Toen men drakendoders en wrekken bezong

Het jaar is 608 na Christus. Op een groene heuvel ergens in het Saksenland staat een edele houten hal met een dak van gulden riet en een fraai getooide gevel. Binnen zijn verzameld mannen boud en bulderend bij een groot haardvuur. Rijkelijk vloeit de mede –die fijne honingdrank– onder de ogen van hun vrijgevige heer. En als de avond valt neemt een oude man met sneeuwwitte baard en lokken zijn harp op en begint te zingen. Over de daden van machtige koningen van weleer, over de hachelijke reizen van helden en over de monsters die zij versloegen, voor eer en schatten en de bescherming van mensen.

Lees verder “Toen men drakendoders en wrekken bezong”

Onder de linde

Onder de linde is een bijzondere plek in de zeden en verhalen van de Middeleeuwen en daarvoor. Wij vernemen van geliefden die elkaar ontmoeten in de schaduw onder de linde, van ridders die sterven in het gras onder de linde, en van graven die gedolven worden onder de linde. Wij leren dat men vroeger in de Germaanse wereld in de buitenlucht recht sprak en dan vaak onder deze boom. En wij weten hoe gaarne men vanouds om haar stam mocht dansen. Hoe is dit zo gekomen? Wat onderscheidt de linde van andere bomen?

Lees verder “Onder de linde”

Wat zijn Vlaanderen en Vlamingen nu eigenlijk?

Tegenwoordig verwijst Vlaanderen naar het gehele Nederlandstalige deel van België. Vroeger was het de naam van het graafschap dat ruwweg de huidige provincies West- en Oost-Vlaanderen omvatte, alsook Zeeuws- en Frans-Vlaanderen. Maar in de oudste geschriften die wij kennen, uit de achtste eeuw, sloeg het op een gouw die volgens de geschiedkundige Georges Declercq strekte van de IJzermonding in het zuidwesten tot net voorbij Brugge in het noordoosten. Deze pagus Flandrensis was, in de woorden van Declercq, een reusachtige schorrenvlakte die vooral voor schapenteelt geschikt was. Ook ertoe gerekend werd de zoom van de hogere zandstreek die eraan grensde, alwaar de meeste bewoning was.

Lees verder “Wat zijn Vlaanderen en Vlamingen nu eigenlijk?”

De herkomst van dog

Also available in English

De herkomst van het Engelse woord dog is al tijden een groot raadsel. Het heeft zich langs Middelengels dogge ontwikkeld uit Oudengels docga, waarna het spoor dood lijkt te lopen. Aanvankelijk verwees het vooral naar honden van grovere aard en werd het vaak geringschattend gebruikt, ook als een belediging naar mensen. Uiteindelijk verdrong het hound, dat in de zustertalen –zoals IJslands hundur, Noors hund, Duits Hund en Nederlands hond– nog steeds het algemene woord voor onze trouwe viervoeter is, en verspreidde het zich naar andere talen. Waar komt deze Engelse benaming vandaan? Een mogelijk antwoord ligt in de vergelijking met enige Nederlandse woorden.

Lees verder “De herkomst van dog”

Verborgen onder water, verborgen onder de grond

Toen Alarik, koning der Wisigoten, in 410 na Christus stierf tijdens zijn veldtocht, verlegden zijn mannen de loop van een stroom en lieten zij hun gevangenen in diens bedding een graf graven. Aldaar werd Alarik met veel eer en schatten te aarde besteld. Nadien werd de stroom hersteld en de delvers gedood, opdat het rustoord van hun heer geheim zou blijven. Zo werd anderhalve eeuw later verhaald door Jordanes, een Romein die zelf ook van Gotische afkomst was. Hij voegde toe dat een uitvaart als deze naar het gebruik van hun volk was. Wie weet wat er allemaal nog meer verstopt ligt onder de wateren van Middenaarde.

Lees verder “Verborgen onder water, verborgen onder de grond”

Staven

wulfaharijaz

Ruim tweeduizend jaar geleden werd er in de Germaanse wereld een schrift ontwikkeld naar voorbeeld van dat wat bezuiden de Alpen in gebruik was. Onder de Germanen, die een zeer godsdienstig doch heidens wereldbeeld hadden, beschikten slechts enkelen over kennis van dit wonderlijke schrift en was het vandaar omgeven met voorstellingen van macht en toverkracht. Het enige schrift was ook gelijk een geheimschrift.

Een teken in dit schrift noemde men een *stabaz, terwijl de geheime gedachte of toverspreuk die men vast wou leggen een *rūnō heette. Het kerven van zo’n boodschap in deze tekens was het *wrītaną. Dat wil zeggen: de ingewijde was in staat een ruin in de vorm van staven (soms één enkele staf) in hout, steen of metaal te wrijten. Om verwarring met de nerven in het hout te voorkomen bevatte geen van de staven een liggende lijn. Bovendien waren ze zelfs bij draaiing en spiegeling niet met elkaar te verwarren, in tegenstelling tot bijvoorbeeld p en d of d en b.

Lees verder “Staven”

Luisteren naar de baas

Het woord baas is een baas onder woorden: menig wortelkundige heeft er na enige worsteling zijn meerdere in moeten erkennen en de meeste woordenboeken houden het thans op “onbekende oorsprong” of “herkomst duister”. Het helpt ook niet dat het woord oorspronkelijk in een betrekkelijk klein taalgebied voorkwam, namelijk Holland, Friesland en Noord-Duitsland. Een verband met bazelen en verbazen behoort wel tot de mogelijkheden, maar de betekenissen lijken niet gemakkelijk te verzoenen. Misschien dat we baas kunnen verslaan en het raadsel ontwarren als we vergelijken hoe Fries heit ‘vader’ is ontstaan.

Lees verder “Luisteren naar de baas”

Beun

In het Noordnederlandse spraakgebied, en dan vooral in de Saksische streektalen, gebruikt men vanouds een vorm van het wonderschone woord beun. Afhankelijk van streek en tijd kan het naar allerhande verhogingen verwijzen –vaak van hout– zoals zolders, steigers, balkwerken en planken vloeren, maar ook naar zolderingen en het gehemelte. In delen van Drenthe is het tevens het woord voor de bultige, groene strook tussen de wagensporen, en de Drentse plaatsnaam Bunne zal op een verhoging in het land slaan. Ook in Duitsland bestaat het, in de Saksische streektalen van het noorden en in de algemene, Hoogduitse vorm Bühne. Wat valt er over de herkomst te zeggen?

Lees verder “Beun”

Eerste vichtel Taaldacht

Er is enige reden tot vreugde, want Taaldacht bestaat sinds kort vijf jaar en heeft inmiddels aardig wat op haar kerfstok. Op de 26e van de 5e maand van 2010 verschenen hier de eerste, bescheiden stukjes over allerhande spraakzaken. Sindsdien is het een afwisseling geweest van drukke en minder drukke tijden en is de aandacht –ja taaldacht– meer en meer verschoven naar het wroeten tussen … Lees verder Eerste vichtel Taaldacht

Helinium, Elinium

Bijna tweeduizend jaar geleden, van 77 na Christus tot aan zijn dood twee jaar later, schreef de Romeinse geschiedkundige Plinius de Oudere zijn Naturalis Historia. In dit grote werk wist hij onder meer te vertellen dat het grote mondingsgebied van de Maas en de Waal in de Noordzee in zijn tijd Helinium heet. Dit was geen Latijnse naam, zoals u wellicht zou vermoeden, maar een gelatiniseerde vorm van een inheemse naam. Omdat er om en nabij deze streek zowel Kelten als Germanen woonden is het de vraag uit wier taal de naam kwam en wat hij betekende.

Lees verder “Helinium, Elinium”