Welke weg, Drenthe?

Hoe zet je duizenden jaren Drents landschap en erfgoed op de kaart? Hoe koester je de ziel en steentijdschatten van je streek? Door de verbindende weg Hunebed Highway te noemen en daar na-aapsels van Amerikaanse borden naast te prikken, uiteraard. Dit Route 66 gespeel was anderhalf jaar geleden reeds voldongen en werd afgelopen week in vier haastige afleveringen nog eens beklonken door Omroep MAX met een knuist vol Europese flappen. Lees verder “Welke weg, Drenthe?”

Herculēs in Nederland

Herculēs, schreef de bekende geschiedschrijver Tacitus tegen het jaar 100, verbleef naar verluidt ooit onder de Germanen en werd door hen nog immer als voornaamste held bezongen en zelfs als god beofferd met dieren. Niet onder die naam uiteraard, maar de Romeinen en Germanen plachten nu eenmaal elkaars goden en helden te vereenzelvigen. Bodemvondsten in de vorm van onder meer erestenen staven Tacitus’ verhaal: Nederrijnse Germanen in dienst van het Rijk vereerden Herculēs, vaak met de opmerkelijke plaatselijke bijnaam Magusanus. Lees verder “Herculēs in Nederland”

De Steenpuist

Aanschouw de nieuwste aanwinst van mijn stad: het Forum Groningen. Groots was de loftuiting toen het vorige maand dan eindelijk geopend werd na 14 jaar en een luttele 140 miljoen euro. Het is bedacht als “huiskamer van de stad”, een ruimte voor bezigheden en tentoonstellingen en tevens de nieuwe huisvesting van onder meer de openbare bibliotheek en het fijnere filmtheater. De weerstand onder de bevolking is vanaf het begin groot geweest, maar nu staat het bouwwerk er toch en rijst de vraag: welke bijnaam hebbe dit ding? Lees verder “De Steenpuist”

Juten

Al ruim een eeuw wordt mijnheer diender met enige regelmaat en weinig vriendelijk juut genoemd, als eerste door schoffies in Amsterdam en Rotterdam. Het zou om een klanknabootsend woord gaan, verwijzend naar het fluitje waar de man vroeger op blies als de wet weer eens onmiddellijke handhaving vergde. Hij heeft immers ook tuut geheten. Heel overtuigend is deze duiding niet, alleen al omdat juut niet bijster goed de klank nabootst en kennelijk nergens in die hoedanigheid is opgeschreven. Maar waar komt het woord dan wel vandaan? Lees verder “Juten”

Herrend met de heerlijke stem

Hij was “de beroemdste zanger uit de Germaanse Oudheid”, een man wiens heldere stem als toonbeeld gold in de landen om de Oostzee en Noordzee tot ver in de heuvels van Beieren. Herrend luidt zijn naam in onze taal, ook wel Harrend, en naar hem is nog vele eeuwen menig man vernoemd in Zuid-Holland en Zeeland, waar hij volgens een van de overgeleverde verhalen gevochten heeft voor zijn oom en heer, op het inmiddels lang verdronken eiland Wulpen. Lees verder “Herrend met de heerlijke stem”

Alvader

In een ver, heidens verleden vereerden onze voorouders *Di̯ḗus ph2tḗr ‘Vader Hemel’, de Hoge God door wien de wereld geschikt wordt en wiens oog niets ontgaat. In latere, Germaanse dagen luidt zijn naam *Tīwaz en wordt hij vooral met recht en oorlog in verband gebracht. Na verder verloop van tijd en taal is hij als Týr bij de Scandinaviërs op de achtergrond geraakt en wordt Óðinn het voornaamst geacht, doch met de nodige hoedanigheden die eigenlijk bij Vader Hemel horen. Eén daarvan ligge besloten in de bijnaam Alfǫðr, die ogenschijnlijk ‘Alvader’ betekent, maar volgens de Amerikaanse geleerde Jackson Crawford ook anders te duiden is. Lees verder “Alvader”

Een stavenschat voor onze taal

Worden de oude ruinstaven niet uit schrik verloochend, dan drijven ze wel door gebrek aan nut uit ons bewustzijn. Dit schrift hoort in verschillende gedaanten nu eenmaal bij talen die hier niet meer leven. Wie het Oudgermaans machtig wordt kan er gelijk mee aan de slag, maar voor het Nederlands met diens afwijkende klanken zijn deze tekens niet geschikt. Daarvoor moeten ze eerst bijgewerkt worden, zoals de oude Engelsen en Friezen ooit deden. En zo is hier een Nederlandse stavenschat gewrocht. Lees verder “Een stavenschat voor onze taal”

Tekens, truien en treurige buien

ruintrui
De trui des aanstoots.

Met klamme handen heeft de hema deze week ijlings een trui uit haar rekken getrokken vanwege een opdruk van runen, de Germaanse schrifttekens die tot in de middeleeuwen gangbaar waren in de Lage Landen en omstreken. Het taboe rust in dit geval met name op de ᛟ, omdat die kennelijk als zinnebeeld wordt gebruikt door slechte mensen. Wie dat mogen wezen doet er niet toe, want het mag nooit een reden zijn om dit kostbare talige erfgoed in de ban te doen. Lees verder “Tekens, truien en treurige buien”

Volk in vroegere dagen

Verreweg de meeste westerlingen belijden thans—al dan niet bewust—een vorm van staatsnationalisme, dat inhoudt dat staatsburgerschap bepaalt tot welk volk iemand behoort. Deze overtuiging deed haar intrede tijdens de bloedige Franse Revolutie vanuit de geest van vooruitgang. Voordien was volk gelijk aan afkomst en konden vorsten over (delen van) verschillende volkeren heersen. Die vorsten waren de nazaten van krijgsheren die in de oudheid macht hadden vergaard ten koste van stambelangen. En uit die eerdere tijd komen de twee Germaanse woorden voor volk: *þeudō en *leudiz. Lees verder “Volk in vroegere dagen”

Zwart goud

Vele, zo niet de meeste talen op Aarde danken gas aan de Vlaamse geleerde J.B. van Helmont, die het in de zeventiende eeuw vereenvoudigde uit chaos. Dat oorspronkelijk Griekse woord werd ruim een eeuw tevoren al door zijn grote Zwitserse voorbeeld Paracelsus gebruikt voor hetzelfde begrip. De vorm van gas maakt evenwel dat het gemakkelijk te verheemduiden is, in dit geval als ware het afkomstig van de wortel van gist, zoals dan ook een tijdje gemeend is. Met olie daarentegen valt niets te beginnen—als duidelijke ontlening blijft het een vlek op het water. Maar wat zouden we anders zelf bedacht kunnen hebben voor dit vettige spul? Lees verder “Zwart goud”