Afstammingsnamen in de Lage Landen
In IJsland is het nog de maatstaf: daar hebben de meeste mensen geen achternaam, maar een vadersnaam, ook wel bekend als patroniem. Een dergelijke naam geeft aan wiens zoon of dochter iemand is. Zo heet het huidige staatshoofd van IJsland Ólafur Ragnar Grímsson. Hij is dus de zoon van Grímur. Het vorige staatshoofd heet Vigdís Finnbogadóttir. Zij is dus de dochter van Finnbogi. In de Lage Landen was het vroeger niet anders, en veel achternamen alhier zijn dan ook versteende vadersnamen. Maar waar het huidige IJsland maar één slag vadersnaam heeft, hadden de Lage Landen er verscheidene.
De schemerende n
In het algemene, “Hollandse” Nederlands is de n al geruime tijd bezig te verdwijnen wanneer deze oorspronkelijk aan het einde van een woord staat en een stomme e volgt. Een zin die gespeld wordt als we hebben gelopen wordt steeds vaker uitgesproken als “we hebbe gelope”.
Een vergelijkbare ontwikkeling heeft zich reeds voorgedaan in het Engels, het Fries en de Scandinavische talen, waar de onbepaalde wijs van werkwoorden al eeuwen niet meer op -n eindigt en de spelling dit ook weergeeft. Vergelijk Nederlands zingen met Engels (to) sing, Fries sjonge en Zweeds (att) sjunga, allen van Oudgermaans *singwanan. Het Fries kent echter nog -n-vormen in bepaalde gevallen, zoals in ik hear him sjongen ‘ik hoor hem zingen’. Bovendien eindigt in zowel het Engels als het Fries een voltooid deelwoord vaak nog op een -n die ook echt wordt uitgesproken. Vergelijk Nederlands ik heb gereden (“ik heb gerede”) met Engels I have ridden en Fries ik haw riden.
Ubbe de Vries
Wij kennen de verhalen van Friese koningen en helden uit de Middeleeuwen, zoals Finn Folcwalding, Rêdbád en Grutte Pier, maar wie kent dat van Ubbe?
Ergens in de achtste eeuw na Christus ontmoeten in Zweden twee reusachtige legers elkaar op een grote vlakte genaamd de Brávellir. Het ene wordt geleid door de Deense koning Haraldr Hilditönn (‘Strijdtand’), het andere door zijn Zweedse onderkoning Sigurðr Hringr (‘Ring’). Wat volgt is een van de meest legendarische slagen ooit beschreven in de Noordse letterkunde, met in de hoofdrol een Friese krijger van groot gestalte genaamd Ubbe, oftewel Ubbi in het Oudnoords.
Taal verandert
Afgelopen woensdag kreeg Antoine Bodar bij Knevel & Van den Brink kort de gelegenheid zich te beklagen over de toestand van de Nederlandse taal. Als Bodar iets te zeggen heeft luister ik altijd aandachtig – gewis om zijn inzichten, maar ook omdat ik weinig mensen ken die zo zorgvuldig en welluidend Nederlands spreken.
Letterlijk
Het blijkt niet goed voor mijn gemoed om enkele dagen thuis te zitten en grieperig mijn toevlucht te nemen tot Amerikaanse soaps.
“I’m literally dying to see you” kermt soapblondine I in de hoorn van haar jaren 90-telefoon. Bij dit zorgwekkende bericht verwacht ik dat soapblondine II meteen ophangt om het ziekenhuis te bellen. In plaats daarvan kraamt ze uit, “So am I, honey”, wat mij bepaald niet geruststelt. Vervolgens nemen de twee stervende blondines integraal hun liefdesleven door voor de kijker die de afgelopen acht afleveringen gemist heeft.
Taalverrijking
Van alle taalverrijkingen die de voorbije jaren tussen Big Macs en iPhones naar onze kusten zijn verscheept, heeft er één een bijzonder plaatsje in mijn hart veroverd. En nee, dan heb ik het niet over een aanwinst als human resources of mindfulness, hoezeer die ook mijn innerlijke horizon verbreed hebben. Het gaat mij om upgraden, dat met zijn poëtische precisie nu al een waaier aan werkwoorden overbodig gemaakt heeft. Wie van ons heeft niet reikhalzend uitgekeken naar de dag dat Germaanse restanten als uitbreiden, verbeteren en vernieuwen bij het grof vuil gezet konden worden?
IJvig
Droom ik van een mooiere, minder gerepte Midden-Aarde, dan tiert en klimt daar met ijver en zwier dat immer groene gewas. Klimop omrankt de hoge, oude bomen, bedekt bosgronden en de brokkelende reuren van lang verstoorde stenen hallen. Hechtend en hullend tooit zij woud en wand.
Haastige spoed – Over Tolkiens ‘The Fall of Arthur’
Onze taal is haastig geworden: soepel en lenig, maar ook leeg van klank en niet zelden vaag en nietszeggend. Zeker in dichtvorm was de taal van onze voorouders langzaam, niet lenig. Zij was diep van klank en van een rijke, bondige zeggingskracht.
Zo sprak J.R.R. Tolkien eens in een lezing over het stafrijm, nu als slotstuk opgenomen in The Fall of Arthur. In het titelgedicht zet Tolkien zijn eigen woorden kracht bij: in gedragen stafrijm vertelt hij hoe de schemer viel over het rijk van koning Arthur.
Lees verder “Haastige spoed – Over Tolkiens ‘The Fall of Arthur’”
Vergeten woorden herzien
Ruim anderhalf jaar geleden gaven wij een lijst uit van vergeten woorden, te weten woorden die ergens tussen het Oudgermaans en het hedendaags Nederlands verloren zijn gegaan. Sommige van deze zijn heel alledaags, sommige hoogst dichterlijk. Voor veel zaken bestonden vroeger twee of meer woorden. Dit hoge aandeel van evenwoorden en de hoe dan ook bijzonder rijke woordenschat konden ontstaan en standhouden ten gevolge van … Lees verder Vergeten woorden herzien
Raag
De aanblik van een gebergte waarvan de besneeuwde toppen zich hoog boven de wolken verheffen, de beschrijving van een razende storm, of de schildering van het rijk van de hel door Milton wekken behagen op, maar gepaard met huivering (…).
Uit:
Opmerkingen over het gevoel van het schone en het verhevene
(1763, vertaling door Ike Kamphof)
Aldus spreekt de Duitse wijsgeer Immanuel Kant in een van zijn vroegere werken. Hij onderscheidt hier het verhevene van het schone. Beide vervoeren ons tot hogere gevoelens, maar het verhevene grijpt ons aan, terwijl het schone ons bekoort. Het verhevene moet altijd groot en eenvormig zijn, het schone kan klein en druk en getooid zijn. In zijn latere werk zou hij hier nog veel verder over uitweiden.
Motor
Het is de hoogste tijd om terug te keren naar die aloude, edele oefening die de geest vindingrijk houdt en de taal kwik: het smeden van woorden. Het doelwit is deze maal een diep ingegraven leenwoord.
Motor is langs het Engels ontleend aan Latijn mōtor ‘beweger’, een afleiding van movēre ‘bewegen, in beweging brengen’. De meeste Europese talen hebben hetzelfde woord en anders een dat beantwoordt aan Engels engine. Zelfs het doorgaans eigenzinnige Fins berust in moottori. Uitzonderingen zijn Litouws met variklis, Pools met silnik en –u raadt het al– IJslands met vél en hreyfill. Dit laatste woord wordt vooral voor vliegtuigmotoren gebruikt en is een afleiding bij het werkwoord hreyfa ‘bewegen’. Vél is algemener en betekent ook wel ‘machine’; het gaat terug op Oudnoords vél ‘kunstigheid, kunstgreep’.
