Van de ziener en de woede

Gelijk de sjamanen van Siberië leefden er onder onze eigen voorouders zij die goddelijke kennis verwierven—ook over de toekomst—door het wild met diens vele tekenen waar te nemen en zich gebeurlijk in een toestand van vervoering te werken. Bij alle Indo-Europese volkeren waren zulke zieners en waarzeggers van groot belang en bovendien vaak in dichtkunst bedreven. De beste van deze was voor de oude Germanen niemand minder dan de eenoogde god Woen. Zijn naam, beter bekend in de oude vorm Wódan en de Oudnoordse evenknie Óðinn, is verwant aan woede doch heeft maar zijdelings met razernij te maken. Lees verder “Van de ziener en de woede”

Alvader

In een ver, heidens verleden vereerden onze voorouders *Di̯ḗus ph2tḗr ‘Vader Hemel’, de Hoge God door wien de wereld geschikt wordt en wiens oog niets ontgaat. In latere, Germaanse dagen luidt zijn naam *Tīwaz en wordt hij vooral met recht en oorlog in verband gebracht. Na verder verloop van tijd en taal is hij als Týr bij de Scandinaviërs op de achtergrond geraakt en wordt Óðinn het voornaamst geacht, doch met de nodige hoedanigheden die eigenlijk bij Vader Hemel horen. Eén daarvan ligge besloten in de bijnaam Alfǫðr, die ogenschijnlijk ‘Alvader’ betekent, maar volgens de Amerikaanse geleerde Jackson Crawford ook anders te duiden is. Lees verder “Alvader”

Het heilige eiland

Zonderling prijkt het hoge Helgoland boven de baren van de Duitse bocht, verder uit de kust dan de Waddeneilanden. Hoewel gehavend door oorlog, zware stormvloeden en ingrijpende bouw, is het afgelegen oord nog altijd indrukwekkend met zijn witlijnige, rode rotswanden. Heilig was het ooit en wel een kern in de handel van barnsteen, dat gretig werd afgenomen door verre zuiderlingen. Zo hadden de Grieken ook mythologische voorstellingen over een barnsteeneiland bij de monding van een noordwestelijke stroom genaamd Ēridanos, waar de zonnedochters wenen. Lees verder “Het heilige eiland”

Reuzen, rotsen en stenen

Tijdens de vroege middeleeuwen bestond in Engeland het geloof dat menig stenen bouwwerk gemaakt was door een soort reuzen genaamd entas. In meerdere gedichten heetten Romeinse ruïnes die in het Britse landschap lagen enta geweorc, het ‘werk der enten’. Volgens de bekende geleerde Ælfríc waren zij zelfs de oprichters van de Toren van Babel na de zondvloed. Maar ook de bijbelse Goliath en de buitengewoon sterke, goddelijke held Hercules werden in Engelse vertalingen een ent genoemd. Mythen en sagen over dit bijzondere entengeslacht ontbreken, dus een beschouwing van het woord is welkom. Lees verder “Reuzen, rotsen en stenen”

Heidense zonneroem in de Lage Landen

In de kijk en taal van onze Indo-Europese voorouders was de zon een onbezielde zaak—een lamp of oog in de hemel, maar niet een oergeest op zich. Het moet in de latere, Germaanse wereld weinig anders zijn geweest, al is het mogelijk dat de zon er geleidelijk werd gezien als aangedreven door een afzonderlijke goddelijke ziel en dat het woord zon oorspronkelijk diens naam was. Zie hoe de oude Indiërs de eigenlijke zon Sūrya en de bijbehorende godheid Savitṛ ‘aandrijver’ vaak vereenzelvigden. Dat lijkt ook het geval met Ipe en Evert, twee zonderlinge namen voor de zon in de Lage Landen. Lees verder “Heidense zonneroem in de Lage Landen”

Fricco

In de elfde eeuw na Christus heeft de Duitse geestelijke Adam van Bremen wat opmerkelijke dingen te zeggen over de zeden van de Zweden, die dan nog heidens zijn en beoogd voor kerstening. In Uppsala, zo heeft hij vernomen, staat een beroemde tempel met vergulde wanden en een grote gouden ketting eromheen. Ernaast staan onder meer uiterst heilige bomen aan wier takken op gezette tijden mannen en mannetjesdieren worden opgehangen. Hun bloed geldt als zoenoffer aan de goden.

Lees verder “Fricco”

Es ten hemel

Van een afstand zijn ze vaak niet bijster opvallend, maar kijk onder essen omhoog op een mooie lentedag en je ziet hun frisse geveerde bladeren tegen het licht afgetekend. Hoe kwalijk is het dan dat juist deze vertrouwde inheemse bomen sinds enkele jaren worden geteisterd door een genadeloze schimmel, met de akelige essentaksterfte als gevolg. We hoeven niet te wijzen op hun nut voor andere schepsels om met het ongeluk van essen begaan te zijn –hun innerlijke waarde is reden genoeg– maar het is nu meer dan ooit goed om na te gaan wat zij voor onze voorouders hebben betekend en waarom ze heten hoe ze heten. Lees verder “Es ten hemel”

De hemelse stam der Anzen

Het zijn de Anzen die volgens het oude Germaanse volksgeloof als godengeslacht en hoeders van de kosmische orde over Middenaarde heersen. In vroegere tijden, toen de verering van Woedan nog niet haar vlucht had genomen, werden zij beschouwd als de afgezanten en telgen van Tuw de Vader, die gehuld is in de diepblauwe mantel van het onmetelijke uitspansel. Van zulke aanzienlijke wezens verdient de naam, die vooral bekend is in zijn Oudnoordse vorm æsir, nu eens alle aandacht. En dat mag de nodige vruchten afwerpen. Lees verder “De hemelse stam der Anzen”

Zonne

Ontzagwekkend als de verschijning mag zijn, de zon lijkt pas vrij laat als een goddelijke geest te zijn beschouwd in de menselijke geschiedenis, en dan vooral in Eurazië en Egypte. Vaak ging het om een bescheiden rol, maar in menig geval werd hiermee de oorspronkelijke oppergod, Vader Hemel, naar de achtergrond verdrongen. Bekende voorbeelden zijn Ra, die door sommige farao’s als hoogste god werd beschouwd, en Amaterasu, de Japanse zonnegodin die tot op de dag van vandaag als stammoeder van de keizerlijke familie wordt vereerd. Hoewel de zon ook bij Indo-Europese volkeren dikwijls als bezield werd gezien, moeten de oorspronkelijke Indo-Europeanen er anders naar hebben gekeken. Voor hun was de zon, hoewel van godsdienstig belang, eerder een ding dan een oergeest.

Lees verder “Zonne”

Finn

In de Oudengelse overlevering wordt verhaald van de Friese koning Finn, die meer dan anderhalf duizend jaar geleden ergens in de Friese landen zijn burcht heeft. Hij is gehuwd met Hildeburh, zuster van de Deense vorst Hnæf, die haar op een dag komt opzoeken met een gevolg van zo’n zestig man. Er breekt, kennelijk door oud zeer, een gevecht uit waarin zowel Hnæf als Finns zoon en de meeste van de Friezen worden gedood. Finn weet de boel te sussen en de Denen, nu onder het bevel van Hengest, hebben geen keuze behalve te blijven voor de winter. In de lente vertrekken ze, maar Hengest zint op wraak: ze keren terug en doden Finn en wat hij nog aan mannen had.

Dit is slechts een geringe samenvatting, maar er is zo veel te vragen over de volle toedracht en achtergrond van dit ooit beroemde gebeuren dat de Engelse schrijver en professor J.R.R. Tolkien er een heel boek mee kon vullen. In dit stuk zal ik echter kijken naar de naam Finn.

Lees verder “Finn”