Van dieden naar druchten tot aan koning
Wij leren allen op school hoe de rol van de koning de afgelopen eeuwen is veranderd. Waar de koning tegenwoordig in hoofdzaak een zinnebeeld is, betrokken bij plechtigheden en vieringen, was hij vroeger een echt heerser. Maar de geschiedenisboeken gaan doorgaans niet zo heel ver terug. Koningen hebben bijvoorbeeld niet altijd koningen geheten. Er zijn nog twee andere, oudere namen. Om te beginnen kijken we … Lees verder Van dieden naar druchten tot aan koning
Generatie en traditie
In dit bericht een zoektocht naar alternatieven voor twee woorden die in betekenis nauw verbonden zijn: generatie en traditie. Het woord generatie gaat terug op Latijn generātiō ‘geslacht, generatie’, van het werkwoord generāre ‘voortbrengen’, zelf een afleiding bij genus ‘geslacht’. In het Nederlands bestaan Germaanse verwanten van dit woord, namelijk kind, koning en kunne ‘sekse’. Voor een inheems alternatief voor generatie hoeven we dan ook … Lees verder Generatie en traditie
De uitvoerende
Als wij tegenwoordig een nomen agentis bij een werkwoord willen maken, oftewel een woord waarmee een uitvoerende persoon of zaak wordt aangeduid, dan plakken we -er of (diens variant) -aar achter de stam van het werkwoord. Zo krijgen wij bijvoorbeeld krijger bij krijgen en wandelaar bij wandelen. Dit achtervoegsel heeft het Nederlands ontleend aan het Latijn. Het is een welbruikbaar achtervoegsel. Maar welke achtervoegsels kon … Lees verder De uitvoerende
Nederlandse aanvoegsels
Wie een Nederlands woord wil maken mag zich gelukkig prijzen. Onze taal leent zich buitengewoon gemakkelijk voor het smeden van nieuwe woorden, omdat zij een rijkdom aan aanvoegsels bezit, dat wil zeggen voor- en achtervoegsels. Voor mijzelf en voor anderen die hun scheppingsdrang niet kunnen onderdrukken heb ik een (hopelijk zo goed als) uitputtende lijst met aanvoegsels gemaakt. Het is een klein naslagwerk. Hier kunt … Lees verder Nederlandse aanvoegsels
Fîfoldara
Tijdens het bestuderen van het Oudsaksisch, de voorouderlijke taal van de Nedersaksische dialecten van Noord-Duitsland en Noordoost-Nederland (zoals het Gronings), kwam ik het mooie en lieflijke woord fîfoldara tegen. Het betekent ‘vlinder’, en het klínkt ook als een vlinder. En ik moet aan Vivaldi denken. In de zustertalen bestond en bestaat het ook: Oudhoogduits fifaltra (Duits Feifalter), Oudengels fîfealde en Oudnoords fîfrildi. In het Middelnederlands … Lees verder Fîfoldara
De hand
Voor onze lidmaat de hand hebben in oudere tijden veel meer woorden bestaan dan nu. Wat de hand betreft is onze taal er armer op geworden. Dit is een onrecht, want de hand is toch een bijzonder belangrijke lidmaat, die ons mensen onderscheidt van de dieren. Om dit onrecht te rechten bied ik u hieronder een lijst aan met Oudgermaanse benamingen voor de hand, alsook … Lees verder De hand
Ruïne
Op de lijst met leenwoorden waar lezer Lander evenwoorden voor zoekt staat ook ruïne. Dit schone woord is al dan niet via het Frans ontleend aan Latijn ruīna ‘het neervallen, het instorten (van een bouwwerk), de ondergang’, een afleiding van ruere ‘zich haasten, neerstorten, instorten’. Volgens het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (EWN) is dat werkwoord van onzekere herkomst, maar mogelijk is het verwant aan … Lees verder Ruïne
Toren
Het woord toren is een goed voorbeeld van een leenwoord dat wat klank betreft goed in het Nederlands past. Waarom zouden wij dan toch een inheems evenwoord willen smeden? Wel, enerzijds omdat evenwoorden altijd een verrijking voor de taal zijn, anderzijds omdat er zo veel mogelijkheden zijn om voor toren een bruikbaar en sprekend evenwoord te smeden. Het Nederlands heeft net als alle andere Germaanse … Lees verder Toren
Contrafibulariteiten
Rond het begin van de zeventiende eeuw woedde er in Engeland een kijf over het grote aantal veelal Latijnse en Griekse leenwoorden dat door menig schrijver in de volkstaal werd gebruikt. Deze leenwoorden, ook wel inkhorn terms genoemd, waren vaak overbodig, omdat ze verwezen naar zaken waar al een inheems woord voor bestond. De aanklacht was dan ook dat schrijvers ze gebruikten vanuit een wisse … Lees verder Contrafibulariteiten
Tsjoender
Het Fries vind ik een bijzondere taal. Uit sommige monden klinkt het wat mij betreft zeikerig en te nasaal, maar uit andere monden kan het zeer welluidend klinken; rauw en sierlijk, een aangename combinatie. Een van mijn lievelingswoorden in het Fries is tsjoender ‘tovenaar’. Het woord komt mij duister en geheimzinnig voor, heeft een boeiende herkomst, en is in klank en vorm ook kenmerkend Fries. … Lees verder Tsjoender
Het evenwoord
Het vinden van de juiste woorden is vaak een uitdaging. Des te meer in de dichtkunst. Als deze woorden dan ook nog moeten rijmen, dan leidt dit vaak tot een verslagen dichter die opgeeft of zich aan gekunsteldheden overgeeft. Bij het ‘gewone’ rijmen, het eindrijm, kan dit dan ook pijnlijk zichtbaar zijn. Veel woorden hebben nu eenmaal een zeer beperkt aantal rijmwoorden. Maar bij het … Lees verder Het evenwoord