Over foppen en fuiven

De oorsprong van de woorden foppen en fuiven staat veelal als duister te boek, maar het is in elk geval mogelijk dat zij van één en dezelfde wortel komen. In betekenis hoeven ze in elk geval niet ver uiteen te liggen. Het kan hem namelijk in de gekte zitten: een fuif is mooie gekkigheid en wie een ander fopt houdt hem of haar voor de gek. Hun vormverschil hoeft evenmin een bezwaar te zijn, want zoals schoppen zonder twijfel verwant is aan schuiven, zo kan foppen verwant zijn aan fuiven.

Foppen is mogelijk ontleend aan Duits foppen. Het eerste bewijs van dat werkwoord stamt uit de veertiende eeuw, in de Middelhoogduitse afleiding vopperin ‘vrouw die zich als gek voordoet’. Verwant zijn bovendien Engels to fob ‘bedriegen’ alsook Middelengels fobbe ‘bedrieger’ en foppe ‘nar, dwaas’. Er is ook Middelnederlands fobaert ‘nar, dwaas’, zelf ontleend aan het Oudfrans en oorspronkelijk een afleiding van een Oudfrankisch werkwoord *fobon en dus van Germaanse herkomst.

Lees verder “Over foppen en fuiven”

Wattan?

Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Dat zij een van de leuzen van taal, als taal leuzen had. Zolang het de boodschap niet schaadt kan er in uitspraak en zelfs op schrift vaak wat weggelaten of vereenvoudigd worden, want taal wendt zich vaak over de weg van de minste weerstand. Zo heeft het Nederlands zijn naamvallen verloren en zo kunnen wij ook de zogenaamde samentrekking begrijpen. Veel mensen zeggen of schrijven bijvoorbeeld niet volledig hoe is het, maar hoest. In sommige gevallen heeft men niet in de gaten dat een woord eigenlijk een samentrekking is, laat staan waaruit. Een bekend voorbeeld is misschien, eigenlijk mag schien ‘kan gebeuren’. (De -d- in geschieden is een latere invoeging.) Andere voorbeelden zijn vreten, eigenlijk vereten, en verorberen, eigenlijk veroorbaren.

Lees verder “Wattan?”

Zijdigheden

Enkele jaren geleden had ik in een kroeg een redetwist met zuster en zwager. Onderwerp was het woord hamster. Ik meende zo uit het achterhoofd te weten dat dit onzijdig is, dus: het hamster. De een bestreed dit, de ander viel mij bij. Op het einde liep het uit de hand: glazen en stoelen gingen over en weer, tafels werden gekanteld en rode hoofden spraken vloeken uit. Of zo had het kunnen gaan. Wel heb ik na de bewuste avond mijn ongelijk erkend: het is de hamster, want vrouwelijk. Mogelijk dat woorden als konijn mij hadden behekst.

Lees verder “Zijdigheden”

Zwarte Piet

De olijke, overdreven uitgebeelde ‘Moorse’ knechten van Sinterklaas zijn iets van de laatste twee eeuwen. Maar pikzwarte gedaanten die rond midwinter de gemeenschap tot goed gedrag verschrikken, al dan niet onder leiding van een gezwinde grijsaard, zijn een oudere en wijdverbreide voorstelling in de Germaanse wereld en daarbuiten. Oorspronkelijk waren het de schimmen der overledenen, daarna geknechte duivels en dergelijken. Zwarte Piet of gewoon Piet bestaat in de Lage Landen dan ook al minstens enkele eeuwen als een van vele volkse namen voor de duivel. Maar waar komt deze benaming vandaan?

Lees verder “Zwarte Piet”

Meer soals froeger

Een van de eigenaardigheden van het Nederlands is het schrijven van v- en z- waar de zustertalen f- en s- hebben. Onze taal heeft bijvoorbeeld zoeken en vinden, tegenover Fries sykje en fine, Noors søke en finne, Engels seek en find en Duits suchen en finden. Onze spelling volgt daarmee een klankverschuiving die zich in de Middeleeuwen in delen van de Lage Landen heeft voltrokken: toen de oorspronkelijke Germaanse klanken [f] en [s] aan het begin van veel woorden veranderden in [v] en [z]. Maar deze ontwikkeling is de laatste eeuw weer aan het omdraaien, waardoor het niet onredelijk zij om binnen afzienbare tijd, hoe gek het nu ook mag lijken, over te gaan op spellingen als soeken en finden.

Lees verder “Meer soals froeger”

De leer der levenden wezens

Het Nederlands is in de wetenschap tamelijk volwassen, in de zin dat het bij wetenschappelijke beschrijvingen vaak beschikt over een eigen woord waar andere talen steunen op een van oorsprong Grieks of Latijns woord. Opvallend zijn bijvoorbeeld de vele kundes in onze taal, zoals wiskunde, sterrenkunde, scheikunde en geneeskunde. Voor taallievende zielen die zich verheugen in samenklank en heelheid is het dan een domper te stuiten op gevallen als biologie. Is er in de eigen taal geen woord voor de edele leer der levenden wezens?

Lees verder “De leer der levenden wezens”

Boele

Boele is om meer dan één reden een schat van een naam. Het is een van de oudste Germaanse namen die heden nog aan jongens gegeven worden en komt naar alle waarschijnlijkheid van een wortel die meer dan tweeduizend jaar geleden een vrij bijzondere klankontwikkeling heeft doorgemaakt. Het is ook een van de meest liefkozend klinkende namen die er zijn. Te mooier is het dan dat Boele ‘lieve’ betekent.

Dat hij vroeger ook geliefd was getuigen de afstammingsnamen die ooit versteend zijn tot achternamen en thans niet zeldzaam zijn, zoals Boelen ‘(kind) van Boele’, Boelens (samengetrokken uit Boelen zoon ‘zoon van Boele’) en Fries Boelema ‘van de mensen van Boele’.

Lees verder “Boele”

Heimwee naar gisteren

Jungfrau door Albert Bierstadt (1830-1902)

Het woord nostalgie danken we aan een Zwitserse arts. Patiënten van Johann Jakob Harder (1656-1711) leden aan een vorm van heimwee. In veldtochten ver van de Alpen kwijnden ze weg; ze genazen pas weer in het aanzicht van hun geliefde bergen. Omdat een beetje geleerde zijn termen uit het Grieks haalde, smeedde Harder nóstos ‘behouden thuiskomst’ en álgos ‘pijn’ samen tot nostalgie. Later weekte het woord los van de medische wereld en kreeg het onze betekenis: heimwee naar gisteren.

Lees verder “Heimwee naar gisteren”

Te ontsnappen

Wat rest de ziel die zich alleen en ontheemd en vervreemd voelt in deze nieuwe wereld? Wat noodt de mens die nu genoegen moet nemen met slechts glimpen van zijn ware thuis, die bitterzoete aandenkens? Hoe handelt hij die heimwee heeft naar een tijd en streek die wellicht nooit volledig heeft bestaan, maar nu verder weg lijkt dan ooit? Ergens wacht het op mij, een glooiend land met mals groen gras en stokoude bossen vol beuken en eiken en andere bomen, en gevaarlijke paden, met wanderend wild en warme huizen, en ook volk met wien ik wortels deel. Daar te komen zij de overledene gegund, na de lange slaap, maar ieder die hier nog adem haalt moge de verbeelding bezoeken om –al is het maar voor even– te ontsnappen.

Lees verder “Te ontsnappen”

Het nosse woud in

Ze liepen achter elkaar. De ingang naar het pad was als een boog die leidde tot een duistere tunnel, gemaakt door twee grootse bomen die samenleunden, te oud en gewurgd door veil en baardmos om meer dan een paar verzwarte bladeren te dragen. Het pad zelf was smal en wond zich in en uit tussen de stammen. Al gauw was het licht aan de poort als een klein, hel gat ver achter hen, en de stilte was zo diep dat hun voeten voort leken te bonzen terwijl alle bomen over hen leunden en luisterden.

Vertaald uit The Hobbit van J.R.R. Tolkien

De stilte in het woud of elders in het wild kan heerlijk zijn en geheel tot rust stemmen. Maar doodse stilte –als blad niet ruist noch vogel zingt– spelle onheil, als ware er kwaad in aantocht. Het is een opmerkelijke overgang die men wellicht niet even gauw in de gaten heeft. Dus toen ik alweer enige tijd geleden het eigenaardige Groningse woord nosk tegenkwam, met diens betekenis ‘(dood)stil in de natuur’, tuurde ik met zowel argwaan als verwondering en vroeg ik mij af: wat voor een stilte werd er oorspronkelijk bedoeld met dit woord? Was het wel een aangename?

Lees verder “Het nosse woud in”

Hijsen

Als bezigheid zal hijsen tamelijk oud zijn, ook in onze streken, maar als woord verschijnt hijsen pas in de vijftiende eeuw op schrift, en wel in verscheidene talen. Het wordt dan vooral in de zeevaarttaal gebruikt. De herkomst van het woord is volgens de wortelkundige woordenboeken echter duister. Bootst het de klanken der zeilen en touwen na, zoals nog wel eens wordt geopperd? Dan is het misschien niet veel ouder dan zijn eerste vermelding. Hier volgt evenwel een tegenvoorstel dat het verwant is aan een welbekend inheems woord en van hoge ouderdom is.

Lees verder “Hijsen”