Oranje

oranje

In afwachting van de huldiging van Willem-Alexander tot Koning der Nederlanden zal het land weer doordrenkt worden met oranje. Wee de zielen die liever een andere landskleur hadden gehad. En dat terwijl het meer toeval dan zinnebeeld is dat Nederland uitgerekend oranje als landskleur heeft. Het Nederlandse vorstengeslacht heet weliswaar het Huis Oranje-Nassau, maar Oranje in dezen heeft oorspronkelijk niets te maken met de kleurnaam.

Lees verder “Oranje”

Sigelhearwan

Toen de Angelsaksen in Brittannië meer dan duizend jaar geleden vele verhalen uit de klassieke en bijbelse wereld opschreven in hun eigen taal, het Oudengels, vertaalden ze doorgaans niet de namen van mensen en volkeren en landen. Hooguit voegden ze ter verduidelijking eigen woorden toe. De Romeinen waren domweg Rómáne dan wel Rómwaran, de Grieken Grécas, de Israëlieten Israélas, de Egyptenaren Egipte, enzovoort. Maar merkwaardig genoeg gebruikten ze uitgerekend voor de Ethiopiërs steevast een volstrekt eigen benaming, namelijk het raadselachtige Sigelhearwan – alsmede latere nevenvormen als Sílhearwan en Sigelwaras.

Lees verder “Sigelhearwan”

Fledimella

Voor Salvia Fledimella –
Sextus Salvius (haar) meester
ter nagedachtenis

Zo staat gekorven in een van de oudste grafstenen van Nederland, opgericht in het begin van de eerste eeuw na Christus, gevonden in de Houtense Vlakte. Het is een bijzonder inschrift, niet enkel omdat het met Fledimella een van de vroegst overgeleverde Nederlandse namen bevat, maar ook vanwege het verhaal dat erachter schuilt.

Lees verder “Fledimella”

Namen van Nederlandse stammen: Tvihanti en Thrihanti

Toen de Romeinen rond het begin van onze jaartelling oprukten in de Lage Landen waren deze bewoond door verschillende Germaanse stammen. De namen van deze stammen zijn tot ons gekomen in gelatiniseerde vorm. Maar wat betekenen zij? In een reeks gewijd aan de duiding van deze namen, deze keer: de Tvihanti en Thrihanti.

Lees verder “Namen van Nederlandse stammen: Tvihanti en Thrihanti”

Hendrik

Weinig namen zijn zo oerdegelijk en alledaags als Hendrik, helemaal in diens samengetrokken vorm Henk. Doch ondertussen is de naam oorspronkelijk van koninklijke lading, alsmede een van de meeste geheimzinnige die ons is overgeleverd. Want hoewel het tweede lid -rik zonder twijfel de verbasterde vorm is van de oude naamstam rijk ‘heerser, koning’, toont het eerste lid zich een raadsel.

Lees verder “Hendrik”

Gherualke, cranohari met gër

Al enkele jaren vroeg ik mij af welke roofvogel de schrijver van het wetboek van de Beieren, de Lex Baiuwariorum uit de jaren veertig van de achtste eeuw, zou hebben bedoeld met cranohari. Volgens Köbler betekent dit woord ‘Kranichadler’. Arend moet echter in het Oudhoogduits aro zijn, want geen van de n-stammen heeft een -i in de nominatief enkelvoud in het Oudhoogduits. Het ligt daarom voor de hand om hier uit te gaan van een afleiding van Oudhoogduits kranuh met het suffix –āri, ontleend aan Latijn –ārius. Daarmee worden nog steeds nomina agentis gevormd met de uitgang –er, –aar. Ik zou cranohari daarom interpreteren als ‘kraanvogelvanger’, zoals het Franse lévrier ‘hazenvanger’ en ons sperwer ‘mussenvanger’ moet betekenen.

Lees verder “Gherualke, cranohari met gër”

Lind

De meeste Germaanse namen zijn van oudsher een samenstelling van twee naamstammen, oftewel woorden die uit gewoonte gebruikt worden voor het samenstellen van een naam.  Zo is de naam Herman niets anders dan een (licht verbasterde) samenstelling van heer ‘heerschare, leger’ en man, en betekent Herman zoveel als ‘krijger, soldaat’. Van de meeste naamstammen is de betekenis vrij duidelijk, maar in sommige gevallen tasten we ietwat in het duister.

Een van die geheimzinnige naamstammen is lind, die tegenwoordig jammer genoeg bijna uitsluitend nog voorkomt in Linde en Linda, vleivormen van namen die op -lind eindigen. Wat betekent lind nu eigenlijk als we het tegenkomen in een naam?

Lees verder “Lind”

Mierzoet of smaakvol?

Veel van de zinnebeelden die we dagelijks gebruiken ontlenen we aan onze unieke geschiedenis. Talloze uitdrukkingen zijn gevormd tijdens het rijke scheepvaartverleden. Al bouwen we de duinen tot de wolken, ook de zee stroomt immer onze taal binnen. En een debat wordt bij ons in blessuretijd beslist, waar dit elders bijvoorbeeld in de ninth innings zou gebeuren.

Toch is het metaforische vlechtwerk van onze taal niet geheel cultuurgebonden. Zo zullen er weinig landen zijn waar niet met enige regelmaat een maaltijd genuttigd wordt; onlangs viel me op hoe we ook in het Nederlands onze eetgewoontes bij onze taal betrekken.  Woorden ontleend aan de smaak, maar ook aan het opdienen en nuttigen van eten, vormen een onuitputtelijke bron voor metaforen – veelal onbewust gebruikt.

Lees verder “Mierzoet of smaakvol?”