De ware apen van het noorden

Also available in English.

Sinds de Middeleeuwen gebruiken wij het woord aap voor een zekere uitheemse vierhander. Maar dit woord werd tweeduizend jaar geleden al in de Germaanse wereld gebruikt en verwees toen waarschijnlijk naar een heel ander wezen, en wel een uit het inheemse volksgeloof: een bedrieglijke en afzichtelijke zwarte gruwel die in het water op de loer lag.

Lees verder “De ware apen van het noorden”

Hijmer

Hijmer is het diepe en deerlijke verlangen naar een thuis dat niet meer bestaat of misschien zelfs nooit heeft bestaan en de hoop dat het wacht in het hiernamaals. Het is het smachten naar gemeenschap en verworteling in een groene, voorouderlijke tijd die al dan niet verbeeld is. Het is het onafschudbare gevoel dat het huidige leven onvolkomen is, dat er iets wezenlijks ontbreekt en een belangrijk evenwicht is verstoord. Wie hijmer heeft vangt soms glimpen op van diens ware thuis – in aanzichten en klanken en geuren, en vaak in oude bossen en andere landschappen die niet ingrijpend of geheel niet door mensenhanden zijn gerept.

Lees verder “Hijmer”

Oostere kere weder

Als de dagen weer langer duren dan de nachten en Middenaarde weer tot bloei komt, dan is de lente begonnen. Deze eerste voorjaarsdagen van vruchtbaarheid waren hoogtijd voor onze Germaanse voorouders en zij noemden deze *Austrōn. Dit vrouwelijke woord is nog bewaard gebleven in Duits Ostern en Engels Easter, hoewel zij inmiddels verwijzen naar de Pasen, de Christelijke feestdagen om de opstanding van Jezus.

Lees verder “Oostere kere weder”

Fenrir

Also available in English.

De wilde wolf is terug in Nederland en dat mag gevierd worden. Niet dat hij geen gevaar vormt, met name voor ons wollevee, maar de wolf is zo met ons erfgoed verbonden dat er nu een oud evenwicht lijkt te worden hersteld. Onze Germaanse voorouders vergeleken zich graag met deze grauwe dieren, getuige de vele namen met wolf erin die vanouds gegeven werden, maar beschouwden hen tevens als geduchte vijanden. Het is dan ook de grote boze wolf die zijn tanden laat zinken in onschuldig volk in sprookjes als Roodkapje en De wolf en de zeven geitjes.

Lees verder “Fenrir”

Múdspelli

Also available in English.

In de Germaanse letterkunde van de vroege Middeleeuwen bestaat een zeer geheimzinnig woord dat telkenmale in één adem wordt genoemd met vuur en verwoesting en het einde van de wereld, te weten Múdspelli. Het is onduidelijk wat het letterlijk betekent en de vraag is bovendien of het oorspronkelijk een christelijk begrip is of dat het uit het oude Germaanse heidendom stamt. Er zijn al vele voorstellen gedaan, maar geen ervan is echt overtuigend. Valt er dan wellicht een nieuwe duiding te bedenken?

Lees verder “Múdspelli”

Stuivende draken of het draaien van betekenis

Ik zal iets van zestien zijn geweest toen mijn zussen en ik bij onze grootouders op bezoek waren in hun rietgedekte huisje op het Drentse land. Mijn lieve oma, een statige lange vrouw met ouderwetse opvattingen, kwam de keuken uitlopen en speurde om zich heen. “Heeft iemand mijn sletje gezien?” Mijn ogen werden groot en dwaalden af naar mijn zussen, hoewel ze niet aan de beschrijving voldeden. “Ik kan mijn sletje nergens vinden!”

Lees verder “Stuivende draken of het draaien van betekenis”

De zin en onzin van het zinwoord

Er zijn wonderlijke vragen en zaken die een wakend mens plagen. Zoals: Waar verblijven slakken des winters? Hoe maakt men eigenlijk spiegels? Wat beweegt mensen tot snelwandelen? En waarom zeggen wij waaghals, dwingeland en brekebeen, en niet halswager, landdwinger en beenbreker? De eerste drie raadsels kunnen wij in Taaldacht (nog) niet oplossen. Maar die schaamteloos omgedraaide woorden, dat zijn zogenaamde zinwoorden, en daar valt misschien wat over te zeggen.

Lees verder “De zin en onzin van het zinwoord”

Wat is een vent?

“Dat is wel een aardige vent.” “Nee, ik mag die vent niet.” Links en rechts gebruiken we het woord vent om mannen mee aan te duiden. Het is niet deftig, maar gemeenzaam en vertrouwelijk, voornamelijk bedoeld voor mannen die we niet zo goed kennen of die eenvoudig zijn of waar we geen hoge dunk van hebben. De meeste mensen zullen de koning bijvoorbeeld niet gauw een vent noemen. Maar hoe komt die lading zo? Wat is een vent oorspronkelijk?

Lees verder “Wat is een vent?”

Over foppen en fuiven

De oorsprong van de woorden foppen en fuiven staat veelal als duister te boek, maar het is in elk geval mogelijk dat zij van één en dezelfde wortel komen. In betekenis hoeven ze in elk geval niet ver uiteen te liggen. Het kan hem namelijk in de gekte zitten: een fuif is mooie gekkigheid en wie een ander fopt houdt hem of haar voor de gek. Hun vormverschil hoeft evenmin een bezwaar te zijn, want zoals schoppen zonder twijfel verwant is aan schuiven, zo kan foppen verwant zijn aan fuiven.

Foppen is mogelijk ontleend aan Duits foppen. Het eerste bewijs van dat werkwoord stamt uit de veertiende eeuw, in de Middelhoogduitse afleiding vopperin ‘vrouw die zich als gek voordoet’. Verwant zijn bovendien Engels to fob ‘bedriegen’ alsook Middelengels fobbe ‘bedrieger’ en foppe ‘nar, dwaas’. Er is ook Middelnederlands fobaert ‘nar, dwaas’, zelf ontleend aan het Oudfrans en oorspronkelijk een afleiding van een Oudfrankisch werkwoord *fobon en dus van Germaanse herkomst.

Lees verder “Over foppen en fuiven”

Wattan?

Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Dat zij een van de leuzen van taal, als taal leuzen had. Zolang het de boodschap niet schaadt kan er in uitspraak en zelfs op schrift vaak wat weggelaten of vereenvoudigd worden, want taal wendt zich vaak over de weg van de minste weerstand. Zo heeft het Nederlands zijn naamvallen verloren en zo kunnen wij ook de zogenaamde samentrekking begrijpen. Veel mensen zeggen of schrijven bijvoorbeeld niet volledig hoe is het, maar hoest. In sommige gevallen heeft men niet in de gaten dat een woord eigenlijk een samentrekking is, laat staan waaruit. Een bekend voorbeeld is misschien, eigenlijk mag schien ‘kan gebeuren’. (De -d- in geschieden is een latere invoeging.) Andere voorbeelden zijn vreten, eigenlijk vereten, en verorberen, eigenlijk veroorbaren.

Lees verder “Wattan?”

Zijdigheden

Enkele jaren geleden had ik in een kroeg een redetwist met zuster en zwager. Onderwerp was het woord hamster. Ik meende zo uit het achterhoofd te weten dat dit onzijdig is, dus: het hamster. De een bestreed dit, de ander viel mij bij. Op het einde liep het uit de hand: glazen en stoelen gingen over en weer, tafels werden gekanteld en rode hoofden spraken vloeken uit. Of zo had het kunnen gaan. Wel heb ik na de bewuste avond mijn ongelijk erkend: het is de hamster, want vrouwelijk. Mogelijk dat woorden als konijn mij hadden behekst.

Lees verder “Zijdigheden”