De hemelse stam der Anzen

Het zijn de Anzen die volgens het oude Germaanse volksgeloof als godengeslacht en hoeders van de kosmische orde over Middenaarde heersen. In vroegere tijden, toen de verering van Woedan nog niet haar vlucht had genomen, werden zij beschouwd als de afgezanten en telgen van Tuw de Vader, die gehuld is in de diepblauwe mantel van het onmetelijke uitspansel. Van zulke aanzienlijke wezens verdient de naam, die vooral bekend is in zijn Oudnoordse vorm æsir, nu eens alle aandacht. En dat mag de nodige vruchten afwerpen. Lees verder “De hemelse stam der Anzen”

Zonne

Ontzagwekkend als de verschijning mag zijn, de zon lijkt pas vrij laat als een goddelijke geest te zijn beschouwd in de menselijke geschiedenis, en dan vooral in Eurazië en Egypte. Vaak ging het om een bescheiden rol, maar in menig geval werd hiermee de oorspronkelijke oppergod, Vader Hemel, naar de achtergrond verdrongen. Bekende voorbeelden zijn Ra, die door sommige farao’s als hoogste god werd beschouwd, en Amaterasu, de Japanse zonnegodin die tot op de dag van vandaag als stammoeder van de keizerlijke familie wordt vereerd. Hoewel de zon ook bij Indo-Europese volkeren dikwijls als bezield werd gezien, moeten de oorspronkelijke Indo-Europeanen er anders naar hebben gekeken. Voor hun was de zon, hoewel van godsdienstig belang, eerder een ding dan een oergeest.

Lees verder “Zonne”

Trouwe viervoeter

Also available in English.

Lang geleden, in een burcht in middeleeuws Frankrijk, leefde er een edel stel met hun pasgeboren zoon. Op een dag moesten zij kort op pad en lieten zij hem thuis achter onder de hoede van hun hond Guinefort. Toen de vrouwe terugkeerde was de schrik groot: de wieg was omgevallen en Guinefort besmeurd met bloed rond zijn bek. Op haar gillen kwam de heer binnengerend. De hond had hun kindje verslonden! De man trok zijn zwaard in razernij en hieuw in op Guinefort tot zijn laatste jank en adem. Maar het was daarna dat zij hun kleine zoon aantroffen, slapend en wel achter de wieg, en verderop een dode slang, verscheurd door Guinefort de beschermer.

Met groot berouw van deze daad begroeven ze hem in de waterput onder een grote hoop stenen en plantten ze daarnaast bomen ter nagedachtenis. Het duurde niet lang eer er mensen uit de omgeving het graf kwamen opzoeken en Guinefort als heilige zagen, hopend op wonderen.

Lees verder “Trouwe viervoeter”

Dit daverende dier

Aan paarden hebben wij onze taal te danken. Niet dat er ooit ergens in een weide een wijze hengst of merrie het woord schonk aan stomme tweevoeters. Wel dat het Indo-Europees –de voorloper van het Nederlands en de meeste andere Europese talen– zich zo wijd kon verbreiden omdat diens oorspronkelijke sprekers waarschijnlijk krijgshaftige, bekwame ruiters waren. Deze woonden aanvankelijk als veehoeders op het westereinde van de Steppe, waar zij wel als eerste mensen ooit op de ruggen van rossen waren geklommen, zo’n zesduizend jaar geleden.

Lees verder “Dit daverende dier”