Boele

Boele is om meer dan één reden een schat van een naam. Het is een van de oudste Germaanse namen die heden nog aan jongens gegeven worden en komt naar alle waarschijnlijkheid van een wortel die meer dan tweeduizend jaar geleden een vrij bijzondere klankontwikkeling heeft doorgemaakt. Het is ook een van de meest liefkozend klinkende namen die er zijn. Te mooier is het dan dat Boele ‘lieve’ betekent.

Dat hij vroeger ook geliefd was getuigen de afstammingsnamen die ooit versteend zijn tot achternamen en thans niet zeldzaam zijn, zoals Boelen ‘(kind) van Boele’, Boelens (samengetrokken uit Boelen zoon ‘zoon van Boele’) en Fries Boelema ‘van de mensen van Boele’.

Lees verder “Boele”

En de immen ijveren voor hun honing

In de vijfde eeuwse graftombe van de heidense Hilderik, koning der Franken, vond men in de zeventiende eeuw onder meer zo’n driehonderd gulden bijen. Als geschenk wisselden deze kleine kostbaarheden vervolgens van edele handen, tot ze allen werden gestolen en omgesmolten, op een luttele twee na, thans te bezichtigen in de Bibliothèque nationale de France. Het is niet meer te achterhalen waarom ze destijds aan Hilderik zijn meegegeven, maar dat het vanouds belangrijke beestjes zijn staat vast. De bij is sinds jaar en dag het zinnebeeld van vlijt en een vlijtige ziel heet een bezige bij.

Lees verder “En de immen ijveren voor hun honing”

De kobben en kangers spinnen hun draad

De spinnen onzer tuinen zijn onlangs weer geteld voor Vroege Vogels en net als vorig jaar waren het vooral de kruisspinnen die in het oog sprongen. Bij wijze van spreken! Hier hangt voor een raam een kruisspin van koninklijk aanschijn in haar welgeweven web, wachtend op een lekker maal. Deze diertjes danken hun naam aan de gewoonte draden te spinnen. Spin, in het Oudnederlands nog spinna, betekent letterlijk ‘spinster’. Maar zij waren vroeger ook anders geheten.

Lees verder “De kobben en kangers spinnen hun draad”

De lange slaap

De dood wordt al sinds mensenheugenis een slaap genoemd, een lange slaap. Sterven kan nog immer ontslapen of inslapen heten en de beminde overledene wordt gewenst zacht te rusten. Het is thans vaak niet meer dan een verbloemende uitdrukking, daar velen niet meer geloven in enig hiernamaals, doch voor wie goede hoop heeft op meer dan duisternis na dit licht is het een zinnige vergelijking. Naar de vermoedens van een wijsgeer als Owen Barfield ware het ooit niet minder dan een vereenzelviging en achtten onze verre voorouders de twee als onlosmakelijk verbonden: de dood is een slaap en de slaap is een dood; ze zijn twee vormen van hetzelfde.

Lees verder “De lange slaap”

Adel

Adel wordt heden vooral verstaan als een woord voor de oude bevoorrechte stand en allen die daartoe behoren, een tamelijk strak omlijnd en wettelijk begrip. Doch vroeger betekende het meer algemeen ‘goed geslacht, goede afkomst, goede afstamming, goede aard’ en daarvoor eenvoudigweg ‘geslacht, afkomst, afstamming, aard’. In die oude betekenis schuilt het nog in inheemse, Germaanse namen als Albert en Allard/Aaldert, verbasteringen van Adelbert ‘schitterend door zijn afkomst’ en Adelhard ‘sterk door zijn afkomst’.

Van het Duits hebben wij adelaar (met aar als nevenvorm van arend) en het wordt bovendien vermoed dat adel als los woord is uitgestorven hier te lande alvorens het weer aan het Duits werd ontleend alsof het nooit is weggeweest. Hoe dat ook zij, over de uiteindelijke herkomst van adel bestaat nochtans geen enigheid in de wortelkundige woordenboeken. Bij dezen een eigen voorstel voor de herkomst van het woord adel.

Lees verder “Adel”

Oen

Van alle scheldwoorden in onze taal is oen toch wel een van de mildsten. Diens klank is al weinig dreigend, eerder vertederend, maar belangrijker nog: bij oen weten de meeste mensen behalve de lading ‘sufferd, dwaas’ niet waar ze eigenlijk voor worden uitgemaakt. De meeste scheldwoorden hadden immers oorspronkelijk een eigen betekenis voordat ze als scheldwoord gebruikt werden. Wat mag een oen dan wel niet wezen?

Lees verder “Oen”

Smid

De smid zal vanouds met verwondering en zelfs enige argwaan zijn aanschouwd. Wat voor een bijzondere en raadselachtige krachten vergt het wel niet om in de heetste haard een goed zwaard uit stukken metaal te hameren? Wat is dit voor een scheppingskracht? In Germaanse legenden waren smeden dan ook vaak niet mensen, maar elven of dwergen. Wijdvermaard was Wieland – hem werd menig beroemd en kostbaar zwaard toegeschreven en hij werd ook wel als elf beschouwd. Volgens de Oudnoordse overlevering wrocht hij Gram (‘toorn’), het zwaard waarmee de held Sigurðr uiteindelijk de draak Fáfnir velde. Wielands werk is ook het heergewaad van de koene Béowulf in het gelijknamige Oudengelse heldendicht.

Lees verder “Smid”