Verering tussen de bomen

Het is nu nauwelijks voorstelbaar, maar ooit was heel het Avondland rijk aan heilige bossen en gewijde open plekken in wouden. Grieken, Romeinen, Kelten, Germanen, Balten en Slaven, allen vereerden zij goden te midden van de bomen, zoals de Japanners nog immer doen. Dus toen de Engelse zendelingen in de vroege middeleeuwen hun broedervolkeren de Friezen en Saksen kwamen kerstenen, hadden ze die ook weg te houden van sacrīs silvārum quae nimidas vocant, oftewel ‘woudheiligdommen die ze nimidas noemen’. Zo staat het geschreven in een achtste eeuws lijstje van bijgeloven en heidense gebruiken, de zogenaamde indiculus superstitiōnum et pāgāniārum. Lees verder “Verering tussen de bomen”

Het god

God is voor velen een woord dat onlosmakelijk verbonden is met het christendom, maar het stamt uit de voorchristelijke, Germaanse wereld, toen het nog de vorm *gudą had. Tijdens de kerstening was het een van meerdere mogelijkheden die geestelijken hadden ter vertaling van Grieks theós. Van alle was het kennelijk het minst beladen met ongewenste heidense voorstellingen en opmerkelijk genoeg was het eerst een onzijdig woord. Zo wekt het bij terugblik gemakkelijk de indruk van een Germaanse tegenhanger van Latijn numen ‘het goddelijke’ en Japans kami ‘iets ontzagwekkends, goddelijks’. Lees verder “Het god”

O dennenboom

Wie een kerstboom in huis haalt kiest meestal voor een fijnspar. Deze kaarsrechte naaldboom wordt al meer dan een eeuw gekweekt in de Lage Landen, maar is van nature beperkt tot de koudere en hogere delen van het Avondland, waaronder Noorwegen, Zweden, Rusland en de Alpen. Het is enkel in de ruimste zin van het woord een den of dennenboom: wel lid van de famílie der dennen, niet van het kleinere geslácht der dennen, dat we vooral kennen van de inheemse, vaak kromme grove den.

Nu wil het dat de naam fijnspar vrij jong is en als samenstelling bovendien wat kleurloos. En dat terwijl onze oosterburen het duizenden jaren oude Fichte gebruiken. Gelukkig bestaat er vanouds een Nederlandse evenknie die wij zo weer op kunnen pikken: vucht. Dit woord duikt in de zestiende eeuw voor het eerst op in Nederlandse geschriften.

Lees verder “O dennenboom”

De echte Zwarte Piet

Als er iets mis is met Zwarte Piet, dan is het wel dat hij een olijke en onbedreigende verschijning is geworden. Het opvoedkundige opzicht van het Sinterklaasfeest dreigt geheel vergeten te worden. Tegenwoordig is het minder de vraag of kinderen zich hebben gedragen en meer wat ze allemaal te snoepen en uit te pakken zullen krijgen. De echte Zwarte Piet is een enge en geheimzinnige geest uit oeroude tijden, met de taak om jong en oud tot goed gedrag te verschrikken. Het zou een grote vergissing zijn om hem te veranderen in een Kleurenpiet of Roetpiet of iets anders knulligs.

Lees verder “De echte Zwarte Piet”

De Hoge God onzer voorouders

Geloof in een Opperwezen is een betrekkelijk nieuw verschijnsel, ontstaan uit een ouder geloof in meerdere machtige goden naast elkaar. Daarvóór werd alles als bezield geacht: van dieren en stromen tot stenen en bomen. En in de vroegste tijden zag men heel de wereld als doortrokken van een ondeelbare geestelijke kracht. Een dergelijke geschiedenis van godsdienst is niet zeldzaam in de hallen van geleerden. De taal- en volkskundige Wilhelm Schmidt betoogde echter het omgekeerde: oorspronkelijk was er geloof in een Opperwezen en in de loop der tijd ontaardde dit alom. Het tegendeel is nooit bewezen en een blik op de talen en godenleer van de Germanen en verwante volken lijkt zijn stelling eerder te ondersteunen dan te weerleggen.

Lees verder “De Hoge God onzer voorouders”