De uitvoerende

Als wij tegenwoordig een nomen agentis bij een werkwoord willen maken, oftewel een woord waarmee een uitvoerende persoon of zaak wordt aangeduid, dan plakken we -er of (diens variant) -aar achter de stam van het werkwoord. Zo krijgen wij bijvoorbeeld krijger bij krijgen en wandelaar bij wandelen. Dit achtervoegsel heeft het Nederlands ontleend aan het Latijn. Het is een welbruikbaar achtervoegsel. Maar welke achtervoegsels kon … Lees verder De uitvoerende

Nederlandse aanvoegsels

Wie een Nederlands woord wil maken mag zich gelukkig prijzen. Onze taal leent zich buitengewoon gemakkelijk voor het smeden van nieuwe woorden, omdat zij een rijkdom aan aanvoegsels bezit, dat wil zeggen voor- en achtervoegsels. Voor mijzelf en voor anderen die hun scheppingsdrang niet kunnen onderdrukken heb ik een (hopelijk zo goed als) uitputtende lijst met aanvoegsels gemaakt. Het is een klein naslagwerk. Hier kunt … Lees verder Nederlandse aanvoegsels

Fîfoldara

Tijdens het bestuderen van het Oudsaksisch, de voorouderlijke taal van de Nedersaksische dialecten van Noord-Duitsland en Noordoost-Nederland (zoals het Gronings), kwam ik het mooie en lieflijke woord fîfoldara tegen. Het betekent ‘vlinder’, en het klínkt ook als een vlinder. En ik moet aan Vivaldi denken. In de zustertalen bestond en bestaat het ook: Oudhoogduits fifaltra (Duits Feifalter), Oudengels fîfealde en Oudnoords fîfrildi. In het Middelnederlands … Lees verder Fîfoldara

Ruïne

Op de lijst met leenwoorden waar lezer Lander evenwoorden voor zoekt staat ook ruïne. Dit schone woord is al dan niet via het Frans ontleend aan Latijn ruīna ‘het neervallen, het instorten (van een bouwwerk), de ondergang’, een afleiding van ruere ‘zich haasten, neerstorten, instorten’. Volgens het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (EWN) is dat werkwoord van onzekere herkomst, maar mogelijk is het verwant aan … Lees verder Ruïne

Toren

Het woord toren is een goed voorbeeld van een leenwoord dat wat klank betreft goed in het Nederlands past. Waarom zouden wij dan toch een inheems evenwoord willen smeden? Wel, enerzijds omdat evenwoorden altijd een verrijking voor de taal zijn, anderzijds omdat er zo veel mogelijkheden zijn om voor toren een bruikbaar en sprekend evenwoord te smeden. Het Nederlands heeft net als alle andere Germaanse … Lees verder Toren

Contrafibulariteiten

Rond het begin van de zeventiende eeuw woedde er in Engeland een kijf over het grote aantal veelal Latijnse en Griekse leenwoorden dat door menig schrijver in de volkstaal werd gebruikt. Deze leenwoorden, ook wel inkhorn terms genoemd, waren vaak overbodig, omdat ze verwezen naar zaken waar al een inheems woord voor bestond. De aanklacht was dan ook dat schrijvers ze gebruikten vanuit een wisse … Lees verder Contrafibulariteiten

Tsjoender

Het Fries vind ik een bijzondere taal. Uit sommige monden klinkt het wat mij betreft zeikerig en te nasaal, maar uit andere monden kan het zeer welluidend klinken; rauw en sierlijk, een aangename combinatie. Een van mijn lievelingswoorden in het Fries is tsjoender ‘tovenaar’. Het woord komt mij duister en geheimzinnig voor, heeft een boeiende herkomst, en is in klank en vorm ook kenmerkend Fries. … Lees verder Tsjoender

Het evenwoord

Het vinden van de juiste woorden is vaak een uitdaging. Des te meer in de dichtkunst. Als deze woorden dan ook nog moeten rijmen, dan leidt dit vaak tot een verslagen dichter die opgeeft of zich aan gekunsteldheden overgeeft. Bij het ‘gewone’ rijmen, het eindrijm, kan dit dan ook pijnlijk zichtbaar zijn. Veel woorden hebben nu eenmaal een zeer beperkt aantal rijmwoorden. Maar bij het … Lees verder Het evenwoord

Stafrijm

De hedendaagse, nieuwerwetse dichtkunst, met haar nadruk op vrije vorm, is grotendeels een reactie op het als kunstmatig, dwingend en herhalend ervaren rijmdicht van vroeger. De nieuwerwetse dichtkunst is weliswaar buigzamer door haar gebrek aan regels, ritme en maat, maar is daardoor vaak niet meer van proza te onderscheiden. Bovendien daagt het rijmdicht de dichter juist uit tot zorgvuldiger gebruik van woorden. Volgens oudere begrippen … Lees verder Stafrijm

Die stomme e gevee

De stomme e woekert in het Nederlands. Waar buigingsuitgangen vroeger meestal een volle, ronde klinker hadden, is nu nagenoeg overal een stomme e te vinden. Ik heb eerder al laten merken dat ik deze ontwikkeling best jammer vind. Des te mooier vind ik de zeldzame gevallen waar de volle, ronde klinker van vroeger is behouden. Een goed voorbeeld hiervan is het woord vijand. Dit is … Lees verder Die stomme e gevee