Van zwaardzijde en spilzijde

Het is niet boud om te stellen dat onze middeleeuwse en vroegere voorouders dichterlijker van taal waren dan wij hedenvolk zijn. Overdracht en zinnebeeld bezielden hun spraak te meer, al waren zij zich daar wellicht niet eens zo van bewust. Een mooi getuige hiervan is dat zij spraken van hun zwaardzijde en spilzijde wanneer zij de mannelijke en vrouwelijke lijn der verwantschap bedoelden, welke wij thans minder bekoorlijk vaderszijde en moederszijde noemen, en dat zij verwanten aan weerszijden ook wel zwaardmagen en spilmagen noemden.

Lees verder “Van zwaardzijde en spilzijde”

Op de schaats, op de scheuvel

Nederland is een beetje de bullebak van het wereldwijde wedstrijdschaatsen geworden. Dat hoeft geen verrassing te zijn, want onze schaatsers zijn gescherpt door geweldige wedijver in eigen land. Al eeuwen gaat men hier des winters in groten getale het ijs op, zoals mooi getoond door menig schilderij. Opmerkelijk is dan dat het woord schaats aan een Romaanse taal is ontleend, terwijl er aan eigen woorden geen gebrek was. Eén woord in het bijzonder, het noordoostelijke scheuvel, is vermoedelijk minstens 1500 jaar oud.

Lees verder “Op de schaats, op de scheuvel”

Over muggen en kamelen

Gij blinde leidslieden, die de mug uitzijgt, en den kemel doorzwelgt.

(Statenbijbel, Mattëus 23:24)

Met deze woorden sprak Jezus tot hen die zich in onbenulligheden verliezen. Kennelijk was het destijds aan te raden eerst de muggen uit een drank te zeven, voor men een beker aan zijn mond zette. Maar het verorberen van een mug valt natuurlijk in het niet bij het doorslikken van een kameel. Aan Jezus’ uitspraak danken we de uitdrukking ‘muggen ziften,’ maar ook de kemel waart nog altijd door onze taal.

Lees verder “Over muggen en kamelen”

Afstammingsnamen in de Lage Landen

In IJsland is het nog de maatstaf: daar hebben de meeste mensen geen achternaam, maar een vadersnaam, ook wel bekend als patroniem. Een dergelijke naam geeft aan wiens zoon of dochter iemand is. Zo heet het huidige staatshoofd van IJsland Ólafur Ragnar Grímsson. Hij is dus de zoon van Grímur. Het vorige staatshoofd heet Vigdís Finnbogadóttir. Zij is dus de dochter van Finnbogi. In de Lage Landen was het vroeger niet anders, en veel achternamen alhier zijn dan ook versteende vadersnamen. Maar waar het huidige IJsland maar één slag vadersnaam heeft, hadden de Lage Landen er verscheidene.

Lees verder “Afstammingsnamen in de Lage Landen”

Mijn en dijn

Telkens wanneer ik iemand de uitdrukking mijn en dijn hoor zeggen of zie schrijven vuurt mijn gemoed. Dijn ‘jouw’ is mij namelijk een welbemind oud woord, stammend uit een tijd dat du/dou ‘jij’ in het algemeen Nederlands nog niet door gij/jij was vervangen. De Scandinavische talen, het Duits, het Fries en ook het Gronings en het Limburgs gebruiken allemaal nog een vorm van du/dou en dijn.

Lees verder “Mijn en dijn”

Bondig

Waarom geniet het Engels bij Nederlanders zo vaak de voorkeur, in zang en handel en wat niet al, boven de eigen taal? Afgezien van het aanzien en de klanken komt dit misschien doordat het Nederlands doorgaans meer lettergrepen vergt dan het Engels. Alleen al het voltooid deelwoord met zijn ge- maakt het Nederlands betrekkelijk lang: vergelijk geboren met born.

De bondigheid van het Engels komt ook door het alleraardigste achtervoegsel -ed, dat zoveel betekent als ‘beschikkend over, in het bezit van, behept met’, terwijl wij het moeten zien te redden met aanvoegsels als ge–(d/t), be–(d/t) en -ig om datzelfde uit te drukken. Zo zeggen de Engelsen bijvoorbeeld horned waar wij gehoornd zeggen. Zij zeggen bearded en blue-eyed, wij gebaard/bebaard en blauwogig.

Lees verder “Bondig”

Verdromen

…zo werd ik vanzelf onzichtbaar, een bleke vlek onder de populieren die daar de zomer verdroomde…

In een van de mooiste zinnen uit zijn Caesarion roept Tommy Wieringa een bijna vergeten woord in herinnering. Het dichterlijke verdromen is helaas geworden tot een zeldzame verschijning in het prozaïsche landschap onzer letteren. Toch hebben we sinds het woord in de zeventiende eeuw onze taal binnenzwierf vele dagen en nachten, maanden, jaargetijden, ja zelfs eeuwen verwijld in innige verdroming.

Lees verder “Verdromen”

Hersterking

Een glazige blik kreeg ik toen ik het woord ried liet vallen. “Ik ried haar deze aan,” had ik gezegd. Enige verduidelijking later bekende mijn toehoorder enkel raadde te kennen. Waarop ik een glazige blik terug wierp. Nu wordt het oorspronkelijk sterke werkwoord raden al enige eeuwen ook zwak verbogen, maar dit onweten stak.

Want vaarn en vervig is het sterke werkwoord. Waar het zwakke werkwoord bestaat bij de gunst van een achtervoegsel blijft het sterke werkwoord zichzelf, terwijl het zich hult in verschillende gedaanten zoals het jaar getijden heeft. Het heeft integriteit en karakter – is eigenzinnig in de beste zin van het woord.

Lees verder “Hersterking”

Nimmer vergeten

Nothing is forgotten. Nothing is ever forgotten. Robin of Sherwood Al lijkt de mens te vergeten, het is niet de herinnering die vergankelijk is, maar de vergetelheid. Want de mist van tijd zal verzwinden – bij de hand van de Hoogste, die niet vergeet en niet vergaat, en de hulling ongedaan mag maken. Zonder hulling is er geen geheimzinnigheid of verwondering, dat lijdt geen twijfel, … Lees verder Nimmer vergeten