Romeinen, Germanen, gemene woorden
Lang voordat geleerden inzagen hoe allerhande talen van Europa tot in India afstammen van een enkele taal, het Indo-Europees, was er verwondering over de overeenkomsten en verschillen tussen talen. Zo moet het ook gegaan zijn met Romeinen en Germanen, toen ze eenmaal elkaars spraak hoorden. Lees verder “Romeinen, Germanen, gemene woorden”
Tolkien, Denemarken en de Engelfriese wereld
De Denen, vanuit hun bakermat in Zuid-Zweden, veroverden tegen het einde van de oudheid een aanzienlijk deel van de Engelfriese wereld dat sindsdien Denemarken heet. Zo was de mening van de welbekende Engelse schrijver en hoogleraar Oudengels J.R.R. Tolkien. Lees verder “Tolkien, Denemarken en de Engelfriese wereld”
Wat vragen voor Yoïn van Spijk
Met overzichten die aan kleine schoolborden doen denken wordt op de jonge webstede Taal aan de wandel stapsgewijs de ene na de andere ontwikkeling in de Germaanse en Romaanse talen inzichtelijk gemaakt. Wij spraken met de man achter deze vlotte veldtocht voor de taalkunde: Yoïn van Spijk. Lees verder “Wat vragen voor Yoïn van Spijk”
Op het reine zand
Nederland, bekend om zijn klei en veen, barst evengoed van het zand en heeft zelfs het grootste stuifzandgebied in West-Avondland. Zand kon rein heten, want dat betekende vroeger tevens ‘fijn’ en eigenlijk ‘gezeefd’. Met die kennis is van alles te duiden, waaronder de oordnamen Rhenen en Renswoude. Lees verder “Op het reine zand”
Deze klinker verdonkert telkens weer
Het Algemeen Nederlands heeft een oude lange /aː/ bewaard in woorden als daad en spraak, gelijk het Duits met Tat en Sprache. Maar in grote delen van de Germaanse wereld is die klinker richting een lange /oː/ verschoven, zij het in verschillende mate en spelling, van Brabants daod en spraok tot Zweeds dåd en språk. En het is niet de enige keer dat een zogenaamde verdonkering is gebeurd. Lees verder “Deze klinker verdonkert telkens weer”
Reizigers van verre
Elders in de peilloze ruimte van het heelal, getooid met zijn talloze werelden, moet leven van hoog verstand zijn. Of tieren zelfs. En toch zien we er geen tekenen van. Het is ijselijk stil aan de kimme van ons kunnen. Dit raadsel is de welbekende Fermiparadox—in goed oud Nederlands de wonderspreuk van Fermi. Eén mogelijkheid weegt zwaar: ze hebben ons allang gevonden. Lees verder “Reizigers van verre”
Germaans gezelschap
Halverwege het hoge heldendicht Béowulf rouwt koning Hróðgár om de dood van zijn gevolgsman Æschere, dien hij zijn eaxlgestealla noemt, oftewel degene met wien hij schouder aan schouder staat—in de schildwal op het slagveld. Dat tekent de Germaanse talen in een bijzonder rijk opzicht: ruim gebruik van het voorvoegsel ge- om een band tussen zielen uit te drukken. Lees verder “Germaans gezelschap”
Engels queen, Nederlands kwaan
Mocht het huis Oranje-Nassau vallen, wijken voor het mijne bij de gunst des hogen hemels onder heilig recht, dan zal mijn gade, moeder mijner telgen, waarlijk geen koningin maar kwaan heten. Zo is het besloten. Of zo zie ik het voor me. Hoe dan ook verdient onze Nederlandse evenknie van Engels queen een hand uit de vergetelheid, want het is een woord met een rijk verleden. Lees verder “Engels queen, Nederlands kwaan“
De helweg en de holle weg
In den hart der Duitsen wereld, waartoe eer ook de Lage Landen behoorden, bestond vanouds een netwerk van helwegen, de tamelijk brede paden die vaak verzonken waren door de tred van talloze handelaars en heerscharen. Men heeft wel gemeend dat hel in dezen naar het dodenrijk verwijst of anders het licht van een baan door het bos, maar daarmee is lang niet alles gezegd… Lees verder “De helweg en de holle weg”
Een nieuwe morgen voor de noemkunst
Stelt u zich voor dat de voornamen om u heen doorzichtig en begrijpelijk zijn. U hoeft niet te vragen of op te zoeken wat deze en gene betekenen, want het zijn bekende woorden of samenstellingen ervan. Ondenkbaar als dat nu zij, zo was het tot in de vroege middeleeuwen, een tijd van heldere naamgeving. Die dagen kunnen herleven—met vernoeming naar bomen en ander goeds. Lees verder “Een nieuwe morgen voor de noemkunst”
De wezens achter de schermen
Sinds de ontketening van kernkracht bijna 80 jaar geleden vertellen talloze getuigen van zonderlinge dingen in en uit de hemel. Nieuwe onthullingen door de Amerikaanse overheid maken dat hoon en loochening in hoge vaart wijken voor ernst en acht. Er lijkt iets van hoog verstand aanwezig en bezig: een uiterst vreemde mogendheid die niet gelijk buitenaards hoeft te heten. Voor een ruimer denkraam heeft onze taal nood aan woorden. Lees verder “De wezens achter de schermen”