Het heilige eiland
Zonderling prijkt het hoge Helgoland boven de baren van de Duitse bocht, verder uit de kust dan de Waddeneilanden. Hoewel gehavend door oorlog, zware stormvloeden en ingrijpende bouw, is het afgelegen oord nog altijd indrukwekkend met zijn witlijnige, rode rotswanden. Heilig was het ooit en wel een kern in de handel van barnsteen, dat gretig werd afgenomen door verre zuiderlingen. Zo hadden de Grieken ook mythologische voorstellingen over een barnsteeneiland bij de monding van een noordwestelijke stroom genaamd Ēridanos, waar de zonnedochters wenen. Lees verder “Het heilige eiland”
Oudheid aan de Noordzee
Het moet een wonderlijke en tegelijk ontnuchterende tocht zijn geweest voor de Griekse ontdekkingsreiziger Pythéas, toen hij ruim 2300 jaar geleden noordwaarts naar de wereld van tin en barnsteen voer, lang voor de mars der Romeinen. Gedreven door nieuwsgierigheid zou hij getrouw beschrijven wat daar nu eigenlijk te vinden was achter de mist van geruchten en sterke verhalen. Brittannië bezocht hij, ook de Orkneyeilanden, en kennelijk zelfs het verre IJsland. Doch voor ons in de Lage Landen telt vooral zijn verwijzing naar de Metuonis, waarschijnlijk de lange kuststreek van Vlaanderen tot de kop van Jutland. Lees verder “Oudheid aan de Noordzee”
Over de Waal
Toen de Germanen dat geschreeuw achter zich hoorden en het bloedbad onder de hunnen zagen, wierpen zij de wapenen weg, lieten hun veldteekenen in den steek en stormden uit de legerplaats. Aan de samenvloeiing van Maas en Rijn gekomen, wanhoopten zij aan een verder voorzetten der vlucht. Het grootste deel werd neergehouwen, de overigen sprongen in de rivier, en vonden daar, door schrik, vermoeidheid en de kracht van den stroom overmand, hun graf.
De waternamen van België
Hoe ver noordelijk reikte de Keltische wereld in de Lage Landen? Over dat vraagstuk is veel te doen geweest, met geen tekort aan boude beweringen. Het is onder geleerden niet ongewoon te menen dat heel België ooit Keltisch was, eigenlijk wel al het land tot aan de Rijn, en het wordt de laatste jaren weer betoogd dat zelfs de oude Friezen oorspronkelijk Kelten waren. Daartoe worden de namen van rivieren—de oudste en belangrijkste aanwijzingen die we hebben over de talen die er gesproken werden—al te gemakkelijk aangewend. Lees verder “De waternamen van België”
Nifterlaca
Het jaar is 718. De Franken onder leiding van Karel de Hamer weten Wiltaburg, oftewel Utrecht, te heroveren op de Friezen. Het gebied benoorden de stad tot aan het IJsselmeer volgt spoedig en staat in 723 te boek als een Frankische gouw met de merkwaardige naam Nifterlaca. Niet veel later, na roerige tijden met enige Denen en Noormannen, is deze weer verdwenen, samen met de kennis van de betekenis. Het woord nifter lijkt evenwel naar een windrichting te hebben verwezen en van dezelfde oorsprong te zijn als Neuster, ook wel Neustrië, de naam van een gebied in het oude Frankrijk. Lees verder “Nifterlaca”
Het woud tussen werelden
De oude noordelijke overlevering gewoeg van een woud onmetelijk en duister, bewoond door wie weet wat, als de welgelegen doch grimme grens die bekend volk van het wijde ginder scheidde. Myrkviðr werd het genoemd door de Noren en Zweden hoog boven, Mirkwidu door de Saksen in het hartland, en in onze eigen tong zou het thans Merkwede wezen. Lees verder “Het woud tussen werelden”
Die Urheimat
Het is een moeilijk vraagstuk dat al eeuwen speelt en om maatschappelijke redenen omstreden is geworden, maar wie onze taal en geschiedenis wil doorgronden kan er niet omheen: waar lag de bakermat van het Germaans? Lees verder “Die Urheimat”
Een telg als borg
Wanneer de Hunnen onder hun heer Attila grote delen van het Avondland onder de voet lopen, tot grote schrik alom, zijn enkele Germaanse koningen genoopt hun trouw en vrede te bewijzen door hem edele jeugd als onderpand te geven. De jonge Walthari, Hiltgunt en Hagano worden door zijn hof ontvangen en opgevoed als zijn eigen. Zo ging het volgens het tiende eeuwse gedicht Waltharius, en zo was het wijdverbreide gebruik dat sinds mensenheugenis bestond. Het was een wijze waarop de machtigen hun tegenstrevers in bedwang zochten te houden. Lees verder “Een telg als borg”
Wilde bussen
Een goede jachtboog is gemaakt van buxus of taxus. Zo leerde ons de Pyrenese graaf Gaston III eind veertiende eeuw in Le Livre de Chasse, het boek dat nog lang de leidraad bij uitstek voor jagers zou blijven. Dat taxus goed hout voor handbogen biedt is tot op heden algemeen bekend, maar buxus? Jawel, en naar die eigenschap is hij mogelijk zelfs vernoemd. Lees verder “Wilde bussen”
Lof der lijsterbes
Hij was er als een van de eersten, toen de ijstijd eindelijk voorbij was en de Lage Landen veranderden van een grote toendra naar de groene streken die ons zo vertrouwd zijn. De lijsterbes is een ware, winterharde spil in het wild: zijn lover, knoppen, bloemen en vermiljoene bessen zijn een weldaad voor menig voedsel zoekend dier, beslist niet slechts de vogels waar hij naar vernoemd is. En dat is niet zo lang geleden gebeurd. Vroeger heette hij namelijk anders—en beter: kwikboom en everes.
Reuzen, rotsen en stenen
Tijdens de vroege middeleeuwen bestond in Engeland het geloof dat menig stenen bouwwerk gemaakt was door een soort reuzen genaamd entas. In meerdere gedichten heetten Romeinse ruïnes die in het Britse landschap lagen enta geweorc, het ‘werk der enten’. Volgens de bekende geleerde Ælfríc waren zij zelfs de oprichters van de Toren van Babel na de zondvloed. Maar ook de bijbelse Goliath en de buitengewoon sterke, goddelijke held Hercules werden in Engelse vertalingen een ent genoemd. Mythen en sagen over dit bijzondere entengeslacht ontbreken, dus een beschouwing van het woord is welkom. Lees verder “Reuzen, rotsen en stenen”