Van zwaardzijde en spilzijde
Het is niet boud om te stellen dat onze middeleeuwse en vroegere voorouders dichterlijker van taal waren dan wij hedenvolk zijn. Overdracht en zinnebeeld bezielden hun spraak te meer, al waren zij zich daar wellicht niet eens zo van bewust. Een mooi getuige hiervan is dat zij spraken van hun zwaardzijde en spilzijde wanneer zij de mannelijke en vrouwelijke lijn der verwantschap bedoelden, welke wij thans minder bekoorlijk vaderszijde en moederszijde noemen, en dat zij verwanten aan weerszijden ook wel zwaardmagen en spilmagen noemden.