Gestaag was de regen, steil de wandeling, in dit koele woudland vol beken en vallen en ranke sparren. Er klonk een spel van ruisend water en kwelende vogels die zich bezigden in de vroege lente. En toch leek het stil, zij het door vrede of voorbode. Na een uur of wat kwamen we uit bij een opener oord, mijn makker en ik. Een mist hing daar dik over de mossige rotsenbodem en het pad leidde verder opwaarts langs struiken en berken en ander jong loof. Al na enige stappen vonden we hetgeen we voor gekomen waren. De eerste stapel van geweldige stenen doemde op door de sluier. Hadden we een zonderling gezang gehoord, zacht en helder als uit een ander rijk, het had ons niet verbaasd. Maar het bleef stil en ik vroeg me af wat het volk hier in vroegere eeuwen over deze stapels dacht en had gehoord. En waarom men besloten had hen Käste te noemen.
Lees verder “De stapels die reuzen wrochten”