Luisteren naar de baas

Het woord baas is een baas onder woorden: menig wortelkundige heeft er na enige worsteling zijn meerdere in moeten erkennen en de meeste woordenboeken houden het thans op “onbekende oorsprong” of “herkomst duister”. Het helpt ook niet dat het woord oorspronkelijk in een betrekkelijk klein taalgebied voorkwam, namelijk Holland, Friesland en Noord-Duitsland. Een verband met bazelen en verbazen behoort wel tot de mogelijkheden, maar de betekenissen lijken niet gemakkelijk te verzoenen. Misschien dat we baas kunnen verslaan en het raadsel ontwarren als we vergelijken hoe Fries heit ‘vader’ is ontstaan.

Lees verder “Luisteren naar de baas”

Beun

In het Noordnederlandse spraakgebied, en dan vooral in de Saksische streektalen, gebruikt men vanouds een vorm van het wonderschone woord beun. Afhankelijk van streek en tijd kan het naar allerhande verhogingen verwijzen –vaak van hout– zoals zolders, steigers, balkwerken en planken vloeren, maar ook naar zolderingen en het gehemelte. In delen van Drenthe is het tevens het woord voor de bultige, groene strook tussen de wagensporen, en de Drentse plaatsnaam Bunne zal op een verhoging in het land slaan. Ook in Duitsland bestaat het, in de Saksische streektalen van het noorden en in de algemene, Hoogduitse vorm Bühne. Wat valt er over de herkomst te zeggen?

Lees verder “Beun”

Eerste vichtel Taaldacht

Er is enige reden tot vreugde, want Taaldacht bestaat sinds kort vijf jaar en heeft inmiddels aardig wat op haar kerfstok. Op de 26e van de 5e maand van 2010 verschenen hier de eerste, bescheiden stukjes over allerhande spraakzaken. Sindsdien is het een afwisseling geweest van drukke en minder drukke tijden en is de aandacht –ja taaldacht– meer en meer verschoven naar het wroeten tussen … Lees verder Eerste vichtel Taaldacht

Helinium, Elinium

Bijna tweeduizend jaar geleden, van 77 na Christus tot aan zijn dood twee jaar later, schreef de Romeinse geschiedkundige Plinius de Oudere zijn Naturalis Historia. In dit grote werk wist hij onder meer te vertellen dat het grote mondingsgebied van de Maas en de Waal in de Noordzee in zijn tijd Helinium heet. Dit was geen Latijnse naam, zoals u wellicht zou vermoeden, maar een gelatiniseerde vorm van een inheemse naam. Omdat er om en nabij deze streek zowel Kelten als Germanen woonden is het de vraag uit wier taal de naam kwam en wat hij betekende.

Lees verder “Helinium, Elinium”

Het heeft zijn beste tijd had

Het voorvoegsel ge- is geen lang leven meer beschoren. Het is binnen het Germaanse taalgebied al eeuwen over zijn hoogtepunt heen en zal uiteindelijk ook grotendeels verdwijnen uit het Nederlands. Dat is althans wat ik al enige jaren verwacht. Dus toen Steven Hagers onlangs aan enkele mede-taalkundigen vroeg hoe het Nederlands over vijf eeuwen zal klinken en kennelijk geen van hen de teloorgang van dit voorvoegsel opperde, was ik ietwat verbaasd. Nu is mij geen lopend onderzoek naar de fut van ge- bekend en heden lijkt het nog immer stevig geworteld in onze taaltuin en die van onze oosterburen, maar het lijkt mij al met al een redelijke voorspelling. Hier volgen dan enkele redenen.

Lees verder “Het heeft zijn beste tijd had”

Fiets – een woord met diepe wortels

Er is over de herkomst van het woord fiets veel te doen geweest sinds de eerste betuigingen in 1870 te Apeldoorn en 1871 te Leeuwarden, in de vormen viets en fiets. Het zou een verbastering zijn van Frans vélocipède, het voordien gangbare woord in de Lage Landen; het zou om een klanknabootsing gaan; het zou van de achternaam van rijwielverhuurder Viets komen. Nee, enkele jaren geleden kwam dan de verlossing en zou het raadsel eindelijk zijn opgelost: fiets ware ontleend aan een korte vorm van een verloren gewestelijk Duits Vize-pferd ‘plaatsvervangend paard’. Hiermee werd algauw korte metten gemaakt, onder andere door de taalkundige Jan Stroop. De meest waarschijnlijke duiding werd honderd jaar geleden al gegeven en er valt nog altijd meer te vertellen over dit bijzondere, eigenzinnig-Nederlandse woord.

Lees verder “Fiets – een woord met diepe wortels”

Toen het Nederlands wat Noorser klonk dan nu

Of: het verlies van lange medeklinkers in de Lage Landen

Wie eens aandachtig naar het Noors (of Zweeds) luistert zal niet alleen merken hoe zangerig het kan klinken, maar ook dat het wemelt van de lange medeklinkers. Noorse spelling sluit in dat opzicht beter bij uitspraak aan dan Nederlandse spelling dat doet. In Nederlands vallen bijvoorbeeld wordt de /l/ kort uitgesproken. In Noors falle daarentegen wordt de /l/ ook echt lang aangehouden. Luister maar. Duizend jaar geleden kende de voorloper van het Nederlands nog wel zulke lange medeklinkers: Oudnederlands fallan werd ook echt uitgesproken als fal-lan.

Lees verder “Toen het Nederlands wat Noorser klonk dan nu”

Kade – werkelijk een Keltisch woord?

Eeuwen lang zijn Germanen en Kelten elkaars buren geweest, grotendeels door de Rijn gescheiden. Het waren de Kelten die aanvankelijk verder ontwikkeld waren, onder andere in hun kennis van metaalbewerking. Van hen hebben de Germanen ooit woorden als ijzer en lood overgenomen. Doch de taal van de Kelten is in de tijd van het Romeinse Rijk grotendeels van het vasteland verdwenen, toen velen Germaans gingen spreken en nog velen meer het Latijn overnamen. De Nederlandse keltoloog Peter Schrijver meent dat er tot in de Middeleeuwen een Keltische taal in het Nederlandse kustgebied werd gesproken en dat het woord kade in deze late tijd nog hieraan ontleend is. Maar is dat wel zo?

Lees verder Kade – werkelijk een Keltisch woord?”

Nersch

Hoe heerlijk is het op die hoge lentedagen, met al dat lichte groen, als nu eens Zonne straalt en dan eens regen valt, als druppels zachtjes trommelen op lover en heel de lucht verrukkelijk ruikt? Middenaarde verkwikt en is jong in haar ouderdom. Ik zocht een woord voor dat frisse, dauwige, vochtige en welige waar ik zo van houd –vooral van het groene voorjaar– en vond het in de werken van Westvlaamse dichters en schrijvers in de wende van de negentiende naar de twintigste eeuw. Want zij noemden zulks nersch. En mogelijk is dat een woord dat ooit een mythologische, paradijselijke lading had.

West-Vlaanderen
“Het land lag voor hem, onafzienbaar, met hoogten en vlakten, en dorpen en bosschen, alles nog in de nersche wazigheid van de vroegte,” schreef August Vermeylen. “En lijze [‘zachtjes’], onhoorbaar haast, doch zichtbaar aan den drijf der avonddoomen, blaast een doodenadem nog een looverke uit de boomen, rolt het, glazig-nat en nersch, al over ‘t streuvelende gers,” dichtte René de Clercq.

Lees verder “Nersch”

Dageraad

Ochtends aanvang, wanneer de zon nog achter de kim is verborgen doch haar stralen de lucht al verlichten, noemen wij dageraad. De klank en ondoorgrondelijkheid van het woord maken dat het oud en verheven aandoet, en dat betaamt het zo oerige verschijnsel waar het naar verwijst. De meeste mensen zullen al aanvoelen dat het geen samenstelling is met raad ‘aanbeveling’. Maar wat is het dan wel? Tijd om ons licht te laten schijnen over dit zonderlinge woord.

Lees verder “Dageraad”

De ware apen van het noorden

Also available in English.

Sinds de Middeleeuwen gebruiken wij het woord aap voor een zekere uitheemse vierhander. Maar dit woord werd tweeduizend jaar geleden al in de Germaanse wereld gebruikt en verwees toen waarschijnlijk naar een heel ander wezen, en wel een uit het inheemse volksgeloof: een bedrieglijke en afzichtelijke zwarte gruwel die in het water op de loer lag.

Lees verder “De ware apen van het noorden”