Ravenroem

Bloed vloeit en volk valt op het slagveld. Boven het luide gedrang zweven grote zwarte vogels in hoge afwachting rond: zij zullen zich aan de lijken verlustigen zodra de strijd beslecht is. Maar het zijn niet zomaar aaseters, het zijn dieren van hoog verstand, en het betaamt dat de zienergod Woen—het grote voorbeeld van krijgers in Middelgaard—twee van hen als helpers heeft om hem elke dag nieuws te brengen. Wij spreken uiteraard van raven. Lees verder “Ravenroem”

Anderbode

De lente mijn liefste is volop in gang en ik verheug mij op de malse groene wereld waarin ik mij straks weer bevinden zal. Het zijn zalige dagen voor ieder die de tijd neemt om werkelijk met aandacht te zien hoe bloem en blad tevoorschijn komen, ontvouwend als kunstige kleinoden volgens de regelmaat van de tauw. Met dat wonderbare schouwspel in de geest is ooit heel dichterlijk Anderbode bedacht, een jongensnaam die zoveel als ‘bloeiende knop’ of ‘bottende knop’ betekent. Lees verder “Anderbode”

Bráhman en de Arische dichters

Het eeuwige, onveranderlijke, onvoorwaardelijke en immer in alles aanwezige beginsel van het bestaan—het zuivere bewustzijn als diepste en hoogste werkelijkheid—wordt in India al drieduizend jaar begrepen onder de naam Bráhman. In de oudste bronnen sloeg het woord echter op een zekere bezigheid van dichters, en over de eigenlijke betekenis zijn de meningen dan ook verdeeld, maar er lijkt in elk geval verband met het een en ander in de Germaanse talen, verre verwanten van het Oudindisch. Lees verder “Bráhman en de Arische dichters”

Een oud woord voor woest drasland

Met vormen als broel, bruul en briel in de Lage Landen en Brühl in Duitsland bestond er vroeger een woord dat verwees naar drassig laagland begroeid met kreupelhout, en ook oeverweiden waar bijvoorbeeld hout verhandeld werd—plekken die later marktpleinen werden. Volgens de gangbare opvatting gaat het woord langs het middeleeuws Latijn terug op Gallisch *brogilos en is dat afgeleid van brogis ‘gebied, land’. Een Keltisch woord dus, waarmee overigens ook de oordnaam Breugel verklaard zij. Doch bij nader inzien ligt de herkomst elders. Lees verder “Een oud woord voor woest drasland”

Welke weg, Drenthe?

Hoe zet je duizenden jaren Drents landschap en erfgoed op de kaart? Hoe koester je de ziel en steentijdschatten van je streek? Door de verbindende weg Hunebed Highway te noemen en daar na-aapsels van Amerikaanse borden naast te prikken, uiteraard. Dit Route 66 gespeel was anderhalf jaar geleden reeds voldongen en werd afgelopen week in vier haastige afleveringen nog eens beklonken door Omroep MAX met een knuist vol Europese flappen. Lees verder “Welke weg, Drenthe?”

Herculēs in Nederland

Herculēs, schreef de bekende geschiedschrijver Tacitus tegen het jaar 100, verbleef naar verluidt ooit onder de Germanen en werd door hen nog immer als voornaamste held bezongen en zelfs als god beofferd met dieren. Niet onder die naam uiteraard, maar de Romeinen en Germanen plachten nu eenmaal elkaars goden en helden te vereenzelvigen. Bodemvondsten in de vorm van onder meer erestenen staven Tacitus’ verhaal: Nederrijnse Germanen in dienst van het Rijk vereerden Herculēs, vaak met de opmerkelijke plaatselijke bijnaam Magusanus. Lees verder “Herculēs in Nederland”

De Steenpuist

Aanschouw de nieuwste aanwinst van mijn stad: het Forum Groningen. Groots was de loftuiting toen het vorige maand dan eindelijk geopend werd na 14 jaar en een luttele 140 miljoen euro. Het is bedacht als “huiskamer van de stad”, een ruimte voor bezigheden en tentoonstellingen en tevens de nieuwe huisvesting van onder meer de openbare bibliotheek en het fijnere filmtheater. De weerstand onder de bevolking is vanaf het begin groot geweest, maar nu staat het bouwwerk er toch en rijst de vraag: welke bijnaam hebbe dit ding? Lees verder “De Steenpuist”

Herrend met de heerlijke stem

Hij was “de beroemdste zanger uit de Germaanse Oudheid”, een man wiens heldere stem als toonbeeld gold in de landen om de Oostzee en Noordzee tot ver in de heuvels van Beieren. Herrend luidt zijn naam in onze taal, ook wel Harrend, en naar hem is nog vele eeuwen menig man vernoemd in Zuid-Holland en Zeeland, waar hij volgens een van de overgeleverde verhalen gevochten heeft voor zijn oom en heer, op het inmiddels lang verdronken eiland Wulpen. Lees verder “Herrend met de heerlijke stem”

Alvader

In een ver, heidens verleden vereerden onze voorouders *Di̯ḗus ph2tḗr ‘Vader Hemel’, de Hoge God door wien de wereld geschikt wordt en wiens oog niets ontgaat. In latere, Germaanse dagen luidt zijn naam *Tīwaz en wordt hij vooral met recht en oorlog in verband gebracht. Na verder verloop van tijd en taal is hij als Týr bij de Scandinaviërs op de achtergrond geraakt en wordt Óðinn het voornaamst geacht, doch met de nodige hoedanigheden die eigenlijk bij Vader Hemel horen. Eén daarvan ligge besloten in de bijnaam Alfǫðr, die ogenschijnlijk ‘Alvader’ betekent, maar volgens de Amerikaanse geleerde Jackson Crawford ook anders te duiden is. Lees verder “Alvader”

Het heilige eiland

Zonderling prijkt het hoge Helgoland boven de baren van de Duitse bocht, verder uit de kust dan de Waddeneilanden. Hoewel gehavend door oorlog, zware stormvloeden en ingrijpende bouw, is het afgelegen oord nog altijd indrukwekkend met zijn witlijnige, rode rotswanden. Heilig was het ooit en wel een kern in de handel van barnsteen, dat gretig werd afgenomen door verre zuiderlingen. Zo hadden de Grieken ook mythologische voorstellingen over een barnsteeneiland bij de monding van een noordwestelijke stroom genaamd Ēridanos, waar de zonnedochters wenen. Lees verder “Het heilige eiland”

Oudheid aan de Noordzee

Het moet een wonderlijke en tegelijk ontnuchterende tocht zijn geweest voor de Griekse ontdekkingsreiziger Pythéas, toen hij ruim 2300 jaar geleden noordwaarts naar de wereld van tin en barnsteen voer, lang voor de mars der Romeinen. Gedreven door nieuwsgierigheid zou hij getrouw beschrijven wat daar nu eigenlijk te vinden was achter de mist van geruchten en sterke verhalen. Brittannië bezocht hij, ook de Orkneyeilanden, en kennelijk zelfs het verre IJsland. Doch voor ons in de Lage Landen telt vooral zijn verwijzing naar de Metuonis, waarschijnlijk de lange kuststreek van Vlaanderen tot de kop van Jutland. Lees verder “Oudheid aan de Noordzee”