Kade – werkelijk een Keltisch woord?

Eeuwen lang zijn Germanen en Kelten elkaars buren geweest, grotendeels door de Rijn gescheiden. Het waren de Kelten die aanvankelijk verder ontwikkeld waren, onder andere in hun kennis van metaalbewerking. Van hen hebben de Germanen ooit woorden als ijzer en lood overgenomen. Doch de taal van de Kelten is in de tijd van het Romeinse Rijk grotendeels van het vasteland verdwenen, toen velen Germaans gingen spreken en nog velen meer het Latijn overnamen. De Nederlandse keltoloog Peter Schrijver meent dat er tot in de Middeleeuwen een Keltische taal in het Nederlandse kustgebied werd gesproken en dat het woord kade in deze late tijd nog hieraan ontleend is. Maar is dat wel zo?

Lees verder Kade – werkelijk een Keltisch woord?”

Nersch

Hoe heerlijk is het op die hoge lentedagen, met al dat lichte groen, als nu eens Zonne straalt en dan eens regen valt, als druppels zachtjes trommelen op lover en heel de lucht verrukkelijk ruikt? Middenaarde verkwikt en is jong in haar ouderdom. Ik zocht een woord voor dat frisse, dauwige, vochtige en welige waar ik zo van houd –vooral van het groene voorjaar– en vond het in de werken van Westvlaamse dichters en schrijvers in de wende van de negentiende naar de twintigste eeuw. Want zij noemden zulks nersch. En mogelijk is dat een woord dat ooit een mythologische, paradijselijke lading had.

West-Vlaanderen
“Het land lag voor hem, onafzienbaar, met hoogten en vlakten, en dorpen en bosschen, alles nog in de nersche wazigheid van de vroegte,” schreef August Vermeylen. “En lijze [‘zachtjes’], onhoorbaar haast, doch zichtbaar aan den drijf der avonddoomen, blaast een doodenadem nog een looverke uit de boomen, rolt het, glazig-nat en nersch, al over ‘t streuvelende gers,” dichtte René de Clercq.

Lees verder “Nersch”

Dageraad

Ochtends aanvang, wanneer de zon nog achter de kim is verborgen doch haar stralen de lucht al verlichten, noemen wij dageraad. De klank en ondoorgrondelijkheid van het woord maken dat het oud en verheven aandoet, en dat betaamt het zo oerige verschijnsel waar het naar verwijst. De meeste mensen zullen al aanvoelen dat het geen samenstelling is met raad ‘aanbeveling’. Maar wat is het dan wel? Tijd om ons licht te laten schijnen over dit zonderlinge woord.

Lees verder “Dageraad”

De ware apen van het noorden

Also available in English.

Sinds de Middeleeuwen gebruiken wij het woord aap voor een zekere uitheemse vierhander. Maar dit woord werd tweeduizend jaar geleden al in de Germaanse wereld gebruikt en verwees toen waarschijnlijk naar een heel ander wezen, en wel een uit het inheemse volksgeloof: een bedrieglijke en afzichtelijke zwarte gruwel die in het water op de loer lag.

Lees verder “De ware apen van het noorden”

Hijmer

Hijmer is het diepe en deerlijke verlangen naar een thuis dat niet meer bestaat of misschien zelfs nooit heeft bestaan en de hoop dat het wacht in het hiernamaals. Het is het smachten naar gemeenschap en verworteling in een groene, voorouderlijke tijd die al dan niet verbeeld is. Het is het onafschudbare gevoel dat het huidige leven onvolkomen is, dat er iets wezenlijks ontbreekt en een belangrijk evenwicht is verstoord. Wie hijmer heeft vangt soms glimpen op van diens ware thuis – in aanzichten en klanken en geuren, en vaak in oude bossen en andere landschappen die niet ingrijpend of geheel niet door mensenhanden zijn gerept.

Lees verder “Hijmer”

Oostere kere weder

Als de dagen weer langer duren dan de nachten en Middenaarde weer tot bloei komt, dan is de lente begonnen. Deze eerste voorjaarsdagen van vruchtbaarheid waren hoogtijd voor onze Germaanse voorouders en zij noemden deze *Austrōn. Dit vrouwelijke woord is nog bewaard gebleven in Duits Ostern en Engels Easter, hoewel zij inmiddels verwijzen naar de Pasen, de Christelijke feestdagen om de opstanding van Jezus.

Lees verder “Oostere kere weder”

Fenrir

Also available in English.

De wilde wolf is terug in Nederland en dat mag gevierd worden. Niet dat hij geen gevaar vormt, met name voor ons wollevee, maar de wolf is zo met ons erfgoed verbonden dat er nu een oud evenwicht lijkt te worden hersteld. Onze Germaanse voorouders vergeleken zich graag met deze grauwe dieren, getuige de vele namen met wolf erin die vanouds gegeven werden, maar beschouwden hen tevens als geduchte vijanden. Het is dan ook de grote boze wolf die zijn tanden laat zinken in onschuldig volk in sprookjes als Roodkapje en De wolf en de zeven geitjes.

Lees verder “Fenrir”

Múdspelli

Also available in English.

In de Germaanse letterkunde van de vroege Middeleeuwen bestaat een zeer geheimzinnig woord dat telkenmale in één adem wordt genoemd met vuur en verwoesting en het einde van de wereld, te weten Múdspelli. Het is onduidelijk wat het letterlijk betekent en de vraag is bovendien of het oorspronkelijk een christelijk begrip is of dat het uit het oude Germaanse heidendom stamt. Er zijn al vele voorstellen gedaan, maar geen ervan is echt overtuigend. Valt er dan wellicht een nieuwe duiding te bedenken?

Lees verder “Múdspelli”

Stuivende draken of het draaien van betekenis

Ik zal iets van zestien zijn geweest toen mijn zussen en ik bij onze grootouders op bezoek waren in hun rietgedekte huisje op het Drentse land. Mijn lieve oma, een statige lange vrouw met ouderwetse opvattingen, kwam de keuken uitlopen en speurde om zich heen. “Heeft iemand mijn sletje gezien?” Mijn ogen werden groot en dwaalden af naar mijn zussen, hoewel ze niet aan de beschrijving voldeden. “Ik kan mijn sletje nergens vinden!”

Lees verder “Stuivende draken of het draaien van betekenis”

De zin en onzin van het zinwoord

Er zijn wonderlijke vragen en zaken die een wakend mens plagen. Zoals: Waar verblijven slakken des winters? Hoe maakt men eigenlijk spiegels? Wat beweegt mensen tot snelwandelen? En waarom zeggen wij waaghals, dwingeland en brekebeen, en niet halswager, landdwinger en beenbreker? De eerste drie raadsels kunnen wij in Taaldacht (nog) niet oplossen. Maar die schaamteloos omgedraaide woorden, dat zijn zogenaamde zinwoorden, en daar valt misschien wat over te zeggen.

Lees verder “De zin en onzin van het zinwoord”

Wat is een vent?

“Dat is wel een aardige vent.” “Nee, ik mag die vent niet.” Links en rechts gebruiken we het woord vent om mannen mee aan te duiden. Het is niet deftig, maar gemeenzaam en vertrouwelijk, voornamelijk bedoeld voor mannen die we niet zo goed kennen of die eenvoudig zijn of waar we geen hoge dunk van hebben. De meeste mensen zullen de koning bijvoorbeeld niet gauw een vent noemen. Maar hoe komt die lading zo? Wat is een vent oorspronkelijk?

Lees verder “Wat is een vent?”