Wodan? Woen!

De tere ziel van Taaldacht wordt al jaren geteisterd door de wijdverbreide wanuitspraak van een wisse godennaam. Bij dezen de hoop dat herhaling heil brengt: de naam hoort niet Wodan te luiden, maar Woen. Wij zijn niet de eersten die hierover beginnen. “Het wordt eindelijk eens tijd, dat men de schooljeugd dien naam goed leert uitspreken,” zei de Leidse taalkundige Lammert Allard te Winkel erover in 1865. En ook heden zeggen de goede mensen van het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands: “De inheemse vorm is Oudnederlands wuodan (geschreven uuoden [791-800; CG II-1, 26]) en had in het Middelnederlands klankwettig tot *woeden > *woen moeten leiden (als in boedel > boel).”

Lees verder “Wodan? Woen!”

Afstammingsnamen in de Lage Landen

In IJsland is het nog de maatstaf: daar hebben de meeste mensen geen achternaam, maar een vadersnaam, ook wel bekend als patroniem. Een dergelijke naam geeft aan wiens zoon of dochter iemand is. Zo heet het huidige staatshoofd van IJsland Ólafur Ragnar Grímsson. Hij is dus de zoon van Grímur. Het vorige staatshoofd heet Vigdís Finnbogadóttir. Zij is dus de dochter van Finnbogi. In de Lage Landen was het vroeger niet anders, en veel achternamen alhier zijn dan ook versteende vadersnamen. Maar waar het huidige IJsland maar één slag vadersnaam heeft, hadden de Lage Landen er verscheidene.

Lees verder “Afstammingsnamen in de Lage Landen”

De schemerende n

In het algemene, “Hollandse” Nederlands is de n al geruime tijd bezig te verdwijnen wanneer deze oorspronkelijk aan het einde van een woord staat en een stomme e volgt. Een zin die gespeld wordt als we hebben gelopen wordt steeds vaker uitgesproken als “we hebbe gelope”.

Een vergelijkbare ontwikkeling heeft zich reeds voorgedaan in het Engels, het Fries en de Scandinavische talen, waar de onbepaalde wijs van werkwoorden al eeuwen niet meer op -n eindigt en de spelling dit ook weergeeft. Vergelijk Nederlands zingen met Engels (to) sing, Fries sjonge en Zweeds (att) sjunga, allen van Oudgermaans *singwanan. Het Fries kent echter nog -n-vormen in bepaalde gevallen, zoals in ik hear him sjongen ‘ik hoor hem zingen’. Bovendien eindigt in zowel het Engels als het Fries een voltooid deelwoord vaak nog op een -n die ook echt wordt uitgesproken. Vergelijk Nederlands ik heb gereden (“ik heb gerede”) met Engels I have ridden en Fries ik haw riden.

Lees verder “De schemerende n”

Ubbe de Vries

Wij kennen de verhalen van Friese koningen en helden uit de Middeleeuwen, zoals Finn Folcwalding, Rêdbád en Grutte Pier, maar wie kent dat van Ubbe?

Ergens in de achtste eeuw na Christus ontmoeten in Zweden twee reusachtige legers elkaar op een grote vlakte genaamd de Brávellir. Het ene wordt geleid door de Deense koning Haraldr Hilditönn (‘Strijdtand’), het andere door zijn Zweedse onderkoning Sigurðr Hringr (‘Ring’). Wat volgt is een van de meest legendarische slagen ooit beschreven in de Noordse letterkunde, met in de hoofdrol een Friese krijger van groot gestalte genaamd Ubbe, oftewel Ubbi in het Oudnoords.

Lees verder “Ubbe de Vries”

Vergeten woorden herzien

Ruim anderhalf jaar geleden gaven wij een lijst uit van vergeten woorden, te weten woorden die ergens tussen het Oudgermaans en het hedendaags Nederlands verloren zijn gegaan. Sommige van deze zijn heel alledaags, sommige hoogst dichterlijk. Voor veel zaken bestonden vroeger twee of meer woorden. Dit hoge aandeel van evenwoorden en de hoe dan ook bijzonder rijke woordenschat konden ontstaan en standhouden ten gevolge van … Lees verder Vergeten woorden herzien

Raag

De aanblik van een gebergte waarvan de besneeuwde toppen zich hoog boven de wolken verheffen, de beschrijving van een razende storm, of de schildering van het rijk van de hel door Milton wekken behagen op, maar gepaard met huivering (…).

Uit:
Opmerkingen over het gevoel van het schone en het verhevene
(1763, vertaling door Ike Kamphof)

Aldus spreekt de Duitse wijsgeer Immanuel Kant in een van zijn vroegere werken. Hij onderscheidt hier het verhevene van het schone. Beide vervoeren ons tot hogere gevoelens, maar het verhevene grijpt ons aan, terwijl het schone ons bekoort. Het verhevene moet altijd groot en eenvormig zijn, het schone kan klein en druk en getooid zijn. In zijn latere werk zou hij hier nog veel verder over uitweiden.

Lees verder “Raag”

Motor

Het is de hoogste tijd om terug te keren naar die aloude, edele oefening die de geest vindingrijk houdt en de taal kwik: het smeden van woorden. Het doelwit is deze maal een diep ingegraven leenwoord.

Motor is langs het Engels ontleend aan Latijn mōtor ‘beweger’, een afleiding van movēre ‘bewegen, in beweging brengen’. De meeste Europese talen hebben hetzelfde woord en anders een dat beantwoordt aan Engels engine. Zelfs het doorgaans eigenzinnige Fins berust in moottori. Uitzonderingen zijn Litouws met variklis, Pools met silnik en –u raadt het al– IJslands met vél en hreyfill. Dit laatste woord wordt vooral voor vliegtuigmotoren gebruikt en is een afleiding bij het werkwoord hreyfa ‘bewegen’. Vél is algemener en betekent ook wel ‘machine’; het gaat terug op Oudnoords vél ‘kunstigheid, kunstgreep’.

Lees verder “Motor”