Kijntijd
De knoppen barsten weer van het blad, dat zich kunstig ontvouwt en voortgroeit tot de volle tooi van bomen en kruiden. Wee dan de ziel die er niet stil bij staat om goed en nader te kijken. En weet ook: het oude woord voor dit schouwspel—dit groene uitbarsten—is het kijnen. Lees verder “Kijntijd”
Een bloem van oud westerwoud
Het is de tijd weer dat de wilde hyacinten bloeien tot blauwe kleden in de jaarrijke bossen van het westelijk Avondland. Elders komen ze vanouds op eigen kracht niet voor—en toch dragen ze een Griekse naam. We gaan op zoek naar eerdere woorden voor dit welbeminde kruid. Lees verder “Een bloem van oud westerwoud”
Hoe zee en meer als zilver blinken
Wat dacht men ooit in lang vervlogen, dichterlijke tijden bij het zien van wijd water onder hemels licht? Het vake schitteren zal toen reeds de strandgangers, zeilers en ander varend volk niet ontgaan zijn. Net dat opzicht zij vervat in het oude woord meer. Lees verder “Hoe zee en meer als zilver blinken”
Het baal zal branden
Paasvuren woeden reeds vele jaren in grote delen van de Germaanse wereld. De oorsprong en vroegere bedoeling van dit lentegebruik zijn onbekend, maar als we die in het oude heidendom zoeken mogen laat de eigenlijke naam van zulk vuur zich raden als baal of eed. Lees verder “Het baal zal branden”
De a die eigenlijk geen a is
Niet zelden leidt misbegrip van een spelling tot een nieuwe uitspraak die vervolgens ook nog eens ingang vindt. Soms gaat het dan om een gewestelijke vorm die verkeerd ‘vernederlandst’ wordt, zoals gebeurd is met namen als Ten Kate en Kerkrade met hun oneigenlijke a.
Turen is tuur hebben
Bij aanvang van de zestiende eeuw duikt het werkwoord turen op in onze schriftelijke overlevering. Schijnbaar uit het niets, want buiten de Lage Landen lijkt het nagenoeg niet bekend. Naar zijn herkomst is eerder enkel gegist, maar het zou wel eens de evenknie van een welbekend Engels woord kunnen zijn. Lees verder “Turen is tuur hebben”
De immergroene, vinnige hulst
Als enige hier inheemse loofboom die ’s winters niet zijn blad verliest zal de hulst van enige betekenis geweest zijn voor onze voorouders, misschien wel heilig zoals de groenblijvende sakaki nog steeds is in het Japanse volksgeloof. Maar de hulst heeft nog een ander kenmerk: stekels. En daar is die wel naar vernoemd. Lees verder “De immergroene, vinnige hulst”
Een oude kunst met vezels
Het weinig bezongen wonder dat wij papier noemen, een handzaam vel gemaakt uit een brij van vezels, werd meer dan tweeduizend jaar geleden uitgevonden in het oosten des Morgenlands. Het woord daarentegen komt van elders en sloeg op iets anders. Dat nodigt uit tot een nieuwe, nauwere verwoording. Lees verder “Een oude kunst met vezels”
Een oud woord voor ‘donker’
Het wordt heden verondersteld dat Engels dun ‘bruingrijs’, voorheen ‘donker’, ontleend is aan het Keltisch, een taal waarvan vormen ooit in heel Brittannië gesproken werden. Er zijn echter aanwijzingen dat het wel degelijk een Germaans woord is, met vermoedelijke evenknieën in Nederlandse achternamen als Donders en Dunning. Lees verder “Een oud woord voor ‘donker’”
De Heer der Ringen: Tolkien opnieuw vertaald
Sinds de verschijning van The Lord of the Rings van J.R.R. Tolkien is in al die jaren maar één Nederlandse vertaling uitgegeven, het bekroonde werk van Max Schuchart. Gezien de invloed en taalkundige diepgang van het boek kunnen we ons afvragen of een andere poging geen kwaad kan; een die bijvoorbeeld geen elfen maar elven heeft. Lees verder “De Heer der Ringen: Tolkien opnieuw vertaald”
De r in de ontwikkeling des Nederlands
Rijk als de verscheidenheid in uitspraak van onze r thans is, vroeger ging zij vooral met de tip van de tong. Die gewoonte heeft de nodige sporen achtergelaten in allerhande Nederlandse woorden. Hoe dan ook hebben weinig medeklinkers in de geschiedenis van onze taal zo op hun omgeving ingewerkt als de r. Lees verder “De r in de ontwikkeling des Nederlands”