Adel
Adel wordt heden vooral verstaan als een woord voor de oude bevoorrechte stand en allen die daartoe behoren, een tamelijk strak omlijnd en wettelijk begrip. Doch vroeger betekende het meer algemeen ‘goed geslacht, goede afkomst, goede afstamming, goede aard’ en daarvoor eenvoudigweg ‘geslacht, afkomst, afstamming, aard’. In die oude betekenis schuilt het nog in inheemse, Germaanse namen als Albert en Allard/Aaldert, verbasteringen van Adelbert ‘schitterend door zijn afkomst’ en Adelhard ‘sterk door zijn afkomst’.
Van het Duits hebben wij adelaar (met aar als nevenvorm van arend) en het wordt bovendien vermoed dat adel als los woord is uitgestorven hier te lande alvorens het weer aan het Duits werd ontleend alsof het nooit is weggeweest. Hoe dat ook zij, over de uiteindelijke herkomst van adel bestaat nochtans geen enigheid in de wortelkundige woordenboeken. Bij dezen een eigen voorstel voor de herkomst van het woord adel.