Dacht aan het diepe

Hwílum híe gehéton     æt hærg-trafum
wíg-weorþunga     wordum bædon,
þæt him gást-bona     géoce gefremede
wið þéod-þréaum.     Swylc wæs þǽw hyra,
hǽþenra hyht;     helle gemundon
in mód-sefan,     Metod híe ne cúþon,
dǽda Dēmend,     ne wiston híe Drihten God…

Bij wijlen boden zij    in gewijde huizen
eer aan afgoden,     uitten in woorden,
dat hen de zieldoder     hulp zou brengen
tegen het zeer des volks.     Zulks was hun gebruik,
hoop der heidenen;     hel bewaarden zij
in diep gemoed.     De Maker kenden zij niet,
de Dadenrechter,     ze wisten niet van Here God…

(Uit Beowulf, regels 175-81; eigen vertaling.)

Lees verder “Dacht aan het diepe”

Werkwoordstijl

In een eerdere bijdrage kwam ter sprake dat volgens de filosoof Owen Barfield de taal van vroegere eeuwen getuigt van een minder gefragmenteerd wereldbeeld dan het huidige. Zo waren in het antieke Griekenland nu gescheiden concepten als ‘wind,’ ‘adem,’ en ‘geest’ nog verenigd in het ene woord pneuma. De oude Grieken leefden, in Barfields woorden, nog met ‘original participation:’ ze voelden zich minder afgescheiden van hun omgeving en zagen een onderliggende eenheid waar wij slechts verscheidenheid zien.

Lees verder “Werkwoordstijl”

Nieuw leven voor Oudnederlands

Vraag een willekeurige Nederlander wat hij weet over Oudnederlands en hij komt waarschijnlijk niet veel verder dan hebban olla vogala… En dat is mits hij “Oudnederlands” niet verstaat als “oud Nederlands”, zoals dat van de Gouden Eeuw. Dat is ook niet gek, want er is nu eenmaal weinig in het Oudnederlands overgeleverd. En tegenwoordig krijgen kinderen hoe dan ook weinig mee van de vaderlandse geschiedenis in de tijd van het Oudnederlands en daarvoor. En dat is jammer, want er valt veel over onze verdere voorouders te vertellen.

Lees verder “Nieuw leven voor Oudnederlands”

Trouw schrift, geheimzinnige taal

Het Nederlands staat bekend als een vrij consistente taal aangaande schrijfwijze. Zo is er grote samenhang tussen wat er op schrift staat en wat er gesproken wordt. Met andere woorden: de letters in ons schrift hebben een vrij vaste klankwaarde. In het Engels is dat wel anders. Neem woorden als rough, through en though. Op schrift lijken ze op elkaar; in uitspraak verschillen ze nogal. Zo’n uiteenloping tussen schrift en spraak komt deels doordat het Engels de laatste eeuwen weinig spellingwijzigingen heeft ondergaan, terwijl de uitspraak wel ingrijpend is veranderd. Het geschreven Nederlands is wat dat betreft, net als bijvoorbeeld het Noors, meer bij de tijd.

Lees verder “Trouw schrift, geheimzinnige taal”

Tijding

Het is een rustige week op Taaldacht, zoals u heeft kunnen zien. Toch is er wel wat nieuws. Ten eerste is de lijst met Wichtnamen aanzienlijk aangevuld. Laat hierbij gezegd worden dat er opzettelijk zo min mogelijk namen worden toegevoegd die uitsluitend Scandinavisch lijken te zijn. De oude Scandinavische dichters hebben de oorspronkelijke Germaanse mythologie (voor zover die als één geheel heeft bestaan) nog behoorlijk uitgebreid … Lees verder Tijding

Muzikaal proza

“Alle kunst streeft ernaar muziek te worden,” volgens het beroemde motto van Walter Pater. Binnen de letterkunde is vooral de dichtkunst veelvuldig met muziek in verband gebracht: zij wordt een zelfde oorsprong toegedicht, en legt net als muziek grote nadruk op ritme en melodie. In de nadagen van de traditionele poëzie is zelfs getracht haar ritme in muziekschrift te noteren (zie bijvoorbeeld Sidney Laniers The Science of English Verse (1880)). Minder bekend is dat ook proza een eigen muzikaliteit heeft, waarover vooral in het begin van de vorige eeuw in het Engels veel geschreven is, bijvoorbeeld in History of English Prose Rhythm door A.C. Clark (1912) en George Saintsbury’s Prose Rhythm in English (1913).

Lees verder “Muzikaal proza”

Oer

Van alle voorvoegsels straalt oer- de meeste kracht uit, voelt oer- het meest onafhankelijk, alsof het een woord op zichzelf had kunnen zijn. Moet het dan een zelfstandig naamwoord of een bijvoeglijk naamwoord voorstellen, of ontstijgt het dergelijk onderscheid en zouden wij het liefst een welgemeend “oooeeerrr!” uit diepe borst voort rommelen, als ware het de opperste eenwording van woord en daad, een krachtige vanzelfsprekendheid, een oerroep als er ooit een was?

Lees verder “Oer”

Gewestelijke woorden

Een van de wijzen waarop een taal verandert is hoe haar klanken verschuiven in de uitspraak van haar sprekers. Zo is de welbekende Nederlandse tweeklank -ij- voortgekomen uit de oudere, lange eenklank ī van het Oudgermaans. Zegt men tegenwoordig rijmen, wijs en tijd, vroeger zei men rīmen, wīs en tīd. In sommige streektalen, zoals het Gronings, is die oude eenklank nog onveranderd gebleven.

Lees verder “Gewestelijke woorden”

Nagang bij nagalm

De etymologie, anders dan wat velen denken, is niet een stoffig vorsen noch een luchtig tijdverdrijf. Zij is geen bijzaak. Zij raakt de kern van onze wereld, want zij bekommert zich om de ziel van de taal, en de taal die is wezenlijk. De etymologie is als een speurtocht, een nagang des verledens, waarbij geheimen ontbonden worden en de wereld van onze voorouders helderder wordt, beter te vatten, tot een rijkdom opdoemt van verzamelde tijden, daden en plaatsen.

Lees verder “Nagang bij nagalm”

Diermund

Franciscus die simpel was als een duve, hi noodde alle creaturen ten love Gods. Ende hi predecte den voghelen, ende si en vloghen niet wech vore dat hijt hen hiet. Ende alse hi predecte, ende de voghele songhen, alse hijt hen verbood, so sweghen si.

Neven sijn celle te Portuncle sat op enen vigheboom altoos een voghel ende sanc. Ende Fransois stac sine hant ute ende riepen ende seide: ‘Suster mijn, come te mi!’ Ende de voghel quam vloechs op sijn hant. Ende hi seide: ‘Suster, singt ende looft onsen Here.’ Ende de voghel begonste te singhenne ende en vloeg niet wech vore dat hijt hem hiet.

(Uit de oudste Middelnederlandse vertaling (ca. 1360) van de Legenda aurea.)

Lees verder “Diermund”