Zeneste

In mijn vorige bericht noemde ik woorden die beginnen met of verwant zijn aan het voorvoegsel zene- ‘aanhoudend, eeuwig, oud’. Eentje heb ik voor dit volgende bericht bewaard: het Gotische woord sinista ‘oudste’. Nog even voor de duidelijkheid: het Gotisch was de taal die gesproken werd door Oost-Germaanse stammen. Het is een voor filologen belangrijke taal, omdat het de eerste Germaanse taal is waarin grote … Lees verder Zeneste

Zeneregen

Toen ik vandaag de hond wilde uitlaten werd ik getart door een straffe regenbui die maar duurde en duurde; hij hield maar niet op. Het was een ware zeneregen. Zeneregen? Wel, daar gebruikte ik een nagenoeg vergeten voorvoegsel. Zene- is de voortzetting van een Oudgermaans voorvoegsel dat ‘aanhoudend, eeuwig, oud’ betekent. Nu zou het kunnen dat zene- eigenlijk een vermenging is van twee voorvoegsels; een … Lees verder Zeneregen

Forth Gróningas!

Mijn stad Groningen is gesticht door Saksen. De Saksen waren een Germaans stammenverbond. Of eigenlijk: de Saksen begonnen als een kleine stam, ergens in Noord-Duitsland, en onderwierpen en lijfden door de jaren heen allerlei andere Germaanse buurstammen in, totdat uiteindelijk geheel Noordoost-Nederland en Noord-Duitsland als Saksisch gebied konden worden beschouwd. Een groot aantal Saksen is in de vijfde eeuw na Christus ook naar de Britse … Lees verder Forth Gróningas!

Het smeden van de Sampo

Het smeden van de taluw

Enkele jaren geleden stuitte ik op de webstek van iemand die met veel bevlogenheid alternatieven voor leenwoorden bedacht en verzamelde. Een van zijn vondsten was taluw, als ander woord voor ‘computer’. Ik vond het woord welluidend en tot de verbeelding spreken. Het leek ietwat uitheems, maar toch Nederlands genoeg, en scheen mij toe als een echte náám, niet zo maar een toevallig woord. Het woord … Lees verder Het smeden van de taluw

Die belewitte elven

In Middelnederlandse geschriften is het geheimzinnige woord belewitte te vinden. Ik zou het zelfs een kleinood noemen. De betekenis van het woord is flink veranderd in de loop der eeuwen. In de oudste vermeldingen betekende het nog zoiets als ‘goede geest’; later veranderde dat in ‘toverheks’. Het woord bestaat nog in enkele hedendaagse streektalen in de verbasterde vorm beeldwit, met de minder spannende betekenis ‘slaapwandelaar’. … Lees verder Die belewitte elven

Hadewijch

Orewoet

In het Vroegmiddelnederlands en het Middelnederlands, en dan vooral uit de pen van de 13e eeuwse dichteres en mystica Hadewijch, is het geheimzinnige woord orewoet te vinden. Het betekent zoiets als ‘gloed, hitte, vurigheid, drift; geestelijke gloed; ecstase’. Het tweede lid is duidelijk hetzelfde als Middelnederlands woet ‘waanzin, razernij; hartstocht, drift; smart, weemoed; in mystieke geschriften, vurige onrust, brandende begeerte’. Hiervan is ons een latere vormvariant overgeleverd, namelijk woede … Lees verder Orewoet

Het denkende wezen

In het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (EWN) staat iets geks. Bij het lemma man is te lezen dat het teruggaat op de Proto-Indo-Europese (pie.) stam *mon-. Tot zover niet gek. Maar dan staat er: De wortel pie. *mon- wordt door sommigen beschouwd als ablautvorm van de wortel *men- ‘denken, geestelijk opgewekt zijn’, zie manen ‘herinneren aan’. Man zou in deze zienswijze betekenen ‘het denkende wezen’, een abstractie … Lees verder Het denkende wezen

Grove

De Engelsen noemen het een grove: een klein bos (of zelfs maar een groep bomen) met weinig tot geen ondergroei. Ik vind het vaak een prachtig gezicht, vooral als er tussen de bomen mals, groen gras groeit, of mos. Voor zover ik weet heeft het Nederlands er geen woord voor. Ja, er is de boomgaard (in samengetrokken vorm ook: bongerd), maar dat is te duidelijk … Lees verder Grove