Skip to content

Als een hobber verholen

26 mei 2011

It was on a summer’s day, and he was sitting by the window in the study at Northmoor Road, laboriously marking School Certificate exam papers. Years later he recalled: ‘One of the candidates had mercifully left one of the pages with no writing on it (which is the best thing that can possibly happen to an examiner) and I wrote on it: “In a hole in the ground there lived a hobbit”. Names always generate a story in my mind. Eventually I thought I’d better find out what hobbits were like. But that’s only the beginning.’

(Uit: J.R.R. Tolkien: A Biography, door Humphrey Carpenter)

Tolkien zei niet meer te weten hoe hij aan het woord hobbit was gekomen, al werd in 1977 ontdekt dat in een late uitgave (1895) van de Denham Tracts, een verzameling schrijfsels over volkleer, “hobbits” in een adem worden genoemd met meer dan honderd andere wezens uit volksverhalen, zoals “brownies”, “gallybeggars” en “tantarrabobs”. Wellicht dat Tolkien het daar ooit heeft gelezen, al blijft de verdere herkomst dan nog duister. Hoe dan ook, ‘zijn’ hobbits waren beduidend anders dan het slag wezens in die lijst. Hij bedacht er uiteindelijk zijn eigen etymologie voor: hobbit komt van Oudengels *holbytla ‘holbewoner’ of ‘holbouwer’. Dat maakt van hobbit een zogenaamde verholen samenstelling: een oorspronkelijke samenstelling die dusdanig is verbasterd dat zij niet meer als samenstelling wordt herkend.

Verholen samenstellingen komen in alle talen voor. Een bekend voorbeeld uit het Fries is hynder, het algemene woord voor ‘paard’. Ware het niet verbasterd dan zou het hynstdier luiden, oftwel ‘hengstdier’. Het Twents heeft onder andere vospel/vosper ‘voetspoor’, een samentrekking van wat anders vootspoor zou luiden, dat is Nederlands voetspoor. In het Nederlands treffen we ook het een en ander aan. Zo is mes een verholen samenstelling van mete ‘eten’ en zas ‘soort mes’. Mete bestaat ook in metworst en is hetzelfde woord als Engels meat. Zas is beter bekend onder de Saksische vorm saks of sax, waaraan de Zassen (oftewel Saksen) hun naam hebben ontleend. Of neem bakkes ‘gezicht’. Eigenlijk is dat bakhuis, waarbij bak een oud woord voor ‘wang’ is (ook te vinden in bakkebaard). Andere voorbeelden zijn bongerd (= boomgaard), juf (= juffer = juffrouw = jongvrouw), laars (= lederhose), enz.

Namen zijn ook vaak verholen samenstellingen; ze zijn bij uitstek onderhevig aan slijt. Menigeen die de naam Gert/Geert hoort of leest zal niet beseffen dat het oorspronkelijk dezelfde naam is als Gerard/Gerhard, en dat dit zoals bijna alle Germaanse namen een samenstelling is. In dit geval Oudgermaans *Gaizaharduz, van *gaizaz ‘geer, speer’ en *harduz ‘hard, sterk’.

We zouden voor de grap zelf wat doorzichtige, onverholen samenstellingen kunnen verhelen. Wat dacht u bijvoorbeeld van aarpel in plaats van aardappel? Of van westerd in plaats van wedstrijd? Tolkien zei altijd dat hobbit ongewijzigd moest blijven bij vertalingen van zijn werken. Doch als het tóch moest gebeuren, was wellicht dan hobber, een verbastering van een nooit bestaand Oudnederlands *holbūr (= holbouwer), een mogelijkheid geweest? – “In een hol onder de grond woonde een hobber…”

Advertenties
19 reacties leave one →
  1. Klaas J Eigenhuis permalink
    27 mei 2011 12:43

    Hartelijk dank voor het interessante opstel over verholen samenstellingen. Het hardst vlieg je erin, als de verholen samenstelling, zoals wortel, het karakter van een afleiding aanneemt; in dit geval lijkt het dan op het achtervoegsel –el, waar in het recente verleden wel wat over te doen is geweest. De samenstellende delen van wortel, wort “kruid” en walu ‘staf’ (oudfriese vorm [OFED 429]) zijn elk adstraat en de hele verholen (of de whole-verheelde 😉 samenstelling is dus adstraat [me.110511 > Sijs]. Een etymoloog, dr Pijnenburg, is er eens ingevlogen met de schijnbare afleiding Paling (vgl. je schrijven over de Wijk-ing). Het lag voor hem voor de hand om voort te bouwen op het “gegeven” dat –ing in de literatuur als “visnaamsuffix” bekend staat. Maar de oudste overleveringen, palezinc in 1080 (mooi oud voor een visnaam!), paelding in 1189 en het toponiem Paledhinge dic ‘Palingsloot’ uit 1111 zouden hem toch op het spoor van ook deze verholen samenstelling gezet moeten hebben. Pijnenbrug heeft zijn (on)gelijk nog lange tijd in een moeizame discussie met dr. Felicien de Tollenaere volgehouden. Paal is uiteindelijk een woord uit het (Latijns) substraat, en ding is een woord uit ons substraat. Lang niet onmogelijk, afhankelijk van hoe de substraattalen elkaar “raakten”, dat de verholen ss. er al was in de tijd toen de mensen nog zwaar van deze vissoort als voedsel afhankelijk waren, dit is dus ver voor het “begin van het PIE” in onze contreien.
    Ik dank Paul voor zijn kritisch volgen. Helaas heb ik geen antwoord op zijn vele moeilijke vragen. Wel hier een hopelijk ook voor anderen interessante passage uit mijn teksten in de computer [= me.090805]
    Vliegenvanger Algemene benaming voor een viertal in N voorkomende soorten uit de geslachten Muscicapa en Ficedula. Fries Miggesnapper, achterhoeks Vlegenvanger. Zie ook Fe(r)nienfreter . D Schnäpper < Fliegenschnäpper (vgl. sub Vijgensnip ), voordien Fliegenfänger.
    Mnl vlieghenvangher komt voor in JvM 1287 (vs.2682v):
    Want hi al bi vlieghen levet,
    Ende gaept wide daer hise hevet,
    So datter hem in die kele
    Te samen dicke vlieghen vele:
    Dies heetmenne muscicapa,
    Dats vlieghenvangher in Dietsche wel na.
    Etym. N Vlieg < mnl vliege; achterhoeks/limburgs Vleeg; mnd vlêge < os flioga [KAS]; D Fliege < mhd vliege, vliuge, vleuge < ohd fliege, fliuga, flioga; E Fly < me flie < oe flêoge; noors/zweeds/færøers/ijslands Fluga, deens/noors Flue < on fluga; fries Mich (=Vlieg Muscidae) is niet verwant, maar fries Flie (=Mensenvlo Pulex irritans) vermoedelijk wel. Vlieg is afgeleid van het ww. vliegen (zie sub Vliegende Krodde) en Vlo (vermoedelijk) van het ww. vlieden.
    Etym. vanger (mnl vangher bij JvM, zie hierboven) is nomen agentis (met suffix er ) bij het ww. vangen < mnl vaen (c.1220 [VT]); fries fange < ofri fangia, fa [VT; OFED98]; me fang 'grijpen' [Weekley]; D fangen < mhd vâhen < ohd fâhan; got f_han (faif_h, faif_hum, f_hans); on fá korte i) : korte a, zoals in de andere sterke-ww.klassen. Ablautende znw.en bij vangen zijn er niet, tenzij vinger (dit zou als het ablautend bij vangen hoorde, herinneren aan het vocalisme bij nomen agentis zanger en het ww. zingen); on fengr ‘buit, waarde’, mnl venger en D Fänger ‘vanger’ zijn umlauts.
    Pgm *fa-n-h- zou pie *p2-n-k- ‘bevestigen’ vereisen (met k-accent), maar Lat pangere ‘bevestigen’ en Gr pêgnumi ‘id’ vereisen *p(e)2-n-g- (met (pie) g-accent). Bovendien wijst de nultrap **p2k/g- op een klemtoon niet op de eerste pie-lettergreep, wat volgens de Wet van Verner nooit pgm *fahan had kunnen geven! De g/k alternantie  is daarom m.i. een substraatalternantie. (De Wet van Verner werd klassiek alleen op uit pie afkomstige woorden toegepast, maar dit is niet juist geweest.)
    De g/k alternantie maakt, dat voor de voorloper van Lat pālus ‘paal’ twee verschillende reco’s te vinden zijn: *pa(g)-zlo-s [M&R 1961 i.v.] en *pak-slos [EWN 2007 i.v. paal]. Dit maakt niet uit; van belang is de vaststelling dat ook Lat pālus non-pie en dus heel oud is.
    Aangezien ook het woord ding hoogstws. een adstraatwoord is [OFED 2005 i.v. thing]. kan het woord voor ‘Paling’ [WNVis ], door Tollenaere 2002 gezien als ‘paal-ding’, theoretisch een reeds in het substraat gevormde samenstelling zijn: een boeiende gedachte! Het aan te voeren bezwaar, dat de d van ding wél de germaanse klankverschuiving heeft ondergaan en de p van paal niet, blijft een “pretbederver”, maar anderzijds moet bedacht worden dat de lotgevallen van substraat *p bij de overgang naar het germaans nog geformuleerd moeten worden (waarbij de vele germ p-woorden dan ws. wel op hun pootjes terecht gaan komen). In elk geval is de kans dat de visnaam Paling (ook) adstraat is zeker zo groot of groter dan de visnaam Haring, welke door Boutkan 2000 inderdaad aan een voor-Indo-Europese substraattaal toegeschreven wordt, een herkomst die, niet onverwacht, ook het woord vis wordt toegekend. @

    vliegvlug zie vlug. @

    Vlierscheut Noordbrabantse naam voor de Kramsvogel

  2. Klaas J Eigenhuis permalink
    27 mei 2011 13:57

    Er is weer e.e.a. mis met de tekst. Nog een poging: Lees vanaf got: fāhan, faífāh, faifāhum, fahans; oudnoords fá < germaans *fanhan [AEW] ; vangen is een sterk werkwoord uit klasse 7. Van Coetsem 1956 ging voor de ablaut nog uit van de omgekeerde situatie die in de klassen 1, 2 en 3 heerste, korte e (/korte i …. en dan verder in de eerste tekst .
    Die korte a zou (eventueel) in de Oudnederlandse periode gerekt kunnen zijn. De schrijfwijze voor zo’n gerekte a is: ā. Een lange aa, die al eerder dan in deze periode lang was (primair-lang), noteren de etymologen als â. In Quak & Van der Horst 2002 (Inleiding Oudnederlands) gaat dat op p.47 niet helemaal goed, waar onder klasse 6 “het werkwoord slân “slaan” staat. Q&H gaan immers van pgm korte a uit in de 1e categorie! – Ik heb in mijn systeem geen probleem met de vraag of de a in de 1e cat. primair lang was dan wel aanvankelijk kort: in het substraat laut korte a met lange â ab [OFED p.xvi < Nederlandse onderzoekers op dit terrein, onder wie prof. Schrijver]. Klaas Eigenhuis

  3. Paul J. Marcus permalink
    27 mei 2011 16:28

    “De g/k alternantie Verner werd klassiek alleen op uit pie afkomstige woorden toegepast, maar dit is niet juist geweest.)” (Klaas Eigenhuis 27 mei 2011 12:43).
    Die vaststelling is onjuist. De Wet van Verner schrijft niet voor, maar beschrijft. De Wet van Verner werd niet toegepast op het PIE, maar werd ontdekt met de correlatie tussen de IE talen Germaans en Sanskrit. De Wet van Verner is een plaatsbepaling van de Grammatische Wisseling. Een stemhebbende Verner-variant doet zich in het Germaans onder bepaalde omstandigheden voor waar in de Sanskrit cognaten een onbeklemtoonde lettergreep aan de medeklinker voorafgaat. Dat wil dus niet zeggen dat deze grammatische wisseling alleen vast te stellen is bij PIE woorden. Alleen bij IE woorden die zowel in het Germaans als in het Sanskrit voorkomen, kan precies worden aangetoond, dat de grammatische wisseling zich steeds voordoet bij medeklinkers volgend op onbeklemtoonde lettergrepen. Als er zich in het Germaans een grammatische wisseling voordoet zonder dat dit te controleren is in het Sanskrit, dan mogen we aannemen op grond van de gevonden correlaties Germaans: Sanskrit, dat deze medeklinker toen de Wet van Verner nog produktief was, op een onbeklemtoonde lettergreep volgde. Hoe zou je de plaats van de klemtoon moeten bepalen in een onbekende substraattaal zonder concreet vergelijkingsmateriaal in andere dochtertalen?
    Voorbeelden van niet-PIE werkwoorden (Mailhammer 2007, Categorie D) met Vernervarianten (steeds de derde en de vierde vorm van het werkwoord) uit Streitberg, 1895, blz. 127-129. ik noem alleen de Ohd. voorbeelden:
    dwahan : dwôh : dwuogum : gidwagan
    slahan : sluoh : sluogum : gislagan
    snîdan : sneid : snitum : gisnitan
    Vergelijkbare Gotische voorbeelden zijn er niet, want het Gotisch elimineerde veel Vernervarianten. Een leuke Vernervariant die wel bewaard bleef in het Gotisch is ga-saizlep (naast de gereguleerde vorm saislep, met teg. tijd ga-slepan). En wat zien we in Mailhammer: ook Protogermaans *slêpa- ‘slapen’ is Categorie D, dus niet-PIE.
    Kortom, Verner werkte uiteraard op het hele lexicon toen deze klankwet produktief was. De Protogermaans sprekenden wisten heus niet, welk woord wel en welk woord niet PIE was!
    Paul J. Marcus

  4. Klaas J Eigenhuis permalink
    27 mei 2011 18:03

    Goed dat je een en ander in een “scherper causaal” verband plaatste, Paul. Uiteraard beschrijft de Wet van Verner, en schrijft zeker niet voor.
    Ik ben me dat ook wel goed bewust, hoor. Maar doordat je vanuit het heden terug in de tijd kijkt, wil je nog wel eens oorzaak en gevolg omdraaien.

  5. Paul J. Marcus permalink
    27 mei 2011 18:35

    De g/k-alternantie in de PIE wortel van ‘vangen’ (Klaas Eigenhuis 27 mei 2011 12:43).
    wordt in EWN4 verklaard als een wortelvariant die al in het PIE bestond. Daar hoeven we uiteraard niet de Wet van Verner te vermoeden! De Germaanse vorm *fâhan- h overgang bij de Germaanse klankverschuiving, zonder Verner. Dan nog iets over de korte e/korte i: De korte e komt helemaal niet voor in het Protogermaanse paradigma van fâhan ‘vangen’, behalve in de reduplicatievocaal. De Nederlandse korte i in ‘ving’ is historisch gezien het resultaat van een recente ontwikkeling die pas ver na het midden van het eerste millennium van onze jaartelling werd voltooid in de afzonderlijke dochtertalen van het Germaans.Vandaar dat de verledentijdsvormen van de zevende klasse in de diverse talen zo uiteen kunnen lopen. Er is dus geen sprake van een historische ablaut korte a : korte i. Het Gotische voorbeeld laat al helemaal geen ablaut zien. Dat komt door een sterke regulatie van het Gotische paradigma: de klinker van de tegenwoordige tijd werd daarin gegeneraliseerd. In de voor-Gotische uitgangspositie moet er in het Protogermaans iets geweest zijn waarvan een schriftelijke weergave er als volgt uit zou kunnen zien: *fâhan- : *febanh- : *feb.ngum- (vrij naar Jasanoff. From Reduplication to Ablaut: The Class VII Strong Verbs of Northwest Germanic, Göttingen, 2008).
    Paul J. Marcus

  6. Klaas J Eigenhuis permalink
    27 mei 2011 18:36

    Beekes 1995 schrijft wel een en ander over WAAR en WANNEER het PIE ontstaan zou zijn (alweer, neem dit in het juiste verband op, strikt genomen is het PIE “verzonnen” aan de schrijftafel!), maar hij geeft geen verantwoording van het HOE. Ik zou hem, en ieder die wil meedenken, de vraag willen stellen: “Was het PIE van meet af aan een zuivere taal, of was het een mengtaal?” Klaas Eigenhuis

    • Paul J. Marcus permalink
      29 mei 2011 19:50

      Er wordt wel gespeculeerd over verwantschapsbanden van het Indo-Europees met de Uralische talen, bijvoorbeeld door Kortlandt. Verder wordt er wel een oertaal gepostuleerd die men nostratic noemt. Ik geloof niet dat dat al tot enig verdedigbaar resultaat heeft geleid.
      Paul J. Marcus

  7. Klaas J Eigenhuis permalink
    27 mei 2011 18:52

    >> De Nederlandse korte i in ‘ving’ is historisch gezien het resultaat van een recente ontwikkeling die pas ver na het midden van het eerste millennium van onze jaartelling werd voltooid in de afzonderlijke dochtertalen van het Germaans. << Leg ons dat eens heel in het kort uit! Van Coetsem wist dit nog niet.

  8. Paul J. Marcus permalink
    27 mei 2011 20:22

    “Leg ons dat eens heel in het kort uit! Van Coetsem wist dit nog niet.” Klaas Eigenhuis, 27 mei 2011, 18:52.

    Ik vind dat Jasanoff dat heel goed doet in paragraaf 38 van zijn verhaal (zie het einde van mijn reactie van 27 mei 2011, 18:35, waaruit ik eerder het voorbeeld ‘vangen’ gaf.
    Dus: Het scheppen van een e : a – ablaut *febanh : *febngum > vereenvoudiging van de clusters *febanh : *fengum > nieuw meervoudssysteem, waarin de nieuwe meervoudsstam uitgebreid werd naar het enkelvoud *feng : *fengum> vervanging van de korte e door de lange ê *fêng : *fêngum > gevolgd door diftongering OHD fiang : fiangun (voorbeeld uit Wrights Old High German Primer); latere ontwikkeling van ia > ie geattesteerd is bijvoorbeeld fiengon in WPs 58.4 > en dan weer verkorting naar korte i voor cluster vinc/vinghen Van Loey blz. 84. Van de oude reduplicatie zijn nog resten in het Oudengels (Anglian), Oudhoogduits en het Oudnoors geattesteerd. Van Coetsem wordt door Jasanoff uitdrukkelijk genoemd:” Our emerging picture has much in common with Van Coetsem’s conception of the Class VII preterite vocalism as a “neo-e-grade” substitute for *a. Van Coetsem’s theory was fatally undercut by his inability to explain the origin of the *a : *e pattern.. ” etc.
    Paul J. Marcus

  9. Paul J. Marcus permalink
    27 mei 2011 20:34

    Van de oude reduplicatie in mijn bericht van 27 mei 2011 20:22 , bedoel ik van de oude reduplicatie in het algemeen en niet van de reduplicatie van ‘vangen’. Dit meld ik even om misverstanden te voorkomen.

    Paul J. Marcus

  10. Paul J. Marcus permalink
    28 mei 2011 08:37

    Mag ik verholen samenstellingen van telwoorden ook opvoeren als voorbeeld van een verholen samenstelling? Het zal zo’n jaar of twintig geleden zijn dat ik op de autoradio een vraaggesprek hoorde over een alternatieve Nederlandse vertaling van The Lord of the Rings. Die vertaling moest bij iemand in manuscriptvorm liggen verstoffen. Zij was nooit gepubliceerd, want Het Spectrum had de auteursrechten van The Lord of the Rings voor het Nederlandse taalgebied. De vertaling week op het punt vantaalhistorische vondsten af van de versie Max Schuchart, 1956, In de ban van de ring. Ik kan me één woord nog goed herinneren. De vertaalster, want het was een vrouw, had ‘eleventy-one’, honderdtien, vertaald met ‘eenentelftig’, in plaats van het ‘elftig-en-één’ van Max Schuchart. Historisch taalkundig was dit een knappe vondst. Tolkien gebruikte de Oudengelse telwoordvorming om het woord eleventy-one te maken, maar hij kon daarbij geen rekening houden met ‘hund-‘ van ‘hundendlefantig’ of ‘hundaelleftig’(Bright, 1912, An Anglosaxon Reader). In het Nederlands, kun je daar wel rekening mee houden, want we hebben immers het telwoord ‘tachtig’: voor de klinker bleef er van ‘hund-‘ nog een –t- intact. Verder beïnvloedde de –t- de standaardtalige uitspraak van zestig (spreek uit ‘sestig’), en zeventig (spreek uit seventig) ontstaan uit Mnl. tsestig, tseventig. Dus ‘telftig’ is op zijn minst taalkundig correcter dan ‘elftig’. Tachtig is al een mooie verholen samenstelling van *hund- en *-achtig, de uit het schriftbeeld niet op te maken standaardtalige uitspraak van zestig en zeventig vertoont een nog verholener samenstelling: Er is nog slechts een verkleuring van het klankbeeld waarneembaar. Het is een welhaast homeopatisch verdunde samenstelling.

    Paul J. Marcus

  11. Klaas J Eigenhuis permalink
    28 mei 2011 10:28

    “waarin de nieuwe meervoudsstam uitgebreid werd naar het enkelvoud *feng : *fengum> vervanging van de korte e door de lange ê *fêng : *fêngum > gevolgd door diftongering OHD fiang : fiangun (voorbeeld uit Wrights Old High German Primer) ”
    Paul, die lange ê waar je het over hebt, is dat de lange open ê, die met pie *ê en pie *eh1 heet te corresponderen, óf is het de lange gesloten ê, waarvan de herkomst volgens Bree 1972 duister is, en waarover Van Coetsem een theorie heeft opgesteld, die echter “bezwaren” heeft (volgens Bree) ?
    En nóg een vraag: hoe zou jij zélf de ” vervanging van de korte e door de lange ê” willen noemen? “een nieuwe ablaut” ?? Of anders ??
    Klaas Eigenhuis

    • Paul J. Marcus permalink
      28 mei 2011 12:19

      De korte e en de lange e staan hier niet met elkaar in ablaut, ze volgen elkaar (diachronisch) op. Het gaat hier zonneklaar om de lange, gesloten e2 die zich kon ontwikkelen tot de ie, i. De herkomst is, in dit geval historisch gezien helemaal niet duister. De klinkerwisselingsrelatie van de verledentijd viel met de tegenwoordige tijd val kun je opvatten als een nieuwe ablaut.

      Paul J. Marcus

  12. Klaas J Eigenhuis permalink
    28 mei 2011 10:36

    Grappig, ik wou de telwoorden elf ’11’ en twaalf ’12’ opvoeren als mogelijke verholen samenstellingen. Ik dacht, dat gelooft níemand, “elf, een woord van drie letters een samenstelling ??”
    Klaas Eigenhuis, die vaak aan het tellen is, meestal tot tien, maar mijn probleem is: “IN WELKE TAAL zit ik nu eigenlijk te tellen?” Natuurlijk, in het Nederlands! Maar ook in het Proto-Indo-Germaans ????? Volgens Beekes 1995 p.212 e.v. wél.

    • Paul J. Marcus permalink
      29 mei 2011 19:39

      Nee hoor, dat zegt Beekes niet op bladzijde 212. Er staat:”The numeralsof PIE can be reconstructed down to the last detail. That is not self-evident, for numerals are often borrowed. In the old IE languages, however, that seldom occurred.” Wij tellen niet in PIE maar in het Nederlands en Beekes beweert niets anders.
      Paul J. Marcus

  13. Paul J. Marcus permalink
    28 mei 2011 12:33

    Nu we het toch over verholen samenstellingen hebben, waarbij een voorbeeld uit The Lord of the Rings is gekozen, is dit misschien de plaats om het woord ‘lord’ te ontleden: lord < Oudengels hlâford < hlâfweard = samenstelling van hlâf ‘brood’ en weard ‘waard, gastheer’. Tegenover dit woord stond in het Oudengels hlâf-âêta ‘dienaar’letterlijk ‘broodeter’. Daarnaast de vrouwelijke vorm lay die uit hetzelfde hlâêf + dige, met i-umlaut van de â, is samengesteld. OED geeft een verband van het tweede deel van de samenstelling met het werkwoord digan ‘kneden’ aan en noemt deze verklaring niet geheel bevredigend. Deze vormingen komen alleen in het Engels voor. In andere talen zijn ze soms geleend (OED). In de samenstelling landlord is lord weer gewoon ‘waard’gaan betekenen.

    Paul J. Marcus

  14. Klaas J Eigenhuis permalink
    29 mei 2011 09:12

    “En nóg een vraag: hoe zou jij zélf de ” vervanging van de korte e door de lange ê” willen noemen? “een nieuwe ablaut” ?? Of anders ?? Klaas Eigenhuis” en het voorzichtige? antwoord: “De klinkerwisselingsrelatie van de verledentijd viel met de tegenwoordige tijd val kun je opvatten als een nieuwe ablaut. Paul J. Marcus”

  15. Paul J. Marcus permalink
    29 mei 2011 19:57

    Nee, de vervanging van de korte e door de lange is geen ablaut en de korte e is de reduplicatievocaal, hoort derhalve niet tot de wortel, zodat er geen sprake kan zijn van ablaut. Wat er echter te zien is na het wortelherstellende proces dat ik schetste, mag je rustig een nieuwe ablaut noemen.
    Paul J. Marcus

  16. Klaas J Eigenhuis permalink
    29 mei 2011 20:50

    Dank voor je snelle antwoorden, Paul.
    Op mijn vraag, hoe die vervanging van de korte e door een lange ee te noemen, geef je consequent geen antwoord, merk je dat zelf ook ?
    Maar goed, ik zal nóg een voorstel doen: moet je die vervanging rekking van de korte e noemen?? Groetjes, en dank nogmaals voor het meedenken (in het Nederlands 😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s