Engels boy & Nederlands bui

Also available in English.

Er is in de Lage Landen geen ziel die niet bekend is met het Engelse woord boy ‘jongen’. Maar de meeste mensen zullen niet weten dat het vanouds ook bestond op het vasteland en bewaard is gebleven in onder meer het Gronings en het Fries. Daar is het dus niet ontleend aan het Engels, let u wel, maar meegekregen van de gemeenschappelijke, voorouderlijke taal: het Oudgermaans.

In het Gronings komt het voor in de vormen bòi, bui en buie. Het Fries kent boai, boi en boie, verkleind ook boaike en boike, en bovendien met verscherping poai, poaike en poike – die laatste drie niet alleen voor jongens maar ook kleine kinderen in het algemeen en zelfs veulens. Wat is de achtergrond van dit woord? En hoe verhoudt het zich tot Zweeds pojke ‘jongen’? Een lezer legde mij laatst deze vragen voor en ik doe graag een poging om het uit te zoeken.

Lees verder “Engels boy & Nederlands bui

Feng kold

Hoewel de wortelkundige graag van ieder woord de herkomst achterhaalt, kan het toch wel heel mooi zijn als er meer dan één mogelijkheid is en het raadsel nooit echt ontrafeld kan worden. Het woord behoudt dan een voller vermogen en is daarmee rijker van betekenis, met alle dichterlijke deugd van dien. Een mooi voorbeeld hiervan is Drents feng, dat wel te begrijpen is als ‘fel’ en ‘scherp’ en ook ‘doordringend’. Licht en ogen bijvoorbeeld kunnen feng zijn, de bek van een snoek is het zeker. En als land en lijf door vorst gebonden worden is het feng kold.

Lees verder “Feng kold”

Saai

De klanken van woorden passen vaak goed bij hun betekenis. Of dat lijkt zo, want de geest kan de twee uiteraard maar moeilijk los van elkaar bedenken en ze hebben vandaar vanzelf invloed op elkaar. Dat is ook de reden waarom liefde zo vaak tot ‘mooiste woord’ wordt uitgeroepen, hoewel het –laten we wel wezen– niet bijzonder welluidend is. Maar in saai hebben klank en betekenis toch wel een goed huwelijk. Dat komt vast ook doordat het zo gemakkelijk gerekt kan worden om de verveling en Langeweile nog eens goed te benadrukken: saaaaaai… Is het dan zoals dat heet een klankschilderend woord? Nee, waarschijnlijk niet. Maar de herkomst die de woordenboeken voorstellen is ook niet overtuigend.

Lees verder “Saai”

Lytse Brintasêge

Er was eens een boer in Friesland en zijn naam was Brint, zoon van Bronger. Kloek en hardwerkend was hij, maar de winters waren bitter en zijn leven bescheiden. Brint kreeg een zoon en noemde hem Brint, en deze was net als zijn vader, maar had meer geluk en vergaarde grote weelde in zijn leven. Zo goed ging het hem af dat iedereen in de wijde omtrek het huis der Brinta kende. Hun telgen wonnen invloed en land, maar vielen in scherp geschil met de mannen van het huis Jorna, over het recht op enkele lappen grond.

Lees verder “Lytse Brintasêge”

Laat u niet goken

Weinig dieren zijn zo doortrapt als de koekoek. De vrouwtjes, vaak met hulp van de mannetjes, leggen ongezien hun eieren in de nesten van andere (soorten) vogels. Hun jongen komen eerder uit het ei dan die van de ‘pleegouders’ en ze groeien ook nog eens sneller. Vervolgens eisen ze de meeste aandacht om zich goed vol te laten stoppen. De meeste koekoeksjongen volgen bovendien de aangeboren neiging om de echte eieren of jongen uit het nest te werken. Het is allemaal zeer listig en gemeen en het is dan ook geen toeval dat de oudere naam van de koekoek, gook, verwant is aan woorden voor verberging en bedrog.

Lees verder “Laat u niet goken”

O dennenboom

Wie een kerstboom in huis haalt kiest meestal voor een fijnspar. Deze kaarsrechte naaldboom wordt al meer dan een eeuw gekweekt in de Lage Landen, maar is van nature beperkt tot de koudere en hogere delen van het Avondland, waaronder Noorwegen, Zweden, Rusland en de Alpen. Het is enkel in de ruimste zin van het woord een den of dennenboom: wel lid van de famílie der dennen, niet van het kleinere geslácht der dennen, dat we vooral kennen van de inheemse, vaak kromme grove den.

Nu wil het dat de naam fijnspar vrij jong is en als samenstelling bovendien wat kleurloos. En dat terwijl onze oosterburen het duizenden jaren oude Fichte gebruiken. Gelukkig bestaat er vanouds een Nederlandse evenknie die wij zo weer op kunnen pikken: vucht. Dit woord duikt in de zestiende eeuw voor het eerst op in Nederlandse geschriften.

Lees verder “O dennenboom”

Kjelbergen

Of: het bedenken van namen voor in een verhalenwereld

Wee de gekken die het in hun hoofd halen een hele wereld voor hun verhalen te verzinnen, met overtuigende namen voor alle landen, oorden, bergen, wateren en wezens die men erin mag vinden. Meest geslaagd ware nog altijd de oefening van J.R.R. Tolkien. Velen hebben zijn voorbeeld gevolgd, met goede en minder goede vruchten, al zijn er in de Lage Landen bij mijn weten nog maar weinig echte pogingen gewaagd. Daar wil ik al jaren verandering in brengen, getuige de aanwas van aantekeningen en schetsen die mijn laden en harde schijf inmiddels kennen.

Lees verder “Kjelbergen”

Òl nak

Also available in English.

Schapen worden al een tijdje gehouden in de Lage Landen. Het oudste ras van West-Europa, het ranke Drents heideschaap, kwam hier al zesduizend jaar geleden voor, genoegzaam grazend en blatend. Het is echter opmerkelijk dat ons woord voor dit wollebeest niet zo heel oud lijkt te zijn: schaap moet tamelijk laat zijn gevormd bij schaven dan wel scheppen. Het oorspronkelijke woord is ooi, maar dat verwijst sinds vele eeuwen enkel naar het wijfje. Ondertussen is er in het uiterste noorden van ons vasteland, het Hogeland van Groningen, nog een eigenaardig woord voor het schaap te vinden: nak. En dat zou wel eens heel oud kunnen zijn.

Lees verder “Òl nak”

Heibel!

Het is even na het jaar 1900 als heibel voor het eerst opduikt in de Nederlandse geschriften. Het woord behoort dan al een tijdje tot de spreektaal en in het bijzonder tot het Bargoens, de zogenaamde dieventaal die gebezigd werd door mensen aan de onderkant van de samenleving. Veel Bargoense woorden waren van Jiddische en uiteindelijk Hebreeuwse herkomst, en sommige daarvan zijn in het algemeen Nederlands terecht gekomen, zoals bajes, gokken, jatten, lef, pleite, smeris, smoes en stiekem. Met recht dan dat woordvorsers denken dat ook heibel in dit rijtje hoort. Toch is er reden tot twijfel, mede vanwege enkele Groningse woorden.

Lees verder “Heibel!”

Aan tafel

Hoewel het onze voorouders niet ontbrak aan tafels, waaraan zij met hun gezellen genoten van goede spijzen en minder goede spijzen, hebben zij toch ooit hun eigen woord ervoor opzij geschoven en tafel van de Romeinen overgenomen, dat wil zeggen van Latijn tabula. Maar stel voor spel en vermaak dat het niet ontleend is, hoe zou het zich dan verhouden tot andere inheemse woorden? Hoe kunnen wij dit woord verheemduiden?

Lees verder “Aan tafel”