De wezens achter de schermen

Sinds de ontketening van kernkracht bijna 80 jaar geleden vertellen talloze getuigen van zonderlinge dingen in en uit de hemel. Nieuwe onthullingen door de Amerikaanse overheid maken dat hoon en loochening in hoge vaart wijken voor ernst en acht. Er lijkt iets van hoog verstand aanwezig en bezig: een uiterst vreemde mogendheid die niet gelijk buitenaards hoeft te heten. Voor een ruimer denkraam heeft onze taal nood aan woorden. Lees verder “De wezens achter de schermen”

Het gedrang der kruiden

Er zijn weinig plekken waar ik liever ben dan daar waar het wild zijn gang kan gaan in mei op vochtige, veie grond, liefst glooiend en hellend, met bomen die ruim het licht doorlaten. Overal gedijt het dicht en groen: met mals gras en zaailingen; met netels en daslook; zevenblad, ereprijs en muur; kleefkruid, speenkruid, fluitenkruid, ga zo maar door. Gelukkig ken ik in mijn omgeving zulk noordelijk oerwoud. Het is een volheid vervat in het woord kruid. Lees verder “Het gedrang der kruiden”

Een rover tussen vos en wolf

Niet ver van het gehucht Hongerige Wolf in het oosten van Groningen zag ik twee jaar geleden iets zandgrijs wegschieten langs een akker: te groot voor een kat, te klein voor een wolf. Het kwam destijds niet in me op, maar het had best een goudjakhals kunnen zijn, want die is onlangs op beeld gevangen in het noorden van Groningen. Dit oprukkende dier verdient een betere naam. Lees verder “Een rover tussen vos en wolf”

Adders zijn nadders

Op het Dwingelderveld in Drenthe zijn alweer de eerste mannetjesadders van het jaar verschenen, ontwaakt uit hun winterslaap om te warmen in de zon. In tegenstelling tot die andere twee inheemse slangen—de ringslang en de gladde slang—is de adder giftig en zo nog ietwat gevaarlijk voor zwakkere mensen. De naam is ook bijzonder, want hoort eigenlijk nadder te luiden en is verwant aan naaien. Lees verder “Adders zijn nadders”