Skip to content

De kunst van het noemen

6 oktober 2011

Groot werd hun kennis en hun kunnen; doch groter nog was hun dorst naar meer kennis, en in vele dingen overtroffen zij aldra hun onderwijzers. Zij waren veranderlijk in spraak, want zij hadden grote liefde voor woorden, en zochten immer te vinden namen voeglijker voor alle dingen die zij kenden of zich voorstelden.

(Over de Noldor, Hoge Elven in The Silmarillion van J.R.R. Tolkien.)

De wijsgeer, die naar zijn aard de werkelijkheid in al haar lagen zoekt te doorgronden, heeft vaak nood aan nieuwe woorden. Zo kan hij zijn gedachten verder ordenen, zo kan hij het verdere onderscheid tussen zijn geestesdoelen scherp houden. Zoals Owen Barfield het echter zou zeggen: hoe meer men onderscheid aanbrengt in de werkelijkheid, des te meer zij versplinterd raakt. De wijsgeer, en dat is ieder mens in enige mate, raakt aldus verwijderd van een oorspronkelijke toestand van volkomen eenheid van het bestaan, onszelf inbegrepen.

Maar Barfield betreurde deze verwijdering niet – hij zag haar zelfs als onvermijdelijk. Want gelukkig is er de dichter, die immer spelend met metaforen en wendingen ons met de schok van verrassing weer eenheid kan laten ervaren, als een wonder opnieuw. Waren wij vroeger allen dichters, omdat onze vroege taal zoals een geheel van metaforen was, wij waren ons het dichterlijke niet bewust. Zijn nu slechts enkelen van ons dichters, wij ervaren allen het dichterlijke. Onderscheid in de werkelijkheid is zo geoorloofd en vanzelfsprekend.

Schroom dan niet te noemen wat nog geen naam heeft. Doch noem met mate, lijkt de les, want waar het noemen als een kunst wordt bedreven wordt de werkelijkheid, die ons dwergt, eerbiedigd.

Nu is noeming als kunst, oftewel de noemkunst, helaas zeldzaam dan wel onbestaand – in onze taal althans. De nieuwe woorden die komen zijn zelden kunstig, en meestal ontleend aan andere talen. De namen die men aan kinderen geeft ontberen meestal enige betekenis, op losse associatie en gevoelswaarde na, en zijn ook steeds vaker ontleend aan andere talen. Over de namen van voorwerpen en andere zaken hoeven wij maar te zwijgen. Is een volk dat onbezonnen is over noeming niet onbezonnen over de wereld? Voeglijkheid lijkt thans uit den boze.

De noemkunst te noemen is, nu en eltijds, de noemkunst te roemen. Gedije zij weer.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s