Duitsland, waar het ook niet al te oud ware, moet de zinnekracht van de groenblijvende boom of struik al heel lang gevoeld zijn overal waar echte jaargetijden wisselen. In de Lage Landen komen oorspronkelijk slechts enkele van zulke soorten voor, waaronder niet de spar, nu de wijnachtsboom bij uitstek, maar wel de jeneverbes. Of om met een inheems woord te spreken: de wakel. Lees verder “De wakel wintergroen op woeste grond”

De tijd die ons toebedeeld is

In Ridley Scotts rijkelijk geschapen meesterwerk Blade Runner (1982) is de jacht geopend op een groep replicants—kunstmatige mensen bedoeld voor arbeid—die na een buitenwereldse opstand naar Aarde is gekomen. Leider Roy Batty, onvergetelijk gespeeld door Rutger Hauer, zoekt hun maker en wil van hem een langer leven, meer dan de enkele jaren die hun ontwerp toelaat. Het is een toekomstverhaal, maar het rijmt met de tijd dat men geloofde in een hogere macht die de lengte van ons leven bescheert, zij die God of het lot. Lees verder “De tijd die ons toebedeeld is”

Het damhert is een das

Ree en edelhert leven sinds mensenheugenis in de Lage Landen, maar het damhert kennen wij dankzij de Romeinen, die dit vaak gevlekte dier damma noemden en overal meebrachten. Niettemin bestond er ook geruime tijd een opmerkelijk Nederlands woord voor: das. Is dit hetzelfde als het woord voor die kleine bolle burchteling met zijn zwart-witte kop of is het van heel andere herkomst? Lees verder “Het damhert is een das”

Zwart als een ulk

De herfst vordert en de nachten groeien almaar langer. Er is geen betere tijd om te spreken over wat immer daar is, wachtend: de griezels in het donker. Velen van ons kennen de nachtmare, de onnoemelijk kwaadaardige schaduw die des nachts het bed nadert wanneer wij hulpeloos verlamd zijn. Maar er zijn andere aanwezigheden—onder vele namen—die ons willen grijpen vanuit de duisternis. Een zo een is de ulk, zoals die heet in Saksische streken. Lees verder “Zwart als een ulk”

Op zoek naar Ister, vader van Germanen

De geschiedenis is rijk aan verhalen over de oorsprong van goden, vorsten en volkeren. In Japan heet het keizerlijke huis af te stammen van Amaterasu, de zonnegodin die zelf uit het oog van de schepper Izanagi gekomen is. Volgens de IJslandse overlevering zijn de eerste twee mensen, Askr en Embla, gemaakt van stukken hout die de goden op het strand vonden. En bij ons klonk ooit het loflied van een oerwezen en zijn zoon en kleinzonen, vanwaar de drie Germaanse volkeren in Middelgaard hun naam hadden. Lees verder “Op zoek naar Ister, vader van Germanen”

De heilgodin

Uit de tijd dat Rome het Rijnland bezette met het oog op de rest van Germanië zijn ons vele namen van daar inheemse godheden overgeleverd. De meeste vindt men op de zogenaamde wijstenen waarmee men eer bewees of blijk gaf een gelofte aan zulke wezens te hebben vervuld. Vaak komt zo’n naam weinig voor en is het gissen naar de betekenis. In het geval van Alateivia, bekend van een enkele wijsteen, kunnen we echter met enig vertrouwen zeggen: dit ware een godin die voor lijfelijk heil werd ingeroepen. Lees verder “De heilgodin”

IJzer uit de grond

In de zesde eeuw voor Chr. is de Noordse IJzertijd begonnen: van Nederland tot in Zweden gaan de Germanen eindelijk hun eigen ijzer winnen. Niet uit groeven in de bergen zoals de Kelten in het zuiden, maar uit de bodem langs beken en vlieten op de juiste plekken. Daar schuilen kluiten van ijzer, zand en klei die men met het nodige wassen en verhitten terugbrengt tot ruwijzer. Wij kennen deze kluiten en de grond waar ze in gevonden worden als oer. Dat zij de ongeziene evenknie van een Latijns woord voor een andere, dure stof. Lees verder “IJzer uit de grond”

Vergaard, verborgen, bewaakt

Zo groot als onze woordenschat is, er ontbreken intussen heel wat kleinoden die er ooit lang deel van waren. Ook uitgerekend een woord voor ‘schat’ is al enige tijd verdwenen, alsof het ongezien een donkere hoek is ingerold of recht onder onze neus vandaan is geroofd door een of andere vranke smiecht. Waar is hoord gebleven? En waar hadden we het ook alweer vandaan? Lees verder “Vergaard, verborgen, bewaakt”

De namen van de bunzing

Hoewel hij niet minder sluw dan een vos is heeft de arme bunzing vooral de naam te stinken. En te stelen, want hij is de schrik van het hoenderhok zoals hij eieren kaapt en kippen de kop afbijt. Men priset an dit dier niet el dan allene sijn vel (‘men prijst dit dier enkel om zijn vel’), schreef de bekende geleerde dichter Jacob van Maerlant in de dertiende eeuw. Geringe roem voor een roofdier dat in zijn tamme verschijning—de fret—zo dienstbaar is gebleken. Is een van zijn namen wellicht gunstig? Lees verder “De namen van de bunzing”