Daken in het drasland

Wie de weergoden niet wenst te verzoeken komt een heel eind met stro. Maar vooral met riet. Flans een flinke laag riet kundig op de spanten & gordingen en je blijft lang genoeg droog om je huis een heus heem te mogen noemen. Het sterke gestengelte houdt bovendien goed de warmte binnen des winters – en buiten des zomers. Te meer, als een blonde en later bruine vacht voegt het zich alleraardigst in het landschap. En zo is het al duizenden jaren gegaan, van Drenthe tot Japan.

Lees verder “Daken in het drasland”

Bottijd

Het is ieder voorjaar weer een groots en uitbundig schouwspel in de nog koele buitenlucht. Overal aan de stengels van bomen en andere gewassen ontvouwen en ontwikkelen zich op wonderlijke wijze bloemen en bladeren en ook nieuwe stengels, tot heel het land weer fris in groene schik is. En al deze pracht vindt haar oorsprong in die kleine, bescheiden knoppen – de beginselen van groei, van ontstaan en bestaan in het licht van deze oude Middelgaard.

Men pleegt ieder zulk bol buideltje ook wel een bot te noemen, of met een vergeten vorm van verkleining een bottel, zoals nog in rozenbottel. En dit bot is een waar kleinood, want met recht is te zeggen dat het hoort bij een zeer oude groep woorden die ook alles te maken hebben met het leven in de zuiverste zin, waaronder (ik) ben en Engels to be en body en ook Grieks phúsis ‘oorsprong, natuur’.

Lees verder “Bottijd”

Gelijk een boom

Al hun kracht en pracht ten spijt, er is iets droefs aan het stille, gedragen bestaan van bomen. Ze hebben alles maar te harden, van rot en dorheid tot storm en strengheid, en zijn ten slotte weerloos als de bijlen komen bijten en de zagen komen rijten. De meesten met een kroon van bladeren zijn gedoemd die ieder jaar te verliezen, zij het waardig in weelde van kleuren. Hoe roerig het ook achter hun basten mag zijn, waar hun sappen vloeien, ze lijken maar lijdzaam te leven. Bomen treuren, is met enig recht te zeggen, en een treurend mens is als een boom gestemd.

Lees verder “Gelijk een boom”

Feng kold

Hoewel de wortelkundige graag van ieder woord de herkomst achterhaalt, kan het toch wel heel mooi zijn als er meer dan één mogelijkheid is en het raadsel nooit echt ontrafeld kan worden. Het woord behoudt dan een voller vermogen en is daarmee rijker van betekenis, met alle dichterlijke deugd van dien. Een mooi voorbeeld hiervan is Drents feng, dat wel te begrijpen is als ‘fel’ en ‘scherp’ en ook ‘doordringend’. Licht en ogen bijvoorbeeld kunnen feng zijn, de bek van een snoek is het zeker. En als land en lijf door vorst gebonden worden is het feng kold.

Lees verder “Feng kold”

O dennenboom

Wie een kerstboom in huis haalt kiest meestal voor een fijnspar. Deze kaarsrechte naaldboom wordt al meer dan een eeuw gekweekt in de Lage Landen, maar is van nature beperkt tot de koudere en hogere delen van het Avondland, waaronder Noorwegen, Zweden, Rusland en de Alpen. Het is enkel in de ruimste zin van het woord een den of dennenboom: wel lid van de famílie der dennen, niet van het kleinere geslácht der dennen, dat we vooral kennen van de inheemse, vaak kromme grove den.

Nu wil het dat de naam fijnspar vrij jong is en als samenstelling bovendien wat kleurloos. En dat terwijl onze oosterburen het duizenden jaren oude Fichte gebruiken. Gelukkig bestaat er vanouds een Nederlandse evenknie die wij zo weer op kunnen pikken: vucht. Dit woord duikt in de zestiende eeuw voor het eerst op in Nederlandse geschriften.

Lees verder “O dennenboom”

Eeuwen leven de uwen

Het zijn misschien wel de meest bijzondere bomen van het Avondland, met een belangrijke rol in het wereldbeeld van onze Germaanse voorouders. Ze kunnen duizend jaar oud worden, waarschijnlijk nog veel ouder, hebben het vermogen zich op geweldige wijze te hernieuwen, zijn zeer giftig en bieden het beste hout voor handbogen. Om die laatste reden werden ze in de Late Middeleeuwen op zo’n grote schaal gekapt dat ze nu nog steeds een zeldzame verschijning in het wild zijn. Zozeer verdwenen ze in de Lage Landen uit beeld en bewustzijn, dat ook hun inheemse naam verloren ging en wij hen nu vooral kennen onder de afstandelijke, Latijnse naam taxus, terwijl ze verlaagd zijn tot heggestruik. Het is de hoogste tijd om deze boom in ere te herstellen en de naam te gebruiken die onze voorouders ervoor hadden. Dat is uw.

Lees verder “Eeuwen leven de uwen”

De echte Zwarte Piet

Als er iets mis is met Zwarte Piet, dan is het wel dat hij een olijke en onbedreigende verschijning is geworden. Het opvoedkundige opzicht van het Sinterklaasfeest dreigt geheel vergeten te worden. Tegenwoordig is het minder de vraag of kinderen zich hebben gedragen en meer wat ze allemaal te snoepen en uit te pakken zullen krijgen. De echte Zwarte Piet is een enge en geheimzinnige geest uit oeroude tijden, met de taak om jong en oud tot goed gedrag te verschrikken. Het zou een grote vergissing zijn om hem te veranderen in een Kleurenpiet of Roetpiet of iets anders knulligs.

Lees verder “De echte Zwarte Piet”