Fiets – een woord met diepe wortels

Er is over de herkomst van het woord fiets veel te doen geweest sinds de eerste betuigingen in 1870 te Apeldoorn en 1871 te Leeuwarden, in de vormen viets en fiets. Het zou een verbastering zijn van Frans vélocipède, het voordien gangbare woord in de Lage Landen; het zou om een klanknabootsing gaan; het zou van de achternaam van rijwielverhuurder Viets komen. Nee, enkele jaren geleden kwam dan de verlossing en zou het raadsel eindelijk zijn opgelost: fiets ware ontleend aan een korte vorm van een verloren gewestelijk Duits Vize-pferd ‘plaatsvervangend paard’. Hiermee werd algauw korte metten gemaakt, onder andere door de taalkundige Jan Stroop. De meest waarschijnlijke duiding werd honderd jaar geleden al gegeven en er valt nog altijd meer te vertellen over dit bijzondere, eigenzinnig-Nederlandse woord.

Lees verder “Fiets – een woord met diepe wortels”

Toen het Nederlands wat Noorser klonk dan nu

Of: het verlies van lange medeklinkers in de Lage Landen

Wie eens aandachtig naar het Noors (of Zweeds) luistert zal niet alleen merken hoe zangerig het kan klinken, maar ook dat het wemelt van de lange medeklinkers. Noorse spelling sluit in dat opzicht beter bij uitspraak aan dan Nederlandse spelling dat doet. In Nederlands vallen bijvoorbeeld wordt de /l/ kort uitgesproken. In Noors falle daarentegen wordt de /l/ ook echt lang aangehouden. Luister maar. Duizend jaar geleden kende de voorloper van het Nederlands nog wel zulke lange medeklinkers: Oudnederlands fallan werd ook echt uitgesproken als fal-lan.

Lees verder “Toen het Nederlands wat Noorser klonk dan nu”

Kade – werkelijk een Keltisch woord?

Eeuwen lang zijn Germanen en Kelten elkaars buren geweest, grotendeels door de Rijn gescheiden. Het waren de Kelten die aanvankelijk verder ontwikkeld waren, onder andere in hun kennis van metaalbewerking. Van hen hebben de Germanen ooit woorden als ijzer en lood overgenomen. Doch de taal van de Kelten is in de tijd van het Romeinse Rijk grotendeels van het vasteland verdwenen, toen velen Germaans gingen spreken en nog velen meer het Latijn overnamen. De Nederlandse keltoloog Peter Schrijver meent dat er tot in de Middeleeuwen een Keltische taal in het Nederlandse kustgebied werd gesproken en dat het woord kade in deze late tijd nog hieraan ontleend is. Maar is dat wel zo?

Lees verder Kade – werkelijk een Keltisch woord?”

Nersch

Hoe heerlijk is het op die hoge lentedagen, met al dat lichte groen, als nu eens Zonne straalt en dan eens regen valt, als druppels zachtjes trommelen op lover en heel de lucht verrukkelijk ruikt? Middenaarde verkwikt en is jong in haar ouderdom. Ik zocht een woord voor dat frisse, dauwige, vochtige en welige waar ik zo van houd –vooral van het groene voorjaar– en vond het in de werken van Westvlaamse dichters en schrijvers in de wende van de negentiende naar de twintigste eeuw. Want zij noemden zulks nersch. En mogelijk is dat een woord dat ooit een mythologische, paradijselijke lading had.

West-Vlaanderen
“Het land lag voor hem, onafzienbaar, met hoogten en vlakten, en dorpen en bosschen, alles nog in de nersche wazigheid van de vroegte,” schreef August Vermeylen. “En lijze [‘zachtjes’], onhoorbaar haast, doch zichtbaar aan den drijf der avonddoomen, blaast een doodenadem nog een looverke uit de boomen, rolt het, glazig-nat en nersch, al over ‘t streuvelende gers,” dichtte René de Clercq.

Lees verder “Nersch”

Dageraad

Ochtends aanvang, wanneer de zon nog achter de kim is verborgen doch haar stralen de lucht al verlichten, noemen wij dageraad. De klank en ondoorgrondelijkheid van het woord maken dat het oud en verheven aandoet, en dat betaamt het zo oerige verschijnsel waar het naar verwijst. De meeste mensen zullen al aanvoelen dat het geen samenstelling is met raad ‘aanbeveling’. Maar wat is het dan wel? Tijd om ons licht te laten schijnen over dit zonderlinge woord.

Lees verder “Dageraad”

De ware apen van het noorden

Also available in English.

Sinds de Middeleeuwen gebruiken wij het woord aap voor een zekere uitheemse vierhander. Maar dit woord werd tweeduizend jaar geleden al in de Germaanse wereld gebruikt en verwees toen waarschijnlijk naar een heel ander wezen, en wel een uit het inheemse volksgeloof: een bedrieglijke en afzichtelijke zwarte gruwel die in het water op de loer lag.

Lees verder “De ware apen van het noorden”

Oostere kere weder

Als de dagen weer langer duren dan de nachten en Middenaarde weer tot bloei komt, dan is de lente begonnen. Deze eerste voorjaarsdagen van vruchtbaarheid waren hoogtijd voor onze Germaanse voorouders en zij noemden deze *Austrōn. Dit vrouwelijke woord is nog bewaard gebleven in Duits Ostern en Engels Easter, hoewel zij inmiddels verwijzen naar de Pasen, de Christelijke feestdagen om de opstanding van Jezus.

Lees verder “Oostere kere weder”

Fenrir

Also available in English.

De wilde wolf is terug in Nederland en dat mag gevierd worden. Niet dat hij geen gevaar vormt, met name voor ons wollevee, maar de wolf is zo met ons erfgoed verbonden dat er nu een oud evenwicht lijkt te worden hersteld. Onze Germaanse voorouders vergeleken zich graag met deze grauwe dieren, getuige de vele namen met wolf erin die vanouds gegeven werden, maar beschouwden hen tevens als geduchte vijanden. Het is dan ook de grote boze wolf die zijn tanden laat zinken in onschuldig volk in sprookjes als Roodkapje en De wolf en de zeven geitjes.

Lees verder “Fenrir”

Múdspelli

Also available in English.

In de Germaanse letterkunde van de vroege Middeleeuwen bestaat een zeer geheimzinnig woord dat telkenmale in één adem wordt genoemd met vuur en verwoesting en het einde van de wereld, te weten Múdspelli. Het is onduidelijk wat het letterlijk betekent en de vraag is bovendien of het oorspronkelijk een christelijk begrip is of dat het uit het oude Germaanse heidendom stamt. Er zijn al vele voorstellen gedaan, maar geen ervan is echt overtuigend. Valt er dan wellicht een nieuwe duiding te bedenken?

Lees verder “Múdspelli”

Wat is een vent?

“Dat is wel een aardige vent.” “Nee, ik mag die vent niet.” Links en rechts gebruiken we het woord vent om mannen mee aan te duiden. Het is niet deftig, maar gemeenzaam en vertrouwelijk, voornamelijk bedoeld voor mannen die we niet zo goed kennen of die eenvoudig zijn of waar we geen hoge dunk van hebben. De meeste mensen zullen de koning bijvoorbeeld niet gauw een vent noemen. Maar hoe komt die lading zo? Wat is een vent oorspronkelijk?

Lees verder “Wat is een vent?”

Over foppen en fuiven

De oorsprong van de woorden foppen en fuiven staat veelal als duister te boek, maar het is in elk geval mogelijk dat zij van één en dezelfde wortel komen. In betekenis hoeven ze in elk geval niet ver uiteen te liggen. Het kan hem namelijk in de gekte zitten: een fuif is mooie gekkigheid en wie een ander fopt houdt hem of haar voor de gek. Hun vormverschil hoeft evenmin een bezwaar te zijn, want zoals schoppen zonder twijfel verwant is aan schuiven, zo kan foppen verwant zijn aan fuiven.

Foppen is mogelijk ontleend aan Duits foppen. Het eerste bewijs van dat werkwoord stamt uit de veertiende eeuw, in de Middelhoogduitse afleiding vopperin ‘vrouw die zich als gek voordoet’. Verwant zijn bovendien Engels to fob ‘bedriegen’ alsook Middelengels fobbe ‘bedrieger’ en foppe ‘nar, dwaas’. Er is ook Middelnederlands fobaert ‘nar, dwaas’, zelf ontleend aan het Oudfrans en oorspronkelijk een afleiding van een Oudfrankisch werkwoord *fobon en dus van Germaanse herkomst.

Lees verder “Over foppen en fuiven”