Over de Waal

Toen de Germanen dat geschreeuw achter zich hoorden en het bloedbad onder de hunnen zagen, wierpen zij de wapenen weg, lieten hun veldteekenen in den steek en stormden uit de legerplaats. Aan de samenvloeiing van Maas en Rijn gekomen, wanhoopten zij aan een verder voorzetten der vlucht. Het grootste deel werd neergehouwen, de overigen sprongen in de rivier, en vonden daar, door schrik, vermoeidheid en de kracht van den stroom overmand, hun graf.

Lees verder “Over de Waal”

De waternamen van België

Hoe ver noordelijk reikte de Keltische wereld in de Lage Landen? Over dat vraagstuk is veel te doen geweest, met geen tekort aan boude beweringen. Het is onder geleerden niet ongewoon te menen dat heel België ooit Keltisch was, eigenlijk wel al het land tot aan de Rijn, en het wordt de laatste jaren weer betoogd dat zelfs de oude Friezen oorspronkelijk Kelten waren. Daartoe worden de namen van rivieren—de oudste en belangrijkste aanwijzingen die we hebben over de talen die er gesproken werden—al te gemakkelijk aangewend. Lees verder “De waternamen van België”

Nifterlaca

Het jaar is 718. De Franken onder leiding van Karel de Hamer weten Wiltaburg, oftewel Utrecht, te heroveren op de Friezen. Het gebied benoorden de stad tot aan het IJsselmeer volgt spoedig en staat in 723 te boek als een Frankische gouw met de merkwaardige naam Nifterlaca. Niet veel later, na roerige tijden met enige Denen en Noormannen, is deze weer verdwenen, samen met de kennis van de betekenis. Het woord nifter lijkt evenwel naar een windrichting te hebben verwezen en van dezelfde oorsprong te zijn als Neuster, ook wel Neustrië, de naam van een gebied in het oude Frankrijk. Lees verder “Nifterlaca”

Húgo

In de vierde eeuw na Christus verspreiden talloze groepen Franken en andere Germanen zich als roedels vanuit het noorden en oosten over het oude Gallië. Hoewel dat rijke land aanvankelijk nog onder het gezag van Rome valt, stichten ze er binnen afzienbare tijd hun eigen koninkrijken, die onder de vorst Chlodovech omtrent het jaar 500 worden verenigd tot één Frankrijk. Ze snuiven Romeinse beschaving op, maar nemen ook hun eigen taal en zeden mee, waaronder de wolfse naam Húgo.

Lees verder “Húgo”

Fricco

In de elfde eeuw na Christus heeft de Duitse geestelijke Adam van Bremen wat opmerkelijke dingen te zeggen over de zeden van de Zweden, die dan nog heidens zijn en beoogd voor kerstening. In Uppsala, zo heeft hij vernomen, staat een beroemde tempel met vergulde wanden en een grote gouden ketting eromheen. Ernaast staan onder meer uiterst heilige bomen aan wier takken op gezette tijden mannen en mannetjesdieren worden opgehangen. Hun bloed geldt als zoenoffer aan de goden.

Lees verder “Fricco”

Een joon te water

Tot ver in de Middeleeuwen werden in grote delen van Holland, Zeeland en West-Vlaanderen streektalen gesproken die meer op het toenmalige Fries leken dan wat er elders in de Lage Landen werd gesproken. Een duidelijke herinnering aan deze tijd is West-Friesland, de naam van een gebied ten noordoosten van Alkmaar. Maar het Friesachtige taalverleden van deze streken langs de Noordzee blijkt vooral uit de afwijkende klanken van menig woord en oordnaam. Eén daarvan zij joon, een eigenaardig visserswoord dat wel eens heel oud kon zijn.

Lees verder “Een joon te water”

Cruptorix

Het zijn spannende dagen in 28 na Christus, wanneer de Friezen enkele Romeinse belastinginners aan het kruis nagelen, naar verluidt om onredelijke eisen. Ze belegeren daarna het plaatselijke castellum en lokken uiteindelijk negenhonderd rijkstroepen, waaronder Germaanse dienstplichtigen, tot hun bloedige einde in het woud van Baduhenna. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus, van wie wij het verhaal hebben, voegt eraan toe dat nog eens vierhonderd rijkstroepen de hoeve van ene Cruptorix bereiken en daar uit angst voor verraad de hand aan elkaar slaan. Van Cruptorix zegt Tacitus verder alleen dat deze ooit soldaat voor de Romeinen was geweest. Een beschouwing van zijn naam onthult echter meer: niet zozeer over hemzelf als wel over de Friezen van toen, een verrassende bevestiging van iets dat we lang over hen hebben aangenomen. Lees verder “Cruptorix”

Hoe Keltisch waren de Friezen?

In 58 na Christus reizen de twee Friese vorsten Verritus en Malorix af naar Rome om te praten over de rijksgronden die ze net bezuiden de Rijn hebben ingenomen. Al warend door de eeuwige stad belanden ze in het Theater van Pompeius en merken ze op dat er buitenlanders op voorname plekken zitten. Dat, zo wordt hun uitgelegd, zijn afgevaardigden van volkeren die hun moed en vriendschap aan Rome hebben bewezen. Daarop zeggen Verritus en Malorix dat er boven de Germanen geen sterveling uitmunt in wapens en trouw, en ze nemen ertussen plaats. Het wordt goed opgevat en de heren krijgen Romeins burgerrecht, maar keizer Nero laat evengoed de Friezen van de betwiste gronden vertrekken. Lees verder “Hoe Keltisch waren de Friezen?”

Namengalm

Wij zijn onze noemkunst verloren. Waar onze Germaanse voorouders tweeduizend jaar geleden een schat aan namen in de hoge taal van het heldendicht wrochten hebben wij het maar te doen met de nagalmen ervan, die we langzaam vervangen met allerlei oppiksels van elders. Er zit geen leven meer in onze namen, voor zover ze van ons zijn, en we moeten in werken naslaan wat hun betekenis is, voor zover die bekend of zeker is.

Lees verder “Namengalm”

Tijdeman

Er zijn van die namen die me lang dwarszitten. Niet vanwege de klank, maar omdat de gangbare duiding me niet kan overtuigen en ik het nalaat met een betere op de proppen te komen. Eén zo’n dwarse naam is Tijmen. Tot overmaat van ramp ken ik meerdere Tijmens om me hieraan te herinneren. Er bestaat in elk geval geen twijfel over dat Tijmen een samentrekking is van Tijdeman, een naam die alleen nog maar als achternaam voorkomt en zelf een samenstelling is met Tijde. Maar wat heeft Tijde te betekenen?

Lees verder “Tijdeman”