Das

Een das stelt ons in staat om met stijl de deur uit te gaan, voor een warme wandeling door woud of stad in kille dagen, voor hoogst belangrijke zaken en voor minder belangrijke zaken. Maar hoe vertrouwd en zwierig zij ook kan zijn om onze halzen –hetzij als winterdas, hetzij als stropdas– de herkomst van het woord zelf is toch iets van een raadsel. De meeste zustertalen moeten het zelfs geheel ontberen.

Lees verder “Das”

Joe

De laatste maanden heb ik mij verwonderd over joe, dat wel gebruikt wordt naast het bekendere ja. Taaljournalist Gaston Dorren bracht dit tussenwerpsel laatst ter sprake als een van de gemeenzamere antwoorden die men op dankbetuigingen kan geven. Inderdaad, ik zeg vaak “joe” als iemand mij bedankt voor een bewezen dienst. Maar ik gebruik het ook om aan te geven dat ik iets gehoord heb of goed vind of zal doen: “Ik bel je later.” – “Joe.” “Kun je me hiermee helpen?” – “Joe.” Het is een zachtere, vriendelijkere vorm van ja en misschien ook wel te beschouwen als de Nederlandse weerga van het alomtegenwoordige Engelse okay.

Lees verder “Joe”

Op de schaats, op de scheuvel

Nederland is een beetje de bullebak van het wereldwijde wedstrijdschaatsen geworden. Dat hoeft geen verrassing te zijn, want onze schaatsers zijn gescherpt door geweldige wedijver in eigen land. Al eeuwen gaat men hier des winters in groten getale het ijs op, zoals mooi getoond door menig schilderij. Opmerkelijk is dan dat het woord schaats aan een Romaanse taal is ontleend, terwijl er aan eigen woorden geen gebrek was. Eén woord in het bijzonder, het noordoostelijke scheuvel, is vermoedelijk minstens 1500 jaar oud.

Lees verder “Op de schaats, op de scheuvel”

Over muggen en kamelen

Gij blinde leidslieden, die de mug uitzijgt, en den kemel doorzwelgt.

(Statenbijbel, Mattëus 23:24)

Met deze woorden sprak Jezus tot hen die zich in onbenulligheden verliezen. Kennelijk was het destijds aan te raden eerst de muggen uit een drank te zeven, voor men een beker aan zijn mond zette. Maar het verorberen van een mug valt natuurlijk in het niet bij het doorslikken van een kameel. Aan Jezus’ uitspraak danken we de uitdrukking ‘muggen ziften,’ maar ook de kemel waart nog altijd door onze taal.

Lees verder “Over muggen en kamelen”

Met valen mennen

Er bestond in het Middelnederlands (1200-1500) een merkwaardige uitdrukking die gebruikt werd door onder meer de dichters Willem van Hildegaersberch en Jacob van Maerlant: met valen mennen. Hiermee werd zo veel bedoeld als ‘kwaad doen, onrecht doen, slinks bezig zijn, bedriegen’ maar ook ‘van de goede weg afdwalen’. Wie ment (rijdt) met valen is onbetrouwbaar, voor anderen en voor zichzelf. Maar wat is nu de letterlijke bedoeling?

Lees verder “Met valen mennen”

Smid

De smid zal vanouds met verwondering en zelfs enige argwaan zijn aanschouwd. Wat voor een bijzondere en raadselachtige krachten vergt het wel niet om in de heetste haard een goed zwaard uit stukken metaal te hameren? Wat is dit voor een scheppingskracht? In Germaanse legenden waren smeden dan ook vaak niet mensen, maar elven of dwergen. Wijdvermaard was Wieland – hem werd menig beroemd en kostbaar zwaard toegeschreven en hij werd ook wel als elf beschouwd. Volgens de Oudnoordse overlevering wrocht hij Gram (‘toorn’), het zwaard waarmee de held Sigurðr uiteindelijk de draak Fáfnir velde. Wielands werk is ook het heergewaad van de koene Béowulf in het gelijknamige Oudengelse heldendicht.

Lees verder “Smid”

Het gebroken licht

Op een gedenkwaardige avond in 1931 zei C.S. Lewis tegen zijn vriend J.R.R. Tolkien dat mythes veredelde leugens zijn. Tolkien was het niet met hem eens en schreef het gedicht ‘Mythopoeia’, een vurig pleidooi voor mythes en scheppende taal. Het maken van mythes is geen zelfbedrog, aldus Tolkien, maar een geboorterecht van de mens en een weg naar wijsheid en schoonheid.
Lees verder “Het gebroken licht”