Zonne

Ontzagwekkend als de verschijning mag zijn, de zon lijkt pas vrij laat als een goddelijke geest te zijn beschouwd in de menselijke geschiedenis, en dan vooral in Eurazië en Egypte. Vaak ging het om een bescheiden rol, maar in menig geval werd hiermee de oorspronkelijke oppergod, Vader Hemel, naar de achtergrond verdrongen. Bekende voorbeelden zijn Ra, die door sommige farao’s als hoogste god werd beschouwd, en Amaterasu, de Japanse zonnegodin die tot op de dag van vandaag als stammoeder van de keizerlijke familie wordt vereerd. Hoewel de zon ook bij Indo-Europese volkeren dikwijls als bezield werd gezien, moeten de oorspronkelijke Indo-Europeanen er anders naar hebben gekeken. Voor hun was de zon, hoewel van godsdienstig belang, eerder een ding dan een oergeest.

Lees verder “Zonne”

De kosmische orde

De Oppergod van het uitspansel is de schepper van de aarde en van de mens. Hij is de “vormer van alle dingen” en “Vader”. Hij schiep dingen zichtbaar en onzichtbaar, en hij is het die nog altijd de aarde vruchtbaar maakt. (…) Het begrip van de schepping is nauw verbonden met het begrip van een kosmische wet. Het uitspansel is het oerbeeld van alomvattende orde. De hemelgod waarborgt de voortzetting en ongrijpbaarheid van zowel de kosmische ritmes als de duurzaamheid van menselijke samenlevingen.

Lees verder “De kosmische orde”

Roet, maskers en geesten

Maskers, ze worden sinds mensenheugenis om verschillende redenen gedragen: van de struikrovers die tijdens hun bezigheden niet herkend wilden worden tot de edele krijgers die met een uitdrukkingsloos kunstgelaat hun gezicht beschermden en hun vijanden op het slagveld de stuipen op het lijf joegen. Maskers hebben algauw een vrij demonisch opzicht –zo betekent Latijn larva zowel ‘masker’ als ‘spook’– en men kan er zo de doden mee vertolken, of boze geesten. Hiervoor was een oude en eenvoudige wijze van maskering het zwart smeren van het gezicht met roet. Het is dan ook geen toeval dat de woorden mascara en masker zoveel op elkaar lijken.

Lees verder “Roet, maskers en geesten”

De echte Zwarte Piet

Als er iets mis is met Zwarte Piet, dan is het wel dat hij een olijke en onbedreigende verschijning is geworden. Het opvoedkundige opzicht van het Sinterklaasfeest dreigt geheel vergeten te worden. Tegenwoordig is het minder de vraag of kinderen zich hebben gedragen en meer wat ze allemaal te snoepen en uit te pakken zullen krijgen. De echte Zwarte Piet is een enge en geheimzinnige geest uit oeroude tijden, met de taak om jong en oud tot goed gedrag te verschrikken. Het zou een grote vergissing zijn om hem te veranderen in een Kleurenpiet of Roetpiet of iets anders knulligs.

Lees verder “De echte Zwarte Piet”

De Hoge God onzer voorouders

Geloof in een Opperwezen is een betrekkelijk nieuw verschijnsel, ontstaan uit een ouder geloof in meerdere machtige goden naast elkaar. Daarvóór werd alles als bezield geacht: van dieren en stromen tot stenen en bomen. En in de vroegste tijden zag men heel de wereld als doortrokken van een ondeelbare geestelijke kracht. Een dergelijke geschiedenis van godsdienst is niet zeldzaam in de hallen van geleerden. De taal- en volkskundige Wilhelm Schmidt betoogde echter het omgekeerde: oorspronkelijk was er geloof in een Opperwezen en in de loop der tijd ontaardde dit alom. Het tegendeel is nooit bewezen en een blik op de talen en godenleer van de Germanen en verwante volken lijkt zijn stelling eerder te ondersteunen dan te weerleggen.

Lees verder “De Hoge God onzer voorouders”

Toen men drakendoders en wrekken bezong

Het jaar is 608 na Christus. Op een groene heuvel ergens in het Saksenland staat een edele houten hal met een dak van gulden riet en een fraai getooide gevel. Binnen zijn verzameld mannen boud en bulderend bij een groot haardvuur. Rijkelijk vloeit de mede –die fijne honingdrank– onder de ogen van hun vrijgevige heer. En als de avond valt neemt een oude man met sneeuwwitte baard en lokken zijn harp op en begint te zingen. Over de daden van machtige koningen van weleer, over de hachelijke reizen van helden en over de monsters die zij versloegen, voor eer en schatten en de bescherming van mensen.

Lees verder “Toen men drakendoders en wrekken bezong”

Heimwee naar gisteren

Jungfrau door Albert Bierstadt (1830-1902)

Het woord nostalgie danken we aan een Zwitserse arts. Patiënten van Johann Jakob Harder (1656-1711) leden aan een vorm van heimwee. In veldtochten ver van de Alpen kwijnden ze weg; ze genazen pas weer in het aanzicht van hun geliefde bergen. Omdat een beetje geleerde zijn termen uit het Grieks haalde, smeedde Harder nóstos ‘behouden thuiskomst’ en álgos ‘pijn’ samen tot nostalgie. Later weekte het woord los van de medische wereld en kreeg het onze betekenis: heimwee naar gisteren.

Lees verder “Heimwee naar gisteren”

Piekeren

Het kasteel van Batavia, geschilderd door Andries Beekman, ca. 1656

Sommige woorden doen zo vertrouwd aan dat we er gemakkelijk vanuit gaan dat ze inheems zijn. Piekeren is zo’n woord. Op het eerste gezicht valt het nauwelijks uit de toon tussen oer-Hollandse werkwoorden als kietelen en kieperen. Maar als we even over de grenzen kijken, vinden we verrassend weinig verwanten. In de ons omringende landen wordt heel wat af gebroed en gerumineerd, maar van piekeren is weinig sprake.

Lees verder “Piekeren”