Sport
De laatste tijd ben ik aan het verheemduiden. Daarmee bedoel ik dat ik leenwoorden zo duid alsof ze eigenlijk ‘inheems’ zijn. Deze keer is het woord sport aan de beurt. Sport ‘lichamelijke oefening en ontspanning’ is volgens het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (EWN) ontleend aan Engels sport, van een oudere vorm dysporte, dat op diens beurt is ontleend aan Oudfrans desport ‘vermaak, recreatie’, een afleiding van (een voorloper van) déporter ‘afleiden, spelen, (zich) vermaken’.