De kunst van het noemen

Groot werd hun kennis en hun kunnen; doch groter nog was hun dorst naar meer kennis, en in vele dingen overtroffen zij aldra hun onderwijzers. Zij waren veranderlijk in spraak, want zij hadden grote liefde voor woorden, en zochten immer te vinden namen voeglijker voor alle dingen die zij kenden of zich voorstelden.

(Over de Noldor, Hoge Elven in The Silmarillion van J.R.R. Tolkien.)

Lees verder “De kunst van het noemen”

Droom-omgolfde eilanden

Een van de meest dichterlijke kenmerken van onze taal heb ik altijd het gemak gevonden waarmee samenstellingen gevormd kunnen worden. Zelfs wie geen enkele kennis van rijm of andere dichttechnieken heeft, en nooit ‘poëtische’ gevoelens heeft (wat dat ook moge zijn), kan het plezier van dit dichterlijke, scheppende aspect van onze taal genieten. Men neme simpelweg een woordenboek, kieze zorgvuldig twee woorden, en het resultaat is bijna altijd verrassend en poëtisch. Zo zijn programmamakers en schrijvers ook vast op goed verkopende titels als vuurzee en zeemuziek gekomen.

Lees verder “Droom-omgolfde eilanden”

Somber stafrijm

I suspect that it is a metre which is only suitable to rather sombre subjects.

Met deze woorden typeerde de Engelse dichter W.H. Auden eens de versvorm die de Engelsen alliterative verse noemen en bij ons stafrijm heet. Auden goot zijn lange verhalende gedicht The Age of Anxiety in deze vorm, die hij tot in de details beheerste. Dat het stafrijm hem juist voor zwaarmoedige onderwerpen geschikt leek, heeft ongetwijfeld te maken met haar oorsprong in de verhalenwereld van de Germanen. Met de zware cadans van het stafrijm lijkt iets van de heroïsche somberheid van de Germaanse ziel vervlochten, van de gemoedsstemming die Tolkien zo ontroerde in Oudengelse gedichten als Beowulf; het is de blik die het vallen ziet van de laatste nacht en toch door blijft strijden, de krijger die zijn trotse verzet niet laat breken door tegenstand, hoe onoverwinnelijk ook.

Lees verder “Somber stafrijm”

Tirannen en despoten

“There are many ways in which words may be made to disgorge the past that is bottled up inside them, as coal and wine, when we kindle or drink them, yield up their bottled sunshine.” – Owen Barfield

Nu de vrijheidsstrijd in het Midden-Oosten weer oplaait, zien we journalisten voorzichtig zoeken naar de meest passende woorden om de wankelende machthebbers te beschrijven. Waar de Libische Kaddafi eerst nog een leider en kolonel was, ging hij spoedig de eerloze weg naar despoot en tiran. Voor zijn Syrische lotgenoot lijkt eenzelfde pad uitgestippeld. De gekozen benamingen vertellen niet alleen veel over de heersende opinie ten opzichte van de verre gebeurtenissen in de Arabische wereld; ze geven ook inzicht in de verschillende culturele oorsprongen van onze gevoelens jegens machthebbers.

Lees verder “Tirannen en despoten”

De harp en de camera

Ongetwijfeld het invloedrijkste zinnebeeld voor het Romantische in de literatuur is ontleend aan M.H. Abrams’ The Mirror and the Lamp (1953). Waar eerdere schrijvers zich zagen als een spiegel die zo getrouw mogelijk de werkelijkheid reflecteert, aldus Abrams, wilde de Romanticus juist zijn als een lamp, die een nieuw licht op de wereld schijnt. Veel minder bekend, maar minstens zo verhelderend, zijn de metaforen (of symbolen) die Owen Barfield introduceert in zijn essay “The Harp and the Camera” (1977).

Lees verder “De harp en de camera”