Mijn en dijn
Telkens wanneer ik iemand de uitdrukking mijn en dijn hoor zeggen of zie schrijven vuurt mijn gemoed. Dijn ‘jouw’ is mij namelijk een welbemind oud woord, stammend uit een tijd dat du/dou ‘jij’ in het algemeen Nederlands nog niet door gij/jij was vervangen. De Scandinavische talen, het Duits, het Fries en ook het Gronings en het Limburgs gebruiken allemaal nog een vorm van du/dou en dijn.
Een andere tien

Wie eens nader de Nederlandse namen der getallen bekijkt ziet dat er iets vreemd aan de hand is. Want in plaats van alles tussen tien en twintig met -tien te heten, vinden wij (…) tien, elf, twaalf, dertien, veertien (…). Wat is dat nou?
Little, nameless, unremembered
Hoewel de onlangs verschenen opening van Peter Jacksons Hobbit-trilogie de nodige Hollywood-clichés bevat, zijn sommige scènes het overdenken waard . Zo spreekt Gandalf de Grijze op zeker moment de volgende woorden:
I’ve found it is the small things, everyday deeds of normal folk, that keep the darkness at bay — simple acts of kindness and love.
Sigelhearwan
Toen de Angelsaksen in Brittannië meer dan duizend jaar geleden vele verhalen uit de klassieke en bijbelse wereld opschreven in hun eigen taal, het Oudengels, vertaalden ze doorgaans niet de namen van mensen en volkeren en landen. Hooguit voegden ze ter verduidelijking eigen woorden toe. De Romeinen waren domweg Rómáne dan wel Rómwaran, de Grieken Grécas, de Israëlieten Israélas, de Egyptenaren Egipte, enzovoort. Maar merkwaardig genoeg gebruikten ze uitgerekend voor de Ethiopiërs steevast een volstrekt eigen benaming, namelijk het raadselachtige Sigelhearwan – alsmede latere nevenvormen als Sílhearwan en Sigelwaras.
Fledimella
Voor Salvia Fledimella –
Sextus Salvius (haar) meester
ter nagedachtenis
Zo staat gekorven in een van de oudste grafstenen van Nederland, opgericht in het begin van de eerste eeuw na Christus, gevonden in de Houtense Vlakte. Het is een bijzonder inschrift, niet enkel omdat het met Fledimella een van de vroegst overgeleverde Nederlandse namen bevat, maar ook vanwege het verhaal dat erachter schuilt.
Namen van Nederlandse stammen: Tvihanti en Thrihanti
Toen de Romeinen rond het begin van onze jaartelling oprukten in de Lage Landen waren deze bewoond door verschillende Germaanse stammen. De namen van deze stammen zijn tot ons gekomen in gelatiniseerde vorm. Maar wat betekenen zij? In een reeks gewijd aan de duiding van deze namen, deze keer: de Tvihanti en Thrihanti.
Lees verder “Namen van Nederlandse stammen: Tvihanti en Thrihanti”
Hendrik
Weinig namen zijn zo oerdegelijk en alledaags als Hendrik, helemaal in diens samengetrokken vorm Henk. Doch ondertussen is de naam oorspronkelijk van koninklijke lading, alsmede een van de meeste geheimzinnige die ons is overgeleverd. Want hoewel het tweede lid -rik zonder twijfel de verbasterde vorm is van de oude naamstam rijk ‘heerser, koning’, toont het eerste lid zich een raadsel.
Germaanse namen herbezocht
Ieder jaar geeft de Sociale Verzekeringsbank, de instelling verantwoordelijk voor de uitkering van de kinderbijslag, een lijst uit van de populairste kindernamen in Nederland. Bij beschouwing van deze lijst hoeft men geen naamkundige te zijn om te zien dat de hedendaagse Nederlandse namenschat een onsamenhangend allegaartje is, een vormloze, bijeengeleende warboel van namen, vol met klanken die vloeken met de gewone Nederlandse taal.
Namen van Nederlandse stammen: Frisii
Toen de Romeinen rond het begin van onze jaartelling oprukten in de Lage Landen waren deze bewoond door verschillende Germaanse stammen. De namen van deze stammen zijn tot ons gekomen in gelatiniseerde vorm. Maar wat betekenen zij? In een reeks bijdragen gewijd aan de duiding van deze namen, deze keer: de Frisii.
Gherualke, cranohari met gër
Al enkele jaren vroeg ik mij af welke roofvogel de schrijver van het wetboek van de Beieren, de Lex Baiuwariorum uit de jaren veertig van de achtste eeuw, zou hebben bedoeld met cranohari. Volgens Köbler betekent dit woord ‘Kranichadler’. Arend moet echter in het Oudhoogduits aro zijn, want geen van de n-stammen heeft een -i in de nominatief enkelvoud in het Oudhoogduits. Het ligt daarom voor de hand om hier uit te gaan van een afleiding van Oudhoogduits kranuh met het suffix –āri, ontleend aan Latijn –ārius. Daarmee worden nog steeds nomina agentis gevormd met de uitgang –er, –aar. Ik zou cranohari daarom interpreteren als ‘kraanvogelvanger’, zoals het Franse lévrier ‘hazenvanger’ en ons sperwer ‘mussenvanger’ moet betekenen.
Vijf gewesten
Na eerdere geruchten in afgelopen jaren gaat nu wederom de mare dat de bestuurders van Nederland van zins zijn de twaalf provincies terug te brengen tot vijf landsdelen. Zulke voornemens zouden een voorbeeld hebben in de landshervorming van Denemarken in 2007, toen ettelijke amter werden teruggebracht tot vijf regioner. Hoewel deze webstede niet gewijd is aan de bespreking van landsbestuur, wekt een dergelijke zaak uiteraard enige taaldacht.