Onder de linde

Onder de linde is een bijzondere plek in de zeden en verhalen van de Middeleeuwen en daarvoor. Wij vernemen van geliefden die elkaar ontmoeten in de schaduw onder de linde, van ridders die sterven in het gras onder de linde, en van graven die gedolven worden onder de linde. Wij leren dat men vroeger in de Germaanse wereld in de buitenlucht recht sprak en dan vaak onder deze boom. En wij weten hoe gaarne men vanouds om haar stam mocht dansen. Hoe is dit zo gekomen? Wat onderscheidt de linde van andere bomen?

Lees verder “Onder de linde”

Wat zijn Vlaanderen en Vlamingen nu eigenlijk?

Tegenwoordig verwijst Vlaanderen naar het gehele Nederlandstalige deel van België. Vroeger was het de naam van het graafschap dat ruwweg de huidige provincies West- en Oost-Vlaanderen omvatte, alsook Zeeuws- en Frans-Vlaanderen. Maar in de oudste geschriften die wij kennen, uit de achtste eeuw, sloeg het op een gouw die volgens de geschiedkundige Georges Declercq strekte van de IJzermonding in het zuidwesten tot net voorbij Brugge in het noordoosten. Deze pagus Flandrensis was, in de woorden van Declercq, een reusachtige schorrenvlakte die vooral voor schapenteelt geschikt was. Ook ertoe gerekend werd de zoom van de hogere zandstreek die eraan grensde, alwaar de meeste bewoning was.

Lees verder “Wat zijn Vlaanderen en Vlamingen nu eigenlijk?”

Luisteren naar de baas

Het woord baas is een baas onder woorden: menig wortelkundige heeft er na enige worsteling zijn meerdere in moeten erkennen en de meeste woordenboeken houden het thans op “onbekende oorsprong” of “herkomst duister”. Het helpt ook niet dat het woord oorspronkelijk in een betrekkelijk klein taalgebied voorkwam, namelijk Holland, Friesland en Noord-Duitsland. Een verband met bazelen en verbazen behoort wel tot de mogelijkheden, maar de betekenissen lijken niet gemakkelijk te verzoenen. Misschien dat we baas kunnen verslaan en het raadsel ontwarren als we vergelijken hoe Fries heit ‘vader’ is ontstaan.

Lees verder “Luisteren naar de baas”

Helinium, Elinium

Bijna tweeduizend jaar geleden, van 77 na Christus tot aan zijn dood twee jaar later, schreef de Romeinse geschiedkundige Plinius de Oudere zijn Naturalis Historia. In dit grote werk wist hij onder meer te vertellen dat het grote mondingsgebied van de Maas en de Waal in de Noordzee in zijn tijd Helinium heet. Dit was geen Latijnse naam, zoals u wellicht zou vermoeden, maar een gelatiniseerde vorm van een inheemse naam. Omdat er om en nabij deze streek zowel Kelten als Germanen woonden is het de vraag uit wier taal de naam kwam en wat hij betekende.

Lees verder “Helinium, Elinium”

Oostere kere weder

Als de dagen weer langer duren dan de nachten en Middenaarde weer tot bloei komt, dan is de lente begonnen. Deze eerste voorjaarsdagen van vruchtbaarheid waren hoogtijd voor onze Germaanse voorouders en zij noemden deze *Austrōn. Dit vrouwelijke woord is nog bewaard gebleven in Duits Ostern en Engels Easter, hoewel zij inmiddels verwijzen naar de Pasen, de Christelijke feestdagen om de opstanding van Jezus.

Lees verder “Oostere kere weder”

Fenrir

Also available in English.

De wilde wolf is terug in Nederland en dat mag gevierd worden. Niet dat hij geen gevaar vormt, met name voor ons wollevee, maar de wolf is zo met ons erfgoed verbonden dat er nu een oud evenwicht lijkt te worden hersteld. Onze Germaanse voorouders vergeleken zich graag met deze grauwe dieren, getuige de vele namen met wolf erin die vanouds gegeven werden, maar beschouwden hen tevens als geduchte vijanden. Het is dan ook de grote boze wolf die zijn tanden laat zinken in onschuldig volk in sprookjes als Roodkapje en De wolf en de zeven geitjes.

Lees verder “Fenrir”

Múdspelli

Also available in English.

In de Germaanse letterkunde van de vroege Middeleeuwen bestaat een zeer geheimzinnig woord dat telkenmale in één adem wordt genoemd met vuur en verwoesting en het einde van de wereld, te weten Múdspelli. Het is onduidelijk wat het letterlijk betekent en de vraag is bovendien of het oorspronkelijk een christelijk begrip is of dat het uit het oude Germaanse heidendom stamt. Er zijn al vele voorstellen gedaan, maar geen ervan is echt overtuigend. Valt er dan wellicht een nieuwe duiding te bedenken?

Lees verder “Múdspelli”

De zin en onzin van het zinwoord

Er zijn wonderlijke vragen en zaken die een wakend mens plagen. Zoals: Waar verblijven slakken des winters? Hoe maakt men eigenlijk spiegels? Wat beweegt mensen tot snelwandelen? En waarom zeggen wij waaghals, dwingeland en brekebeen, en niet halswager, landdwinger en beenbreker? De eerste drie raadsels kunnen wij in Taaldacht (nog) niet oplossen. Maar die schaamteloos omgedraaide woorden, dat zijn zogenaamde zinwoorden, en daar valt misschien wat over te zeggen.

Lees verder “De zin en onzin van het zinwoord”

Zwarte Piet

De olijke, overdreven uitgebeelde ‘Moorse’ knechten van Sinterklaas zijn iets van de laatste twee eeuwen. Maar pikzwarte gedaanten die rond midwinter de gemeenschap tot goed gedrag verschrikken, al dan niet onder leiding van een gezwinde grijsaard, zijn een oudere en wijdverbreide voorstelling in de Germaanse wereld en daarbuiten. Oorspronkelijk waren het de schimmen der overledenen, daarna geknechte duivels en dergelijken. Zwarte Piet of gewoon Piet bestaat in de Lage Landen dan ook al minstens enkele eeuwen als een van vele volkse namen voor de duivel. Maar waar komt deze benaming vandaan?

Lees verder “Zwarte Piet”

Boele

Boele is om meer dan één reden een schat van een naam. Het is een van de oudste Germaanse namen die heden nog aan jongens gegeven worden en komt naar alle waarschijnlijkheid van een wortel die meer dan tweeduizend jaar geleden een vrij bijzondere klankontwikkeling heeft doorgemaakt. Het is ook een van de meest liefkozend klinkende namen die er zijn. Te mooier is het dan dat Boele ‘lieve’ betekent.

Dat hij vroeger ook geliefd was getuigen de afstammingsnamen die ooit versteend zijn tot achternamen en thans niet zeldzaam zijn, zoals Boelen ‘(kind) van Boele’, Boelens (samengetrokken uit Boelen zoon ‘zoon van Boele’) en Fries Boelema ‘van de mensen van Boele’.

Lees verder “Boele”

En de immen ijveren voor hun honing

In de vijfde eeuwse graftombe van de heidense Hilderik, koning der Franken, vond men in de zeventiende eeuw onder meer zo’n driehonderd gulden bijen. Als geschenk wisselden deze kleine kostbaarheden vervolgens van edele handen, tot ze allen werden gestolen en omgesmolten, op een luttele twee na, thans te bezichtigen in de Bibliothèque nationale de France. Het is niet meer te achterhalen waarom ze destijds aan Hilderik zijn meegegeven, maar dat het vanouds belangrijke beestjes zijn staat vast. De bij is sinds jaar en dag het zinnebeeld van vlijt en een vlijtige ziel heet een bezige bij.

Lees verder “En de immen ijveren voor hun honing”