Heidense zonneroem in de Lage Landen

In de kijk en taal van onze Indo-Europese voorouders was de zon een onbezielde zaak – een lamp of oog in de hemel, maar niet een oergeest op zich. Het moet in de latere, Germaanse wereld weinig anders zijn geweest, al is het mogelijk dat de zon er geleidelijk werd gezien als aangedreven door een afzonderlijke goddelijke ziel en dat het woord zon oorspronkelijk diens naam was. Zie hoe de oude Indiërs de eigenlijke zon Sūrya en de bijbehorende godheid Savitṛ ‘aandrijver’ vaak vereenzelvigden. Dat lijkt ook het geval met Ipe en Evert, twee zonderlinge namen voor de zon in de Lage Landen.

Lees verder “Heidense zonneroem in de Lage Landen”

Advertenties

De rode haan, in de hens

Met het doven van de Germaanse dichtkunst zijn er in de Middeleeuwen naast verhalen en heerlijk klankenspel ook allerhande oude woorden verdwenen. Woorden die niet in alledaagse spraak gebruikt werden en daarom bijdroegen aan een gevoel van verheven ernst in de vertelling. Zo had het Oudnoords nog tientallen woorden voor ‘vuur’, maar heeft het Nederlands naast vuur en brand inmiddels alleen het wat platte fik, het merkwaardige hens en verbindingen als in vlammen en in lichterlaaie. Minder bekend, voor jongelui althans, is de rode haan.

Lees verder “De rode haan, in de hens”

Het kenmerk van kranen

Rank en zwierig beweegt de kraanvogel zich door Middenaarde, al wadend door waterig land en welbevlogen ter lucht, met onmiskenbare klanken en een dans als zulk een schouwspel dat men er vroeger voorbeeld aan nam. Grote wijsheid is hem toegedicht, en sluwheid evenzeer. Maar zijn eigenlijke naam kraan is hij jammerlijk kwijtgeraakt aan de levenloze dingen die naar hem vernoemd zijn. Hij moet het nu al jaren met de overbodige samenstelling kraanvogel doen.

Lees verder “Het kenmerk van kranen”

Die bliksemse ekster

Het dierenrijk telt de nodige donderstenen, en eksters met hun bevallige verenkleed behoren daar stellig toe. Ze zijn nieuwsgierig op het drieste af, vormen jeugdbendes, pesten katten, kletsen zonder einde, doen soms stemmen na en worden al eeuwen gezien als dieven van alles glimmend en kostbaar. Hoewel dat laatste waarschijnlijk onterecht is stelen ze wel voedsel, ook van boeren en ook eieren uit de nesten van andere vogels. Een middeleeuws gezegde was dan ook de ekster een ei nemen (dan wel de ekster haar ei ontstelen), wat neerkomt op ‘de dief bestelen’. Tegenwoordig luidt het eenvoudiger stelen als een ekster. En het is die eigenschap die wellicht ook in hun naam besloten ligt.

Lees verder “Die bliksemse ekster”